Ga direct naar de content

Gezond meedoen door Sport en Bewegen

Sport, bewegen en talentontwikkeling

Sport en bewegen dragen bij aan het vergroten van zelfmanagement en talentontwikkeling van mensen, en bevorderen dus zowel de lichamelijke als de geestelijke en sociale gesteldheid.

Daarom worden steeds meer beweegprogramma's hierop ingezet. Denk daarbij aan het opzetten van beweegprogramma's om jongeren sociale vaardigheden aan te leren of om meer zelfvertrouwen te krijgen. Maar denk ook aan beweegprogramma’s om mensen met een beperking, zowel van lichamelijke of geestelijke aard, te ondersteunen. Ook zien we veel beweegprogramma’s om de groeiende groep ouderen meer zelfredzaam te maken.

Inhoud

In deze minor leren studenten wat sport en bewegen kan betekenen voor mensen. Ze leren welke factoren, op micro-, meso- en macroniveau, belangrijk zijn voor het efficiënt sporten en bewegen met cliënten. Dit gebeurt zowel op fysiek, sociaal als op maatschappelijk gebied. Met deze kennis worden zij uitgedaagd om multidisciplinair een hulpvraag in de zorg of hulpverlening, in termen van sport en bewegen, aan te pakken. Studenten van verschillende opleidingen gaan met elkaar aan de slag.

De minor ‘Gezond meedoen door sport en bewegen’ is een onderdeel van de leerlijn Sport, Bewegen en Talentontwikkeling. Deze leerlijn wordt aangeboden door het instituut van Gezondheidszorg.

Relevantie

Bij de rijksoverheid en lokale overheden is veel aandacht voor de inzet van ‘sport als middel’, met als doel: het bereiken van beleidsdoelstellingen met betrekking tot vitaliteit en maatschappelijke participatie. Naast het positieve effect van sport en bewegen op gezondheid zijn ook verbanden aangetoond tussen sportdeelname en sociaal-maatschappelijke doelstellingen. Voorbeelden hiervan zijn: sport leidt tot ‘empowering’, sport draagt bij aan zelfmanagement, zelfredzaamheid en het bevorderen van samenhang en verbinding in de wijk.

Daarnaast is sport een goed middel om talent te ontwikkelen. Die talenten worden herkend door bewustwording van fysiologische en psychologische processen. De kans dat de gewenste sociaal-maatschappelijke effecten bij sportdeelname optreden, wordt groter als de sportactiviteit aan bepaalde sociale condities voldoet. Van belang is hierbij de samenwerking tussen de sportsector en de zorg- en welzijnsorganisaties.

Steeds meer wordt  er wijk- en gebiedsgericht gewerkt, waarbij de gemeente een regierol krijgt en diverse organisaties vanuit een ondernemende rol worden ingeschakeld. Voor een goede afstemming is inzicht nodig in de samenstelling, vragen, behoeften, plannen en mogelijkheden van de buurt.

Tot slot sluit deze minor ook aan bij de agenda van NOC/NSF om sport te stimuleren en bij twee thema’s uit het landelijk sectorplan voor de sport: ‘meedoen’ en ‘vitaal’.

Studenten aan het woord over de minor

In onderstaand filmpje vertellen studenten van de sociale en gezondheidszorgopleidingen in het kort waarom ze gekozen hebben voor de minor 'Gezond meedoen door sport en bewegen' en wat ze tijdens deze minor hebben geleerd.

We gebruiken cookies om de website te verbeteren.