De zorg staat in Nederland onder druk, terwijl de behoefte aan palliatieve zorg toeneemt. Hierdoor krijgen naasten steeds meer zorg- en ondersteuningstaken, waarvoor zij zich vaak onvoldoende voorbereid voelen. Dit vergroot het risico op overbelasting. Verpleegkundigen willen naasten hierin ondersteunen maar missen vaak een systematische aanpak om hun ondersteuningsbehoeften tijdig in kaart te brengen. In Nederland is de COM-interventie beschikbaar, een gespreksinterventie die oorspronkelijk in Cambridge is ontwikkeld (onder de naam CSNAT-Intervention) en door de onderzoeksgroep is vertaald en aangepast voor de Nederlandse palliatieve zorg. De COM-interventie helpt zorgverleners om met naasten in gesprek te gaan over hun behoeften bij het zorgen voor en zorgen om de patiënt. Samen worden afspraken gemaakt en een passend ondersteuningsplan opgesteld. Ondanks de beschikbaarheid van de interventie blijft brede toepassing in de praktijk achter en is er nog onvoldoende bekend welke factoren de implementatie in verschillende zorgsettings beïnvloeden.
Dit project heeft als doel de implementatie van de COM-interventie in diverse zorgcontexten te evalueren en op basis daarvan een praktisch implementatieplan te ontwikkelen voor brede en duurzame opschaling binnen de palliatieve zorg.
De interventie wordt ingevoerd in verschillende zorgomgevingen, waaronder drie teams van thuiszorgorganisatie Curios in stedelijke en landelijke gebieden, een hospice en een beademingsafdeling in verpleeghuis Pniël. Het project wordt uitgevoerd in samenwerking met Hogeschool Rotterdam, MantelzorgNL en Erasmus MC. De implementatie volgt een gefaseerd stappenplan (oriëntatie, inzicht, acceptatie, verandering en borging). Tijdens het project worden belemmerende en bevorderende factoren onderzocht en vertaald naar een implementatieplan dat brede toepassing van de interventie ondersteunt.
Studenten worden actief betrokken bij dit project. Binnen minoren en afstudeerprojecten voeren zij literatuur- en praktijkonderzoek uit en leveren zij een waardevolle bijdrage aan het project. Gedurende de hele looptijd van het project participeert ook een docent-onderzoeker actief in de uitvoering.
Met dit project ontwikkelen we inzicht in hoe de COM-interventie succesvol kan worden ingevoerd in Nederland. Op basis van de opgedane kennis stelt de projectgroep een implementatieplan op dat ook gebruikt kan worden door andere zorgorganisaties. Daarbij ontwikkelt de projectgroep praktische hulpmiddelen voor onder andere scholing, implementatie en borging.
De kennis en ervaringen uit het project krijgen ook een plek in het onderwijs, bijvoorbeeld in onderwijsmaterialen, praktijkopdrachten en casuïstiek. Daarnaast deelt de projectgroep de resultaten via publicaties, presentaties, factsheets en andere kennisproducten.
Het project draagt uiteindelijk bij aan betere ondersteuning van naasten en een effectievere samenwerking en communicatie tussen zorgverleners en naasten, en zo aan het voorkomen van overbelasting. De resultaten zijn relevant voor naasten en patiënten én voor (toekomstige) zorgprofessionals en organisaties binnen de palliatieve zorg.
Dit project wordt uitgevoerd in samenwerking met verpleeghuis Pniël en thuiszorgorganisatie Curios. Samen bieden zij palliatieve zorg in verschillende zorgcontexten, waaronder een hospice, een beademingsafdeling en de thuissituatie, in zowel stedelijke als landelijke gebieden. Hierdoor wordt een diverse groep patiënten en naasten bereikt en ontstaat een goede basis om de toepasbaarheid en toekomstige opschaling van de COM-interventie te onderzoeken.
Daarnaast zijn Hogeschool Rotterdam, Erasmus MC en MantelzorgNL betrokken als projectpartners. Zij nemen deel aan de projectgroep en dragen actief bij aan het onderzoek, de implementatie, de borging en de verdere opschaling van de interventie.
|
Looptijd mei 2026 - |
Financiering ZonMw, programma Palliantie II |
Lectoraat |


