Opbouw
Hoe is de opleiding opgebouwd?Binnen de opleiding verloskunde vinden we het belangrijk dat jij je welkom voelt en dat je erbij hoort. We zijn een kleinschalige opleiding waarbij studenten en docenten elkaar kennen en elkaar makkelijk weten te vinden. Als docenten doen we er alles aan om je te begeleiden bij je studie op een manier die bij jou past. Dit vraagt van jou betrokkenheid en een actieve inzet. Je gaat er helemaal voor! Samen maken we het onderwijs.
Hierbij besteden we onder andere aandacht aan je:
- kennisbasis van het beroep
- handelen in de beroepspraktijk
- eigen professionele identiteit
- persoonlijke ontwikkeling
Dit alles komt aan bod tijdens de opleiding. Studenten (en medewerkers) hebben in medezeggenschapsraden invloed en inspraak op de manier waarop dit gebeurt.
Bij de start van je studie ligt de nadruk op het ontwikkelen van kennis en vaardigheden, maar vanaf jaar 1 komt ook de praktijk aan bod en ga je stage lopen.
Je leert reële beroepsvraagstukken aan te pakken, in samenwerking met medestudenten, docenten, professionals uit de praktijk en praktijkgerichte onderzoekers. Eerst krijg je veel begeleiding van je docent, later neem je steeds meer het heft in eigen handen. Tijdens je studie leer je jezelf steeds beter kennen en ontdek je wat jouw persoonlijke kwaliteiten zijn als (toekomstig) verloskundige.
De opleiding is opgebouwd rond de taakgebieden van de verloskundige zorg: reproductieve zorg, organisatie en wetenschappelijke onderbouwing van de zorg en professionalisering zowel individueel als van het beroep. In alle onderwijsperioden wordt aandacht besteed aan de wetenschappelijke onderbouwing en de organisatie van de verloskundige zorg en jouw professionele ontwikkeling. Hieronder vind je een globaal overzicht hoe de taakgebieden in het onderwijsprogramma worden vormgegeven.
- In het tweede studiejaar leer je over de verloskundige zorg bij bestaande of zich ontwikkelende pathologie (oorzaak, onstaan en verloop van een aandoening) tijdens zwangerschap, bevalling en kraambed. Aan de hand van casuïstiek leer je omgaan met complexe zorgvragen, pas je verloskundige vaardigheden toe in acute situaties en ontwikkel je je communicatie in uitdagende gesprekken, zoals bij slechtnieuwsgesprekken of prenatale screening.
- Je groeit niet alleen vakinhoudelijk, maar ook persoonlijk en professioneel. Tijdens themadagen ontwikkel je je visie op het vak verloskunde en bij de cursus loopbaanoriëntatie leer je de organisatie van de eerstelijnspraktijk beter kennen. Daarnaast neem je deel aan de landelijke voortgangstoets zodat je goed voorbereid bent op je deelname in jaar 4.
- Deze kennis en kunde komt samen tijdens elf weken stage in een eerstelijns verloskundigenpraktijk.
- Tijdens twee thematische clusterweken maak je kennis met verloskunde in internationaal perspectief, onder andere door kritisch te kijken naar wetenschappelijk onderzoek ten behoeve van je eigen evidence-based handelen.
- Het derde studiejaar van de bacheloropleiding Verloskunde is gericht op verdieping, verbreding en verdere professionalisering binnen het verloskundig domein.
- In het eerste half jaar volg je een minor naar eigen keuze. Dit kan binnen de hogeschool Rotterdam, maar kan ook op andere hogescholen via Kiesopmaat.nl. Binnen onze opleiding verloskunde kan je de minor echografie volgen. Hierin zijn we als opleiding uniek omdat we de enige verloskundeopleiding zijn waar je deze minor kunt volgen.
- In de tweede helf van jaar 3 werk je aan verdere professionalisering binnen het verloskundig domein. Centraal staan visie- en inzichtvorming in de verloskundige zorg in Nederland en internationaal, evenals verdieping in de organisatie van de geboortezorg. Deze periode bestaat uit zeven binnenschoolse lesweken ter ondersteuning van de beroepsvorming en ter voorbereiding op de praktijk. In twee van deze weken staan in het teken van ‘goed voorbereid op stage’. Je krijgt nkennis en vaardigheden gericht op de eerste ziekenhuisstage. De kernstof uit jaar 1 en 2 worden herhaald en er is verdieping en verbreding van leerinhoud specifiek gericht op de eerstelijnsstage. De overige lesweken richten zich op thema’s die bijdragen aan de ontwikkeling van de student als beginnend beroepsbeoefenaar.
- In jaar drie loop je 8 weken stage in het ziekenhuis (tweede lijn) en 5 weken stage in de eerste lijn.
- In het vierde jaar pas je alle kennis en vaardigheden die je in de opleiding hebt geleerd, toe in de beroepspraktijk. Je ontwikkelt jezelf tot startbekwaam verloskundige. Je loopt zeven weken stage in de tweede lijn en 21 weken stage in de eerste lijn.
- Je volgt de Prehospital Obstretic Emergency Training (POET), een training gericht op het multidisciplinair handelen in acute verloskundige situaties.
- Je voert een afstudeeronderzoek uit van 10 weken gericht op verbetering of vernieuwing van de beroepspraktijk.
- Dit jaar zijn er bijeenkomsten waarin je leert over je professionele en persoonlijke ontwikkeling als verloskundige. Ook zijn er terugkomdagen en gesprekken gericht op de ontwikkeling tot zelfstandige beroepsbeoefenaar.
- Het afstuderen omvat de afstudeeropdracht en de verdediging, het behalen van het verplichte aantal verrichtingen en stage-uren en het behalen van het beslismoment ‘Startbekwaam’.
In het eerste studiejaar staat beeldvorming van het beroep en de fysiologie, preconceptiezorg en het normale verloop van zwangerschap, baring en kraambed centraal. Naast het binnenschoolse onderwijs zijn er twee weken met beroepsoriënterende stage en een stageperiode van zes weken in de eerstelijns verloskundigenpraktijk. Je loopt drie weken ketenzorgstage binnen disciplines waarmee je als verloskundige samenwerkt. In deze stage gaat het om eerstelijnspartners. Denk hierbij aan kraamzorg, een laboratorium, bekkenfysiotherapeut, diëtiste, ambulance of abortuskliniek.
In de hoofdfase verdiep je verder verder in de beroepsrollen. De complexiteit neemt toe doordat er wordt ingegaan op de pathologie en psychosociale processen. Ook wordt aandacht besteed aan preconceptiezorg en de organisatorische competenties van de verloskundige zorg. Leren in de praktijk bestaat in het tweede jaar uit stage in de eerste en de tweede lijn.
Ieder studiejaar wordt getoetst door één of meerdere assessmentsbeslismomenten en kennistoetsen en vaardigheidstoetsen. wordt met kennistoetsen afgesloten.
In het derde jaar valt de minor en loop je stage in de tweede en eerste lijn. Ook komen in het derde jaar maatschappelijke onderwerpen aan de orde.
In het vierde jaar leer je voornamelijk in de praktijk. Je loopt stage in de eerste en tweede lijn en je volgt de POET-training waarin je samen met ambulanceverpleegkundigen leert handelen in acute (spoed)situaties.
Je laatste stage die je doet is in de eerste lijn. Als afronding van je laatste stage laat je tijdens het ‘beslismoment startbekwaam’ zien dat je een startbekwaam verloskundige bent. In de tweede helf van jaar vier besteed je een kwartaal aan een eigen onderzoek.
Keuze
Tijdens je opleiding kun je kiezen uit een aantal keuzevakken. Via een minor in de hoofdfase van je studie kies je een bepaald profiel waarmee je jezelf kunt onderscheiden. Ook de afstudeeropdracht die je kiest, geeft een persoonlijke inkleuring aan je opleiding.
Begeleiding
Iedere student is uniek en heeft zijn eigen ideeën over wat hij in zijn studie wil bereiken. In onze begeleiding maken we je bewust van je capaciteiten, kansen en uitdagingen. Soms blijkt tijdens of al vóór de opleiding dat je moeite hebt met een bepaald vak. Dan is het nuttig je kennis hiervan bij te spijkeren. Als student krijg je een studieloopbaancoach die je begeleidt en samen met jou je studievoortgang in de gaten houdt.
Voor ieder leerjaar zijn er ouderejaars studenten die als peercoach tijdens verschillende lessen komen helpen. Deze peercoaches kun je ook vragen stellen. De peercoaches beheren de Instagrampagina van de opleiding, Deze pagina staat vol met tips en Q&A’s.
Studeren met een functiebeperking
Heb je een functiebeperking en heb je daarvoor aanpassingen of voorzieningen nodig, dan hebben we voor het binnenschoolse onderwijs verschillende mogelijkheden. Voor de stages binnen de opleiding verlosskunde zijn de aanpassingen of voorzieningen beperkt en verwachten we dat je, net zoals in het beroep van verloskundige, fulltime beschikbaar bent. Houd er daarnaast rekening dat je niet altijd in de buurt van je woonplaats stage kunt lopen en je mogelijk in de buurt van je stageplaats moet overnachten.
In het Besluit opleidingseisen en deskundigheidsgebied verloskundige is wettelijk vastgelegd wat je binnen de opleiding verloskunde moet leren, hoe lang je stage moet lopen en hoeveel verrichtingen je moet doen. Daarom bestaat bijna de helft van de opleiding uit stage.
De stage begint al tijdens het eerste studiejaar en is in alle jaren een belangrijk onderdeel. Er zijn zowel stages in de eerstelijnspraktijk als in het ziekenhuis (de tweede lijn). In het 4e jaar laat je tijdens je laatste stage zien dat je de volledige verloskundige zorg kunt verlenen en organiseren. Ook laat je zien dat je, je handelen wetenschappelijk kunt onderbouwen.
Belangrijke aandachtspunten
- Omdat het aantal uren stage en verrichtingen wettelijk zijn bepaald mogen we daar als opleiding niet vanaf wijken. Een aangepast stagetraject of vrijstellingen voor stage is niet mogelijk.
- Het is niet mogelijk zelf een stageplaats te regelen. Dit wordt verzorgd door de opleiding.
- Houd er rekening mee dat je stageplaats mogelijk niet in de buurt van je woonplaats is. Als je wordt ingedeeld op een stageplaats die verder van je woonplaats ligt, verwachten we dat je zelf zorgt voor vervoer naar je stageplaats en/of overnachting in de directe omgeving van je stageplaats (bijvoorbeeld bij familie of vrienden).
- Een Hepatitis B vaccinatie is een voorwaarde om deel te kunnen nemen aan de opleiding. Zorg ervoor dat je deze vaccinatie hebt voordat je aan de opleiding begint.
- Houd er rekening mee dat het beroep van verloskundige geen 9-tot-5-baan is. Als een bevalling om half vijf begint kun je niet naar huis gaan omdat je op tijd moet eten. Tijdens de stages verwachten we flexibiliteit van je. Je stageweek bestaat uit 40 uur stagelopen, wat betekent dat je ook 's avonds, 's nachts en/of in het weekend stageloopt. Tijdens stageweken is er dus nauwelijks ruimte voor sport, hobby, sociale contacten.
In de laatste fase van je opleiding verdiep je je door middel van een minor in je vakgebied of verbreed je je kennis in een door jou gewenste richting. De onderstaande minors geven een beeld van het type minor dat je kunt verwachten.
Tijdens deze minor leer je de basisprincipes van het maken van een tweede trimester echo. Hierbij komen aspecten aan bod als: het bepalen van de ligging van de foetus en placenta en het bepalen van de hoeveelheid vruchtwater. Naast hoor- en werkcolleges krijg je ook praktijklessen. Deze vinden plaats binnen de hogeschool in de vorm van de ‘studenten echo-poli’, waar zwangere vrouwen gratis kunnen deelnemen aan een echo-onderzoek. Daarnaast ga je ook aan de slag met een onderzoeksvraag van een externe opdrachtgever.
Vanwege de vergrijzing en de ontgroening is het belangrijk dat zoveel mogelijk mensen optimaal participeren op de arbeidsmarkt. In deze minor leer je onder andere hoe je kan bijdragen aan het creëren van een inclusieve arbeidsmarkt. Je gaat je verdiepen in de ondersteuning van integratie in werk van mensen met een kwetsbare positie op de arbeidsmarkt en de re-integratie van mensen die verzuimen wegens gezondheidsklachten.
De jeugd is de gezondste leeftijdsgroep binnen onze samenleving. Maar tegelijkertijd is de jeugd ook kwetsbaar. De Raad voor Volksgezondheid wil de focus op ziekte en gezondheid verschuiven naar gedrag en gezondheid. Dit vraagt nogal wat van kinderen en jongeren met een beperking. En van de zorgprofessionals die met deze kinderen en jongeren werken. In deze minor ga je aan de slag met vraagstukken uit de praktijk, op het terrein van de zorg voor kinderen en jongeren met specifieke zorgbehoeften. De onderwerpen zijn ziekte-overstijgend en gaan over thema’s waar je als hulpverlener kennis van moet hebben om zorg te verlenen aan kinderen en jongeren met specifieke zorgbehoeften.
Een meerderheid van de artsen, verpleegkundigen en andere hulpverleners in de gezondheidszorg krijgt regelmatig te maken met geweld. Het geweld leidt tot een verminderde kwaliteit van de gezondheidszorg en stress voor de werknemers. In Nederland krijgt ruim de helft van de werknemers in de gezondheidszorg te maken met fysiek, verbaal of psychisch geweld. In deze minor verdiep je je in de achtergronden van geweld tegen hulpverleners en leer je deze ontwikkelingen in internationaal perspectief te plaatsen.
Ben jij avontuurlijk ingesteld? Durf jij de uitdaging aan om over jouw eigen grenzen, over de grenzen van je eigen opleiding en over de landsgrenzen te kijken? Ben jij nieuwsgierig en wil jij op zoek gaan naar duurzame, creatieve en innovatieve oplossingen om gezondheidszorgverschillen terug te dringen? In deze minor word je uitgedaagd, in samenwerking met studenten van verschillende opleidingen en (internationale) opdrachtgevers, een bijdrage te leveren aan één van de vraagstukken gericht op het verminderen van gezondheidsverschillen.
Student van andere hogeschool?
Ben je student bij een andere hogeschool en wil je een minor bij Hogeschool Rotterdam volgen? Bekijk je mogelijkheden op Kiesopmaat.nl. De minors van Hogeschool Rotterdam duren een half jaar (september - februari) en leveren 30 EC (studiepunten) op.
- In het vierde jaar studeer je af. Hiervoor doe je als tweetal met een medestudent een afstudeeronderzoek rondom een verloskundig onderwerp. Dit afstudeeronderzoek doe je in samenwerking met het Kenniscentrum Zorginnovatie of met een andere opdrachtgever.
- Het Kenniscentrum Zorginnovatie is een onderzoeksinstituut binnen Hogeschool Rotterdam. Zij zijn verbonden aan het Instituut voor Gezondheidszorg waar de opleiding Verloskunde onder valt.
- Naast het afstudeeronderzoek omvat het afstuderen ook het behalen van het verplichte aantal verrichtingen en stage-uren en het behalen van het beslismoment ‘Startbekwaam’.
De opleiding verloskunde is betrokken bij internationale projecten, waar voor een aantal studenten ruimte is om in te participeren. Een deel van je stage kun je in het buitenland doen, bijvoorbeeld in Suriname of Curaçao. Voor het kunnen doen van je stage in het buitenland gelden bepaalde voorwaarden wat betreft studievoortgang. Ook je minor in jaar 3 kun je in het buitenland doen.
"Stage lopen op de verlosafdeling in Oostenrijk was een hele gave ervaring. Je leert over de overeenkomsten en verschillen in de geboortezorg in een ander land, maar ook op persoonlijk vlak ontwikkel je je."
Wat leer je bij de opleiding Verloskunde?
Speel video
Na je studie
Wat kun je doen na de opleiding?Gefeliciteerd, je bent verloskundige! Je mag de titel Bachelor of Science (BSc) achter je naam zetten.
Bij je diploma ontvang je een diplomasupplement met een DS-label. Met dit Engelstalige document kun je de waarde van je diploma eenvoudiger aantonen in het buitenland bij de toelating tot een vervolgstudie of bij het vinden van een baan.
Heb je het Honoursprogramma gevolgd? Dan krijg je ook een honours degree!
Na het behalen van je diploma kun je gaan werken als verloskundige in je eigen (groeps)praktijk of als verloskundige in dienstverband in een praktijk, gezondheidscentrum of ziekenhuis. Ook kun je gaan werken in een ontwikkelingsland of als medewerker bij een opleiding (als docent) of een onderzoeksinstituut. Door de instroombeperking voor de opleiding is er een goede balans tussen instroom en uitstroom op de arbeidsmarkt en kunnen de meeste studenten na het halen van hun diploma gelijk aan het werk als verloskundige.
Wil je verder leren als verloskundige? Volg dan de masteropleiding Verloskunde.
Wanneer je twee jaar relevante werkervaring hebt kun je bij Hogeschool Rotterdam ook de master Physician Assistant volgen. Na deze opleiding verleen je zelfstandig en onder eigen verantwoordelijkheid geneeskundige zorg. Dat kan in een klinische setting binnen het specialisme gynaecologie/obstetrie.