Hoe verwachtingen worden gevormd
Elk mens heeft onbewuste en bewuste vooroordelen. Dat werkt als volgt: vaak delen mensen andere mensen mentaal in sociale groepen in. Op basis van onder andere gender, etnische achtergrond, religie, seksuele geaardheid, (in)validiteit, raciale identiteit of taal wijzen ze mensen een identiteit toe (Aguillard, 2020). En het is dan ook nog zo dat mensen, dus ook leraren, in elke situatie impliciet nagaan of ze bepaalde vormen van gedrag, uiterlijk of spraak herkennen of juist afwijkend vinden en daarbij hebben ze een voorkeur voor het bekende. Deze vooroordelen hebben invloed op de verwachtingen die leraren vormen van hun leerlingen.
Nu is het zo dat verwachtingen niet worden bepaald door één factor, maar voortkomen uit een complex samenspel van factoren, namelijk:
Leerlingkenmerken:
- Eerdere prestaties
- Sociaalecomomische status en etniciteit
- Gender
- Motivatie, gedrag en diagnostische ‘labels’
Ouders:
- Verwachtingen van ouders
Leraarkenmerken:
- Competentiebeleving
- Mate van hoge verwachtingen hebben van leerlingen
Schoolkenmerken:
- Schoolcontext (met name samenstelling leerlingpopulatie)
- Schoolcultuur
Samen vormen deze factoren een krachtig mechanisme dat zowel kansen kan vergroten als ongelijkheid kan bestendigen (Kaskens, 2025).
Bronnen
Aguillard, K. (2020). Recognizing intersectionality and unpacking unconscious bias. Naccho.
Kaskens, J. (2025). Hoge verwachtingen ‘doen’. [Lectorale rede]. Hogeschool Rotterdam.