Deze keer: lector Anja Overdiek (Cybersocial Design) - haar onderzoek richt zich op het ondersteunen van duurzaamheidstransities met digitaal ontwerp. Samen met onderzoekers, studenten en beroepenveld vertaalt ze transitiedenken, toekomstdenken en systemisch ontwerpen naar toepasbare methoden voor de praktijk, met een focus op duurzame, slimme en sociale steden.
-
Wat was jouw persoonlijke drijfveer om met dit onderwerp aan de slag te gaan?
De toekomst heeft mij altijd geïnspireerd. Als kind keek ik het liefste Star Trek en stelde ik mij voor hoe ik, via in mijn huid geïmplanteerde apparaatjes, zou kunnen communiceren en hoe ik geteleporteerd kon worden. De toekomst leek mij zo vrij en kleurrijk. Ik heb het idee dat dat vandaag de dag voor jongeren niet meer zo is. Door complexe maatschappelijke uitdagingen zoals klimaatverandering, het opraken van natuurlijke resources op aarde en systemen die niet meer goed functioneren, zoals de huizenmarkt en de ouderenzorg.
Ik denk dat verantwoorde digitalisering een belangrijke rol kan spelen bij het vinden van nieuwe antwoorden op deze maatschappelijke uitdagingen. Daar moeten we ons volgens mij vooral op richten. En daarvoor doe ik onderzoek.
Digitalisering biedt veel nieuwe mogelijkheden voor de maatschappij. Maar we ontwerpen technologie en digitale toepassingen nog te vaak vanuit een eenzijdig perspectief, zoals voor economisch-financiële groei, voor een op controle gericht systeem van veiligheid of voor het efficiënter maken van bestaande diensten. Daarbij vinden we het moeilijk om verder te denken dan het hier-en-nu: welke verschillende mogelijkheden zijn er om de toekomst van de stad te bedenken? Deze vragen en uitdagingen moeten we veel meer integreren en afstemmen op elkaar. In mijn lectoraat bedenken en ontwikkelen we tools en handvatten om toekomstgericht en systemisch te denken en doen. Dat doen we samen met verschillende opleidingen en disciplines (ontwerpers, IT-ontwikkelaars, communicatie professionals etc.) en partners in de stad (gemeente, wijken, bedrijven, dieren en planten). Om samen betere antwoorden te vinden op de grote transitievragen van deze tijd. Dat is spannend én uitdagend, en daar houd ik van.
-
Kun je in eigen woorden vertellen waar jouw lectoraat zich op richt?
Cybersocial Design werkt aan nieuwe perspectieven en handvatten om duurzaamheidstransities te ondersteunen met (digitaal) ontwerp. Welke invloed hebben ontwerpers met hun besluiten op de duurzaamheid van technologie? En ook op de brede welvaart van steden zoals schone lucht, minder hittestress, meer leefruimte voor planten en dieren en lokale voedselproductie? De stad wordt steeds meer een hybride plek. We kunnen elkaar ontmoeten in fysieke ruimtes (straten, pleinen) en in digitale omgevingen zoals de Digital Twin van Rotterdam. Hoe maken we hier goed gebruik van? Hoe zorgen we dat de technologie, bij voorbeeld Artificial Intelligence en Extended Reality, écht toegevoegde waarde heeft? Dat vraagt aan ontwerpers om samen te werken met andere expertises en perspectieven, met diverse mensen én de natuur (planten, dieren, ecosystemen). Deze nieuwe insteek voor ontwerpen heet “more-than-human” design en vereist systemisch kijken naar de stad.
-
Waarom vind je het belangrijk dat er juist nu aandacht is voor dit thema?
Klimaatverandering en verlies aan biodiversiteit lopen tegen hun kritieke grens aan. Dat merken we nu al aan extreem weer en het uitsterven van soorten, zoals bepaalde bijensoorten, met negatieve gevolgen voor de voedselproductie. Ik denk dat we het tij nog kunnen keren. In Europa hebben we afgesproken dat we in 2050 klimaatneutraal zijn en daarbij ook de biodiversiteit beschermen. Ook in bredere zin en gericht op andere transities is het belangrijk dat we ontwerpkracht, het verbeeldend en vormend omgaan met toekomsttechnologieën gericht inzetten. Hiervoor moet ook het vak nieuwe vaardigheden ontwikkelen die meer op het vlak van systemisch en sociaal ontwerp zitten.
-
Welke projecten of onderzoeken staan op dit moment centraal in jouw werk?
Wijk als Biotoop (1) is op dit moment ons grootste project. Hier onderzoeken we in Rotterdam en Den Haag, samen met wijkbewoners en wijknatuur, hoe bewoners meer actie kunnen nemen voor het bevorderen van de biodiversiteit. We onderzoeken welke technologieën zij daarbij zouden willen en kunnen gebruiken. Een bedrijf dat met ons samenwerkt en een grote rol speelt is Bioto.co. Naast onze onderzoekers hebben studenten van de opleidingen Communication and Multimedia Design en Creative Media and Game Technologies in deze context al digitale concepten en methoden ontworpen die we na vier jaar hopen te kunnen schalen naar andere wijken en gemeenten.
Naast dit project werken we ook aan een voorstel dat opbouwt op onze methode om samen toekomsten te verkennen (2) en aan een methode om de impact van ontwerpprojecten (3) goed te kunnen bepalen en bespreekbaar te maken.
-
Als je één belangrijke boodschap zou willen meegeven aan studenten, professionals of partners, welke zou dat zijn?
Zorg als ontwerper dat sociale innovatie, het leren van mensen om verantwoordelijk en gezond om te gaan met technologische mogelijkheden, altijd verbonden is aan technologische innovatie. Ze gaan hand in hand.
-
Welke ambities of dromen heb je nog voor de toekomst van je lectoraat en het werkveld?
De positieve invloed van creatieve beroepen zoals ontwerper en kunstenaar op duurzaamheidstransities is groot, maar wordt maatschappelijk onderschat. Ik durf te beweren dat de sociale innovatie waaraan ze bijdragen - het leren van mensen en organisaties om verantwoordelijk en gezond om te gaan met technologie(ontwikkeling) - belangrijker is voor de welvaart dan het grijpen van technologische mogelijkheden zelf. Ik heb de droom dat we menselijke creativiteit, juist door te spiegelen met technologie, weer een waardige plek kunnen geven in de maatschappij en ik hoop dat ons onderzoek en de samenwerking met landelijke netwerken zoals ESC (4) en NADR (5) hieraan bij zullen dragen.