Juist in kwetsbare wijken, waar de openbare ruimte een belangrijke rol speelt in het dagelijks leven, heeft dat grote gevolgen. Hoe richt je pleinen zo in dat ze uitnodigen tot spelen, bewegen en ontmoeten, én tegelijk helpen tegen hitte en wateroverlast?
Die vraag stond centraal in het onderzoeksproject Samenscholing op coole pleinen, uitgevoerd door Hogeschool Rotterdam en de Hanze, samen met gemeenten, wijkpartners en bewoners. Het onderzoek laat zien dat een integrale aanpak nodig is, waarbij fysieke inrichting en sociaal gebruik van pleinen in samenhang worden bekeken.
Samen leren, midden in de wijk
In Groningen, Rotterdam en Assen onderzochten studenten, docent-onderzoekers en professionals zes pleinen in kwetsbare wijken. Dat gebeurde niet alleen via analyses en metingen, maar ook in direct contact met de wijk. Bewoners, kinderen en jongeren werden betrokken via gesprekken, creatieve werkvormen en zogeheten ClimateHealthCafés.
ClimateHealthCafés zijn bijeenkomsten waarin bewoners, professionals en onderzoekers samen met metingen en gesprekken verkennen hoe pleinen worden gebruikt en hoe ze klimaatadaptief en gezond kunnen worden ingericht.
Tijdens deze bijeenkomsten zijn metingen gedaan naar hitte en water, en is in kaart gebracht hoe pleinen worden gebruikt: waar spelen kinderen, waar ontmoeten mensen elkaar en welke plekken worden gemeden. Het rapport laat zien dat juist deze combinatie van fysieke metingen en ervaringskennis van bewoners nodig is om pleinen goed te kunnen beoordelen.
Pleinen op het snijvlak van klimaat en gezondheid
Uit het onderzoek blijkt dat alleen vergroenen niet voldoende is. Een plein kan klimaatadaptief zijn ingericht, maar toch weinig worden gebruikt. Andersom kan een aantrekkelijke speelplek leiden tot extra hitte. Door sociale en fysieke doelen vanaf het begin samen te brengen, ontstaan pleinen die:
- verkoeling bieden op warme dagen
- ruimte geven aan spelen en bewegen
- ontmoeting mogelijk maken
- en beter aansluiten bij het gebruik door bewoners
Studenten dragen bij aan onderzoek
Studenten van verschillende opleidingen, waaronder Social Work, Built Environment, Gezondheidszorg en Vastgoedkunde, speelden een actieve rol in het project. Zij deden metingen, observeerden gebruik van pleinen en gingen in gesprek met bewoners. In het rapport wordt beschreven hoe deze werkwijze studenten inzicht gaf in de samenhang tussen leefomgeving, gezondheid en sociale dynamiek in de wijk.
In de Rotterdamse casus werd hierbij samengewerkt met het lectoraat De Gezonde Wijk van het Kenniscentrum Zorginnovatie, onder leiding van lector Henk Rosendal, die ook als co-auteur aan het onderzoeksrapport verbonden is. Binnen deze casus lag de nadruk op gezondheid als resultaat van de dagelijkse leefomgeving, en op samenwerking met wijkpartners en bewoners.
Concrete opbrengsten voor de praktijk
Het project leverde naast inzichten ook praktische resultaten op, waaronder:
- een eindrapport met beschrijvingen van de herinrichtingsprocessen in de onderzoekswijken
- een toolbox met creatieve participatiemethoden voor bewonersparticipatie
- een methodiek om klimaatadaptatie en gebruik van pleinen gezamenlijk te beoordelen
- een documentaire ‘Ogen op het plein’ met inspiratie met betrekking tot de inrichting van multifunctionele pleinen.
Deze opbrengsten ondersteunen gemeenten en wijkpartners bij het ontwerpen en herinrichten van pleinen waarin klimaatadaptatie, gezondheid en gebruik samenkomen.
Wat dit betekent voor Rotterdam en andere steden
Voor Rotterdam en andere steden laat het onderzoek zien dat pleinen niet alleen fysieke plekken zijn, maar ook sociale ruimtes die invloed hebben op gezondheid en welzijn. Door bewoners te betrekken en sociale en fysieke aspecten samen te wegen, kunnen pleinen beter aansluiten bij het dagelijks gebruik in de wijk.
De belangrijkste les uit Samenscholing op coole pleinen is dat kennis ontstaat in de praktijk: door te meten, te observeren en samen te leren met de mensen die de wijk dagelijks gebruiken.