Over het project
Geelzucht komt vrijwel bij alle te vroeg geboren kinderen voor en wordt veroorzaakt door een onrijpe lever in combinatie met de afbraak van rode bloedcellen. Wanneer het bilirubinegehalte boven een vastgestelde grens komt, wordt het kind behandeld met lichttherapie. Hoewel deze behandeling effectief is, kan zij ook belastend zijn, onder andere door langdurige blootstelling aan licht, frequent bloedprikken en beperking van huid‑op‑huidcontact met ouders.
De huidige Nederlandse behandelgrenzen zijn relatief laag en streng. In het Verenigd Koninkrijk worden hogere grenzen gehanteerd, wat leidt tot minder behandelingen. Er is echter geen goed wetenschappelijk bewijs welke aanpak het beste en veiligste is voor zeer premature kinderen.
Het B‑NICE‑project is een landelijke, multicentrische gerandomiseerde studie waarin beide behandelstrategieën met elkaar worden vergeleken. De nadruk ligt op de vraag of minder intensieve behandeling leidt tot:
- minder en kortere lichttherapie,
- minder bloedafnames,
- meer ruimte voor ouder‑kind contact,
zonder negatieve gevolgen voor de neurologische ontwikkeling van het kind op tweejarige leeftijd.
Het project bouwt voort op eerder ZonMw‑onderzoek (BARTrial) en maakt gebruik van de bestaande landelijke neonatologie‑infrastructuur.
Binnen het B‑NICE‑project worden kennis en ervaringen benut voor onderwijs en opleiding van zorgprofessionals. Artsen in opleiding, verpleegkundigen en neonatologen worden actief betrokken bij de uitvoering en interpretatie van het onderzoek.
De resultaten worden verwerkt in richtlijnen, scholingsmaterialen en onderwijsprogramma’s binnen de neonatologie en kindergeneeskunde. Zo draagt het project bij aan evidence‑based onderwijs en aan het opleiden van professionals die zorgbewust en patiëntgericht werken.
Het B‑NICE‑project levert onderbouwd inzicht op in de optimale behandeling van geelzucht bij te vroeg geboren kinderen. Verwachte resultaten zijn:
- minder onnodige medische behandelingen;
- minder belasting voor kind en ouders;
- behoud van veilige neurologische ontwikkeling;
- verbetering van ouder‑kindbinding door meer huid‑op‑huidcontact;
- efficiënter gebruik van zorgcapaciteit op de NICU.
De resultaten worden gebruikt voor het aanpassen van nationale richtlijnen en voor brede implementatie in de neonatale zorg.
Het project wordt uitgevoerd door alle Nederlandse NICU’s binnen het landelijke Neonatologie Netwerk (N3). Er is nauwe samenwerking tussen academische ziekenhuizen, topklinische centra en Care4Neo, de landelijke ouderorganisatie voor ouders van te vroeg geboren kinderen.
De samenwerking is gericht op gezamenlijke kennisontwikkeling, landelijke implementatie en actieve betrokkenheid van ouders.
Projectfeiten
|
Looptijd 2026-2029 |
Financiering ZonMw – Programma Zwangerschap en Geboorte III |
Lectoraat |


