Menu Zoeken English

Wat kun je signaleren?

Bij dementie gaat het om een degeneratief proces van de hersenen waarbij cognitieve functies langzaam achteruitgaan. In de beginfase van dementie uit zich dat vooral in vergeetachtigheid en veranderend gedrag. Het kan gaan om gedrag in het dagelijks functioneren van een persoon dat opvalt omdat het afwijkt van wat deze persoon daarvoor deed. Soms ook gedrag dat ongebruikelijk (niet passend of functioneel) is voor de situatie. Daarnaast zijn er ook cognitieve veranderingen die niet zijn waar te nemen maar zich afspelen in het hoofd van de persoon vanwege degeneratieve beschadiging in de hersenen. De symptomen en klachten worden dan duidelijk in communicatie met de persoon die er in dit geval zelf mee zal moeten komen. Dezelfde signalen kunnen voorkomen bij alle vormen van dementie. Maar bij bepaalde vormen van dementie kunnen zij nadrukkelijker aan- of afwezig zijn. Ook kunnen signalen zich op verschillende wijzen voordoen bij een persoon en zijn sommige signalen kenmerkend voor de verschillende fases van dementie: vroege fase, midden fase en de late fase. Daarnaast kunnen verschillende typen signalen voorkomen bij iemand voordat kan worden gedacht aan dementie. Omdat er verschillende typen signalen zijn van dementie wordt om die reden vaak een indeling gebruikt met verschillende gebieden waarbinnen zich problemen voordoen. Er is grofweg onderscheid te maken in:

  1. Geheugen/vergeetachtigheid: veel dingen vergeten zoals recente gebeurtenissen, gesprekken, afspraken, spullen/gebruiksvoorwerpen. Er zijn vooral problemen met korte termijn geheugen maar ook naasten en bekenden niet meer herkennen.
  2. Dagelijks functioneren en activiteiten: vaak gaat het om problemen met complexe handelingen, ruimtelijk inzicht en beoordelingsvermogen waardoor bepaalde taken niet meer lukken.
  3. Veranderingen in gedrag en karakter: problemen met gedrag niet passend bij een situatie of niet gebruikelijk voor de persoon of onbegrijpelijk. Ook gedrag van een persoon dat zich versterkt. Vaak gaat het om teruggetrokken en onrustig gedrag, achterdochtig zijn, boosheid, agressiviteit en ongeremdheid.  
  4. Taal/ Land van herkomst: problemen hebben met woorden herkennen en gebruiken, een gesprek voeren, zich uiten, minder vloeiend spreken of een (vaak tweede) taal helemaal verliezen. Ook het niet meer thuis voelen in het geboorteland waar iemand vandaan komt en lang heeft gewoond.
  5. Zorg en ondersteuning: problemen hebben met zelfzorg en accepteren van hulp bij dagelijkse dingen zoals eten, wassen, aankleden, toiletbezoek maar ook beslissingen nemen.

Praktijkvoorbeeld uit het Rotterdams project 'Oudere migranten met vergeetachtigheid of dementie en hun familie'

Het waren andere bekenden op dat pleintje en die vroegen dan: 'Meneer R., wilt u naar huis? Dan brengen we u naar huis'. Toen ging het nog een beetje. Maar op een gegeven moment wist hij niet meer waar hij woonde, toen werd het moeilijker.
(Mantelzorger van Kaapverdische man)

Mijn broertje, die ging de hand vragen voor het trouwen. Hij (mijn vader) was zelf erbij, mijn broertje overlegt alles. Toen die bruiloft kwam zei hij (mijn vader): 'Kijk wat hij heeft gedaan; Hij heeft haar hand en ik ben niet eens op de hoogte gesteld'. En toen dacht ik: 'Hier klopt er iets niet'.
(Mantelzorger van Marokkaanse man)

Hij was hij heel actief. Met de fiets rond fietsende, of de wijk in naar de moskee. Maar op een gegeven moment wilde hij dat niet meer. Het moskeegedeelte kon hij niet meer, hij schaamde zich.
(Mantelzorger van Turkse man)

Maar op een gegeven moment vond hij niks meer leuk, zelfs voetbal vond hij niet meer leuk. Mijn moeder zegt dan: 'Je hield zo van voetbal, het WK, het EK'. Maar dan zegt hij dat ze 'geintjes' aan het doen zijn. Hij was het echt kwijt. Braziliaanse soapseries vond hij leuk om te kijken, maar daarna vond hij het ook niet meer leuk.
(Mantelzorger van Kaapverdische man)

De eerste tekenen hoe hij begon te veranderen was, een gulle man die nergens naar omkeek werd gierig. Ja, zijn gedrag. Hij let op, bijvoorbeeld: 'waarom branden alle lichten, waarom zo veel water verspillen', terwijl hij dat vroeger nooit had.
(Mantelzorger van Marokkaanse man)

Waar het echt is begonnen; ze (mijn moeder) zegt van: 'Elke keer dat hij naar de douche ging, om te wassen voor salaat (gebedstijd) zegt hij tegen haar van: 'Er is altijd een zwarte kat in die badkamer'. Hij zag dus andere dingen.
(Mantelzorger van Marokkaanse man

Mijn vader die raakte de Nederlandse taal kwijt, af en toe weet hij wel een paar woorden. Hij sprak eerst ook Engels omdat hij natuurlijk gevaren heeft. Maar hij praat nu meest Kaapverdiaans.
(Mantelzorger van Kaapverdische man)

"Hij was altijd in gezelschap, in de moskee. En hij ging er niet meer naar toe. Hij was verbaal heel sterk. En dat werd minder. ...
(Mantelzorger van Turkse oudere)

Hij wist niet meer wat shampoo was enzo. Dat heeft mijn moeder toen gedaan. Hij wist niet meer wanneer hij naar het toilet moest. Wij moesten hem dat herinneren door te zeggen van: 'Je hebt zoveel water gedronken. Volgens mij moet je wel even naar het toilet'.
(Mantelzorger van Marokkaanse man)

Uit het project

In het project is een inventarisatie gemaakt van signalen die naar voren kwamen in interviews met mantelzorgers en in de bijeenkomsten met zorg- en welzijnsprofessionals. Het ging specifiek om beschrijvingen van situaties waarvan zij merkten dat er iets mis was met het geheugen en gedrag van de oudere migrant. Zie het overzicht met enkele voorbeelden in de samenvatting. 

🍪

Welkom!
Wij maken gebruik van functionele en analytische cookies voor de werking van de website en het verbeteren van jouw gebruikerservaring. Wil je meer weten? Lees dan ook ons cookiebeleid.

Instellen