Ga direct naar de content

Ontmoeting 92 | gewoon goed onderwijs

De kern van onze missie is duidelijk. We – Hogeschool Rotterdam - gunnen elke student – ongeacht zijn of haar afkomst of identiteit (inclusiviteit) – een succesvolle toekomst, met onderwijs dat het beste uit hem of haar haalt (de lat ligt hoog), met onderwijs dat als het ware geïmpregneerd is met de omgeving waar we voor opleiden (contextrijk onderwijs), gedragen door opleidingsteams die de vrijheid ervaren hun professionaliteit te etaleren en zich daarover willen verantwoorden (professionele autonomie).

Dat is onze missie, kort en krachtig. We werken er elke dag aan in onze veelvormige hogeschool. Die veelvormigheid zien we ook in de mate waarin we ons doel bereiken. Soms hebben we nog een lange weg te gaan, soms lijken we aangekomen te zijn. Elke dag vergader ik over de vraag hoe we de condities kunnen creëren opdat we die contextrijke en inclusieve hogeschool zijn, die we willen zijn. Elke dag zie ik ook onderwijs dat laat zien hoe het moet, hoe het kan.

Woensdag 12 april: studenten verbinden zich met de stad

Rotterdam is met recht een stad van diversiteit te noemen; een diversiteit die kleur geeft aan de stad, kracht ook, en tegelijkertijd vraagstukken oproept van gebrekkige verbinding, ja zelfs van onbegrip, spanning. Niet vreemd dat de stad Rotterdam programma’s opzet die verbinding pogen te bevorderen. Onze opleiding Communication and Multimedia Design (CMD, de opleiding waarbij studenten leren interactieve producten en diensten te ontwerpen voor mensen en hun omgeving) ziet in deze gemeentelijke vraagstukken een kans voor interessante studieprojecten. 

De gemeente is geïnteresseerd in de vaak frisse denkkracht van studenten om te komen tot innovatieve ‘tools’ om mensen met elkaar te verbinden, om kennis met elkaar te maken en begrip voor elkaar te ontwikkelen. En dus mag ik (op initiatief van collega Elbert Visser) samen met wethouder Ronald Schneider in het stadhuis een volle zaal met CMD-studenten toespreken. Hierbij bekrachtigen we als hogeschool de samenwerking met de gemeente op dit punt.  Daarnaast krijgen studenten van de opleiding concrete opdrachten om concepten te ontwikkelen die in verschillende delen van de stad mensen met elkaar verbinden, daar waar ze nu net iets te veel in hun eigen ‘bubbels’ leven. 

Tijdens de samenwerkingsbijeenkomst met gemeente Rotterdam. In het midden wethouder Schneider van Stedelijke ontwikkeling en Integratie

Ik roep in mijn toespraakje studenten op het ondenkbare te doordenken, creatief te zijn, buiten de gebruikelijke denklijnen te gaan, vraagstukken radicaal anders aan te vliegen. Speel met het onvermogen van mijn generatie die ultieme innovatie te vinden. De vraagstukken van de moderne tijd zijn wezenlijk anders en vragen dus ook andere oplossingen dan de gebruikelijke, zoals mensen samen te willen brengen in een zaaltje en dan maar praten. En stel, 9 van de 10 antwoorden blijken wel creatief en innovatief te zijn, maar niet goed bruikbaar en dat ene groepje suggereert die innovatieve aanpak met een slim gebruik van de moderne media en technologie, waar de gemeente mee verder kan? Dan leren we allemaal en die inclusieve samenleving komt net dat stapje dichterbij…. Dit is met recht contextrijk onderwijs. 

Donderdag 13 april: prima accreditatie, hoge studenttevredenheid en toch willen verbeteren

Als het niet goed gaat, moet het beter. Maar ook als het goed gaat met een opleiding, kan en moet het altijd beter. Onze opleiding Biologie en Medisch Laboratoriumonderzoek (BML) is er zo één. Als je met de collega’s praat, proef je de toewijding en professionaliteit. Alleen al het programma dat ze het College van Bestuur voorleggen als het op bezoek komt, getuigt van zelfbewustzijn. Er zijn vier clusters van vragen die zij zich stellen, de leden van het CvB worden ingedeeld bij een cluster en het gesprek ontwikkelt zich. De kwaliteit die je proeft in het gesprek, wordt ook weerspiegeld in de objectieve indicatoren voor kwaliteit: bij de recente accreditering kon de opleiding een voorlopige score van vier keer ‘goed’ doorsturen aan de accrediteringsautoriteit NVAO. Naast deze goede accreditatie tonen studenten van deze opleiding zich jaar in, jaar uit bovengemiddeld tevreden. 

Maar voor de opleiding is ‘goed’ niet goed genoeg. Belangrijke kwaliteitsindicatoren staan op groen, maar de uitval is in de opvatting van het team onverantwoord hoog. Dus zetten ze in op een verdere verbetering: goed geprogrammeerd en overzichtelijk onderwijs in grote, voor de studenten betekenisvolle onderwijsonderdelen die aanzetten tot actieve participatie. Beperking van het aantal herkansingen maakt dat studenten meteen vol aan de bak gaan en men overweegt een verhoging van de BSA-norm (Bindend Studieadvies). Niet – zoals het misverstand vaak is – om studenten af te rekenen, maar om de lat hoog te leggen opdat studenten er vol voor gaan. 

Succesfactoren: goede begeleiding en de lat hoog leggen

Dat moet je niet doen als je niet zeker weet dat de begeleiding goed is. Je moet het zeker wél willen doen als je de garantie hebt dat dat het geval is. We weten uit de pilots bij de opleidingen Commerciële Economie (COM) en Industrieel Product Ontwerpen (IPO) dat dat werkt en ik wil de hogeschoolgemeenschap – die er deels aarzelend tegenover staat vanwege dat eenzijdige beeld van ‘afrekenen’ – ervan overtuigen dat we meer opleidingen de ruimte moeten willen geven het BSA te verhogen naar 54 of zelfs 60 punten. Studiesucces en inclusief onderwijs, zo laat een imposante hoeveelheid wetenschappelijke literatuur zien, zijn het beste gebaat bij uitstekende begeleiding in combinatie met het hoog leggen van de lat. De gouden combinatie, noem ik dat: empathisch onderwijs en hoge eisen. Ik kom vaak redeneringen tegen die een tegenstelling suggereren tussen een hoog niveau en studiesucces. Dat kan het geval zijn als onderwijs het karakter heeft van “daar ligt de lat en zie er maar over heen te komen”. Wat werkt is het volgende: “we leggen hier de lat hoog, maar als jij er voor gaat, zullen wij er alles aan doen om je te begeleiden naar een succesvolle sprong over de lat”. 

Dinsdag 18 april: contextrijk onderwijs in een zoekende context

Modern beroepsonderwijs leunt op de kennis van het heden, maar probeert zich te verbinden met de dynamiek van de toekomst. Een toekomst die niet altijd goed te kennen is, maar die wel vandaag zijn schaduw vooruit werpt. Best ingewikkeld soms, contextrijk onderwijs ontwikkelen. Immers, het beroepenveld waar we voor opleiden toont zich niet altijd geordend en statisch, maar vaak gefragmenteerd en/of dynamisch. Ook de studentenpopulatie verandert, dus laat die context zich niet altijd vangen in duidelijke beelden die gemakkelijk te vertalen zijn – via het klassieke beeld van de eindtermen – naar het onderwijs. De oplossing kan dan zijn om in die context zelf te kruipen, studenten veel in aanraking brengen met de dynamiek van die context. Plaats het onderwijs letterlijk in de praktijk en trek daar lessen uit. Maak studenten weerbaar voor een toekomst die moeilijk te kennen is; geef studenten naast gedegen kennis van het bestaande, de vaardigheden mee om het nieuwe steeds te kunnen ontdekken en te ervaren hoe die ongewisse dynamiek werkt.

Sociaal beroepenveld 

Onze nieuwe opleiding Social Work (samenvoeging van de opleidingen Maatschappelijk Werk, Cultureel Maatschappelijke Vorming, Pedagogiek en Sociaal Pedagogische Hulpverlening) probeert die verschillende dynamieken in het beroepenveld te omarmen in een brede context. De opleiding probeert een platform te bieden voor verschillende vormen van interdisciplinair werken en studenten de gelegenheid te bieden kennis te maken met de grote diversiteit in beroepssituaties. Diversiteit qua mensen met wie je werkt, qua gebruikte interventies en qua institutionele context waarin het beroep wordt uitgeoefend. 

Professionele autonomie in een vloeibare beroepscontext

Ik mag aanwezig zijn bij een gesprek tussen docenten waarin zij de eerste ervaringen met het anders beoordelen van de praktijkervaringen van studenten (studenten maken zogeheten portfolio’s) evalueren. Een gesprek dat ik als open ervaar, maar ook wel een beetje met de handrem erop, zoekend naar de ruimte in het eigen professionele handelen. Wat is dat toch, die vaak ‘onzichtbare rem’ op het handelen van de professional? Ik geef de collega’s mee dat in mijn ogen beroepsonderwijs in ‘onrustige’ en ‘vloeibare’ beroepscontexten alleen betekenisvol vormgegeven kan worden als het collectief van docenten de professionele verantwoordelijkheid neemt – en zich daar methodisch over verantwoordt. Dat betekent keuzes maken in welk deel van de omgeving als maatgevend voor ons onderwijs gezien wordt en in inhouden en methoden die deze vloeibare werkelijkheid als het ware overstijgen. Als de buitenwereld ons onvoldoende krachtig dicteert wat te doen, dan moeten we zelf de keuzes durven maken; én daar de verantwoordelijkheid voor durven nemen. Professionele autonomie is immers een noodzaak, maar geen doel op zich.

Woensdag 19 april: goed onderwijs is gebaat bij focus en rust

De opleiding Sport Marketing & Management is een opleiding die de buitenwereld bijna letterlijk ademt. Het gebouw (ook al staat het midden in het zakengedeelte van Rotterdam) straalt sport uit. De trap omhoog is vormgegeven als een hardloopbaan die het College van Bestuur uitnodigt, als we op bezoek zijn, te versnellen; de ruimtes zijn vernoemd naar (Rotterdamse) sporthelden als tennisser Ramon Sluiter en waterpolo-coach Robin van Galen. Sport is ook aanwezig wat betreft identiteit en waarden. De opleiding laat zien hoe krachtig de congruentie kan zijn tussen waarden van het beroepenveld en waarden die aan het onderwijs ten grondslag liggen. In het geval van sport gaat het dan om discipline, competitie, hard willen werken de lat hoog leggen, maar ook het speelse, kameraadschappelijke zie je terugkomen. Mooie opleiding, goeie sfeer, beetje zoekend hoe na een aantal jaren van hard werken om te vernieuwen, de volgende stap te zetten. Niet van slecht naar voldoende deze opleiding, maar van ruim voldoende naar goed/excellent. 

Ondanks het feit dat sport letterlijk door de gangen giert, missen ze even dat een belangrijke waarde van sport ook is: even rust nemen, zorgen dat je niet ‘overtraind’ raakt, focus aanbrengen in de keuzes die je maakt. Het onderwijs – en dat siert ons – wil vaak te veel, wil te veel dingen tegelijk en voelt zich vanuit verantwoordelijkheidsbesef verplicht ‘alles’ te doen. Soms is het een uitdrukking van ambitie om even een stap op de plaats doen, om dingen niet doen, om dat ene dat echt belangrijk is, de ruimte te geven die het verdient. Dat kan in bepaalde omstandigheden ook een vorm zijn van het nemen van je professionele verantwoordelijkheid. ‘Focus durven aanbrengen’ noemde ik dat bij mijn eerste grote optreden als bestuurder van Hogeschool Rotterdam, bijna vier jaar geleden.

De opleiding SMM maakt nu die pas op de plaats, behalve in jaar 1, waar een pedagogisch vraagstuk snel beantwoord moet worden: ‘Welke coaching is nodig om studenten tot topprestaties te brengen?’ Door het beantwoorden van deze vraag speelt de opleiding in op het inclusiviteitsvraagstuk: niet elke student heeft immers hetzelfde nodig.

Bijzonder vak eigenlijk, bestuurder zijn van zo’n mooie, grote, veelkleurige school. De ene dag sta je collega’s aan te moedigen verantwoordelijkheid te nemen en een handschoen op te pakken, de andere dag nodig je collega’s uit even te consolideren. Wat we weten van de sport is dat het lichaam in zijn kracht groeit in de rustperiode na de intensieve training…… Om vervolgens te pieken als het moet. 

Donderdag 20 april: over kanteling, leiderschap en professionaliteit

De kern van onze missie is duidelijk: we streven naar inclusief, contextrijk onderwijs, gedragen door opleidingsteams. We zijn na september vorig jaar, toen we tijdens de jaaropening Onze Agenda hebben gepresenteerd op zoek naar een antwoord op de vraag wat die missie betekent voor een aantal organisatie-gebonden vraagstukken: 

  • hoe richten we onze organisatie zo in dat we radicaler gedecentraliseerd zijn opdat professionele autonomie van onze mensen de ruimte krijgt?
  • wat betekent deze beweging  voor de professionaliteit van docenten, staf en leidinggevenden?
  • welke regels moeten we overboord gooien omdat ze ons in de weg zitten en welke moeten we juist willen omarmen, omdat het wettelijk moet én omdat ze ons helpen?
  • welk leiderschap is passend bij een beweging op weg naar een hogeschool die – in het nieuwe jargon – gekanteld is? Een hogeschool waar het onderwijs centraal staat en waar de gewenste interactie tussen opleidingsteams en studenten voorop staat? Waar al het andere daar een afgeleide van is of daarvan in dienst wil staan?

We hebben met een open uitnodiging collega’s gevraagd met ons mee te denken over deze vraagstukken. Vandaag zijn we bijeen in de Rotterdamse Kantine Walhalla (voor de niet-Rotterdammers, prachtige plek op Katendrecht, de oorspronkelijke kantine van het personeel dat in de havenloodsen werkte aan het Deliplein, met uitzicht op een van de mooiste plekken van de stad) om de tussenstand op te maken van het denkwerk van de collega’s. Ik ga er met een wat neutrale verwachting naar toe. In de aanloop van de bijeenkomst ontving ik wat berichten  dat vooral een aantal docenten in de werkgroepen niet de tijd wist te vinden om actief te participeren en ook dat sommige werkgroepen wat worstelden met de omvattendheid van de vraagstelling.

Na afloop merkte ik onder de indruk te zijn van wat de werkgroepen hadden opgeleverd en ook optimistisch over wat de uiteindelijke opbrengst zal gaan zijn. Het is een nieuwe, participatieve manier van nadenken over onze toekomst. Een die past bij de basale waarde van een waarlijk professionele organisatie, waarbij de strategie van de organisatie leunt op de collectieve strategie van de professionals. Waarbij het proces zelf al voldoende aangrijpingspunten biedt om van te leren, vooral dat we docenten beter moeten faciliteren in de toekomst om te kunnen participeren in een dergelijk proces. 

Begin september 2016 hebben we bij de jaaropening basale vragen gesteld over de toekomst van de hogeschool. We hebben die vragen gedestilleerd uit een intensieve en brede raadpleging van de organisatie. In september 2017 zullen we bij de jaaropening de antwoorden presenteren die we eveneens op basis van een brede en intensieve raadpleging van de organisatie hebben ontwikkeld. Ik zie er nu al naar uit.

Over de auteur

Ron Bormans - Voorzitter College van Bestuur

Ron Bormans (1957, te Schinnen, Zuid-Limburg) mag zich verheugen in een lange periode van ontmoetingen in en met het hoger (beroeps)onderwijs. Tijdens zijn studies: Natuurkunde (propedeuse) in Eindhoven en Politicologie / Bestuurskunde in Nijmegen. Maar ook in zijn loopbaan. Hij werkte o.a. als plv. directeur HBO en directeur Studiefinanciering bij OCW. Daarnaast was hij consultant bij Capgemini. Op dit moment geeft hij leiding aan Hogeschool Rotterdam als bestuursvoorzitter, een functie die hij eerder bekleedde bij de HAN. Maar hij deed ook de HvA en Inholland aan en hield toezicht op onderwijsprogramma's als directeur NQA.

Elke twee weken is de nieuwe blog-post ook te volgen op Twitter via @ronbormans1.

We gebruiken cookies om de website te verbeteren.