Ga direct naar de content

Ontmoeting 64 | terugblik 2015: stappen voorwaarts, woorden van dank

December, vlak voor de kerstvakantie. Het moment om terug te kijken naar het voorbije jaar. Als hogeschool hebben we veel grote en kleine stappen vooruit gezet. Een woord van dank voor vele betrokkenen, en ook een opdracht voor 2016.

Eén van de meest gehoorde verzuchtingen van de mens is onmiskenbaar ‘wat gaat de tijd toch snel’. Jonge mensen hebben daar wat minder last van dan de wat ouder wordende (waar ik toe behoor), maar als de tijd je zo richting Kerst duwt, dan dringt zich dat gevoel wel op. De tijd vliegt. Het jaar is voorbij voordat je er erg in hebt.

In zeker zin geldt dat bij uitstek in het onderwijs. Onderwijs is een strak gereguleerd proces en als je daarin iets wilt veranderen moet je je momenten pakken. Timing is in het onderwijs cruciaal, vooral omdat we met grofmazige ritmes werken. Als je een nieuwe opleiding wilt aanbieden, moet je dat vóór de herfstvakantie voor elkaar hebben, want dan start de voorlichting. Mis je dat moment, dan moet je een jaar wachten.

Als je het onderwijs wilt verbeteren, kun je vaak niet meteen handelen, omdat de inhoud vast ligt in regelingen, roosters en takenplaatjes. Dat is een keerzijde van iets goeds, namelijk dat onderwijs gebaat is bij rust en regelmaat. Last but not least: onderwijs is mensenwerk. En veel verbeteringen moeten dan ook geworteld zijn in hoe we ons als professionals opstellen. Dat vraagt tijd en vertrouwen. Maar het effect is wel dat je vaak tevreden moet zijn met de kleine stappen voorwaarts, met het grote doel scherp in je vizier. Hetgeen zich vaak slecht verhoudt met mijn eigen neiging de grote stap heel snel te willen zetten....

Hebben we als Hogeschool Rotterdam die kleine stappen voorwaarts gezet in 2015? Het antwoord is volmondig: ja. We zetten zelfs hele grote stappen. Maar niet over de hele linie.

De vijf ankerpunten van Hogeschool Rotterdam in 2015

We doen het goed en zelfs steeds beter als je kijkt naar hoe deskundigen over ons oordelen. In ons onderwijs groeide het percentage opleidingen dat door de NVAO geaccrediteerd wordt met 'goed' dit jaar van 16% naar 26%. We hebben geen opleiding (meer) in huis die in een wat heet ‘hersteltraject’ zit. Dat wil dus zeggen dat al onze opleidingen door de instantie die de overheid bij wet heeft ingesteld goedgekeurd zijn (en een groot gedeelte dus meer dan dat).

We hebben een mooi jaar achter de rug waar het gaat om de beoordeling van ons onderzoek. Waar een externe commissie van deskundigen twee jaar geleden nog de wenkbrauwen fronste toen ze kwamen kijken naar onze kwaliteitsborging, prees de zogeheten VKO ons dit jaar uitbundig. Daarbij zijn we trots op onze filosofie:  onderzoek nadrukkelijk  gebruiken om de kwaliteit van het onderwijs te bevorderen. Een mooi resultaat van veel collega's onder leiding van mijn collega-bestuurder Angelien Sanderman. Met als kers op de taart de recente accreditering van ons Kenniscentrum Zorginnovatie, onder leiding van Marleen Goumans: drie maal ‘goed’ en twee maal ‘excellent’ was het oordeel. Noem dat maar een kleine stap....

Onderwijs is mensenwerk. En dus is een belangrijke kwaliteitsindicator of ons personeel tevreden is. En dat toont het zich. Van onze mensen zegt 82% dat ze tevreden of zelfs zeer tevreden zijn. Dat percentage was vorig jaar 78%. Opvallend gegeven daarbij is dat we voor het eerst vaststellen dat de collega's die binnen de onderwijsinstituten werken zich tevredener tonen dan de collega's die bij de diensten werken. Die laatsten leveren een procent in. De eersten tonen een stijging van 76% naar 82%. We hebben het de diensten niet gemakkelijk gemaakt de afgelopen jaren. In omvang zijn we in korte tijd van 42% naar 37% (ten opzichte van het totaal aan personeel) gegaan en we hebben een forse reductie doorgevoerd van het aantal diensten (van 9 naar 4) en het aantal managers. En soms vergeten we onze waardering daarvoor expliciet te maken, hetgeen ik mezelf moet aantrekken.

We praten zo veel en zo vaak over ‘het onderwijs’ dat we lijken te vergeten dat goed onderwijs niet kan zonder huismeesters, roosteraars, ICT'ers, P&O-adviseurs, juristen, bestuurders, laboratoriummedewerkers, vastgoedbeheerders, onderwijsadviseurs, administrateurs, managers, enzovoorts, enzovoorts. Die toegewijde collega's snappen dat hun rol een dienstbare is en dat onderwijs onze kerntaak is. Maar zonder die dienstbare rol staat morgen het hele raderwerk stil. Dat mogen we niet vergeten, mag ik niet vergeten.

Studenten verdienen het best denkbare onderwijs. En om na te gaan of ons dat lukt, kun je het hen maar het beste zelf vragen. Voor de vierde keer op rij zeggen studenten tegen ons dat ze weer net wat meer tevreden zijn. In de zogeheten NSE (Nationale StudentenEnquête) gaan we afgerond van een 3,7 naar een 3,8 op een vijfpuntsschaal. Het omhoog kruipen van de NSE-score is typisch zo'n voorbeeld van kleine stappen vooruit. Klein maar heel betekenisvol. Onze kwaliteitsstrategie werkt. Een kwaliteitsstandaard neerzetten, teams uitnodigen zelf de noodzakelijke stappen te zetten en steun aanbieden heeft ertoe geleid dat we geen staart van opleidingen meer hebben die - weliswaar formeel geaccrediteerd - we van een te laag niveau vonden.

Aan de onderkant verbeteren lukt ons heel goed. We zien wel dat we wat moeite hebben door te stomen naar de top. We hebben topopleidingen in huis. Kijkend naar de Keuzegids zijn dat de voltijd opleidingen Leraar Aardrijkskunde, Verloskunde en Elektrotechniek Maar we zouden dat aantal eigenlijk groter willen zien. Van de 6- naar de 7,5 lukt ons beter dan van de 6,5 naar de 8 of 9..... Moeten we het in 2016 maar eens over hebben.

We leiden studenten op voor een arbeidsmarkt. Gelukkig laten recente signalen zien dat die arbeidsmarkt voor onze studenten aan het opknappen is. Voor sommige van onze opleidingen gloort zelfs weer de schaarste, zoals in delen van de techniek. Gelukkig groeien we ook in de techniek. Studeerde voorheen 20% van onze studenten techniek, nu is dat percentage 25%. We werken hard om ons goed met Rotterdam te verbinden. Ons model voor de Associate degree begint landelijk furore te maken. De afgelopen weken tekenden we samenwerkingsafspraken met het Erasmus MC, maar ook met de collega's van Codarts en de Erasmus universiteit. Voorbeelden van samenwerken waarbij we, onder leiding van collega's als Bert Reul, Roland van der Poel, Hans van der Moolen en Roger Teeuwen, onze studenten nog beter op een (Rotterdamse) toekomst willen voorbereiden. De indicator  die we hanteren om te beoordelen of ons dat lukt (uit de HBO-monitor) is wat onbeweeglijk. We scoorden in zowel 2014 als in 2015 een 6,8. Daar kunnen we nog winst pakken.

Op één terrein is er werk aan de winkel: studiesucces. Het jaar 2015 stond in het teken van het zich steeds nadrukkelijker opdringende besef dat we ondanks al onze groeiende kwaliteit op één punt terrein verliezen. Dat stelden we eind 2014 ook vast en dat vraagstuk verdiept zich. Te veel studenten vallen uit, te veel studenten doen er te lang over. Dat laatste is goed te illustreren door te kijken naar onze instroom en totale studentpopulatie. Op 1 oktober 2015 had de hogeschool 34.489 bachelor en Ad studenten. Vorig jaar op hetzelfde moment waren dat er 33.562. Bijna 1000 minder dus. De toename is vooral veroorzaakt doordat zittende studenten minder snel afstuderen. Qua instroom is er sprake van een stabilisatie ten opzichte van vorig jaar (1 september 2015: 11.130 eerstejaars Ba/Ad-studenten, 1 september 2014: 11.147 eerstejaars Ba/Ad-studenten).

Toch boeken we hier ook winst. De eerste indicaties laten zien dat bij het - qua langstudeerders - kwetsbare onderwijsinstituut waar onze financiële opleidingen zijn ondergebracht het aantal langstudeerders af begint te nemen. Bij onze internationale economische opleidingen (Rotterdam Business School) en sociale opleidingen laten collega's als Anneke Kistemaker en Jean-Marie Molina zien hoe je met een aanpak van duidelijke doelen stellen, goede afspraken maken, studenten uitdagen en helpen, studenten kunt aanzetten alsnog op een goed niveau af te studeren.

We krijgen conceptueel greep op het vraagstuk en delen dat ook in de vorm van publicaties (Het essay ‘Kwaliteit in de klas’) en lezingen, zoals op het grote Studiesucces-congres in Zwolle. Het  denkwerk en de analyse van mensen als Erwin van Braam, Izaak Dekker en Maaike Bajwa is hierin onmisbaar. De hogeschool pakt die handschoen op en toont haar maatschappelijke verantwoordelijkheid. Dat kleine stapje vooruit gaat er hier ook komen.

Het jaar nadert zijn einde. Het is snel voorbij gegaan en was soms ook heftig. Als hogeschool zijn we ook een gemeenschap van mensen, een aantal daarvan is ons dit jaar ontvallen. Ook bij hen staan we een moment stil zo aan het einde van het jaar. Parijs hield ons bezig en al die andere aanslagen, waar dan ook in de wereld. De sfeer in de wereld bepaalt voor een deel de sfeer in de klas.

Veiligheid is bij ons een issue, zoals overal in de samenleving, waar we in mijn ogen alert mee bezig zijn. Niet alleen geïnspireerd door die sluimerende angst die zich van ons meester maakte na Parijs, maar ook door het besef dat zorg, openheid in debat en respectvolle omgang met elkaar als waarden uit te dragen. Onze nieuwe toezichthouders werken vanuit dat doel. Ook hier tonen we ons optimistische gezicht, als we laten zien het gesprek gewoon voort te willen zetten, zoals op die maandagavond eind november waarbij docent van onze Lerarenopleiding Maatschappijleer Djoeke Maduro-Tasma en studenten Annelou Molendijk en Rachid Jemaoui het maatschappelijke debat vertaalden naar de vraag: “Wat betekent dit alles voor ons onderwijs?”.

Door een paar mensen te noemen, eer ik hun bijdrage aan de hogeschool in het bijzonder. Dat is risicovol, want we hebben nog ruim 3.400 andere collega's die elke dag heel hard werken om studenten die mooie opleiding en dus toekomst te bezorgen. Weet dat ik het grootste respect heb voor hun bijdragen en hen veel dank verschuldigd ben voor wat we dit jaar gepresteerd hebben.

Ik wens onze collega's, de mensen en organisaties waar we mee samenwerken, eenieder die dit leest, een warme en vreedzame Kerst toe.

Over de auteur

Ron Bormans - Voorzitter College van Bestuur

Ron Bormans (1957, te Schinnen, Zuid-Limburg) mag zich verheugen in een lange periode van ontmoetingen in en met het hoger (beroeps)onderwijs. Tijdens zijn studies: Natuurkunde (propedeuse) in Eindhoven en Politicologie / Bestuurskunde in Nijmegen. Maar ook in zijn loopbaan. Hij werkte o.a. als plv. directeur HBO en directeur Studiefinanciering bij OCW. Daarnaast was hij consultant bij Capgemini. Op dit moment geeft hij leiding aan Hogeschool Rotterdam als bestuursvoorzitter, een functie die hij eerder bekleedde bij de HAN. Maar hij deed ook de HvA en Inholland aan en hield toezicht op onderwijsprogramma's als directeur NQA.

Elke twee weken is de nieuwe blog-post ook te volgen op Twitter via @ronbormans1.

We gebruiken cookies om de website te verbeteren.