Ga direct naar de content

Ontmoeting 35

Ik geloof dat er maar weinig werelden zijn waarin de (lange) zomer zo’n belangrijke demarcatie is als in het onderwijs. Het werken naar de zomer toe en het werken vanuit de zomer is nergens zo diepgeworteld als in onze wereld. Ik heb het er lang moeilijk mee gehad, deze abnormaliteit, heb het lang gezien als een uniciteit die je niet moet ambiëren, maar ben tot de conclusie gekomen dat het bij ons hoort, dat het ooit zal normaliseren, maar dat grote stappen ons niet daar zullen brengen, maar de ‘evolutie’ zijn werk moeten laten doen.

Zomer

Ik geloof dat er maar weinig werelden zijn waarin de (lange) zomer zo'n belangrijke demarcatie is als in het onderwijs. Het werken naar de zomer toe en het werken vanuit de zomer is nergens zo diepgeworteld als in onze wereld. Ik heb het er lang moeilijk mee gehad, deze abnormaliteit, heb het lang gezien als een uniciteit die je niet moet ambiëren, maar ben tot de conclusie gekomen dat het bij ons hoort, dat het ooit zal normaliseren, maar dat grote stappen ons niet daar zullen brengen, maar de 'evolutie' zijn werk moeten laten doen.

Er zijn voldoende redenen om de lange vakanties in het onderwijs ter discussie te stellen. De belangrijkste reden is de destructieve verstrengeling van twee geliefden / vijanden, te weten Vakantie en Werkdruk. Laten we hen V en W noemen. In de beste traditie van het Wiskundemeisje, zou je V en W in hun onderlinge verhouding kunnen zien als een evenwichtsvergelijking: V + W = C. Anders gezegd: hoe groter V hoe kleiner W, in ieder geval de beleving daarvan. Hoeveel docenten hoor je niet beweren dat de werkdruk acceptabel is, omdat er een beloning is, te weten die lange vakantie. En tegelijkertijd zijn V en W in een andere, lineaire, vergelijking te vangen: W = C' x V, oftewel hoe langer de vakantie, hoe meer moet gebeuren in een kortere periode, met alle st­­­ress verhogende factoren van dien. Twee vergelijkingen die onoplosbaar zijn. We kennen de constanten C en C' niet en je wiskundeleraar kan je uitleggen dat twee vergelijkingen met meer dan twee onbekenden, onoplosbaar zijn. In die onoplosbaarheid van die twee vergelijkingen is het periodiek oplaaiende debat te vangen, waarbij soms commissies of (over)moedige managers de vraag opwerpen of het misschien wat minder kan met V, ten gunste van W om vervolgens te schrikken van het geluid van de aanhangers van de evenwichtsvergelijking.

Ik zelf ben niet zo'n (over)moedige manager. Ik weet niet of dat goed of fout is, maar ik ben die vakanties gaan zien als iets dat bij het onderwijs hoort. Dat is vooral het gevolg van gesprekken met de betere, hardwerkende en toegewijde docent. Die zien heel goed het dilemma van de beide vergelijkingen, maar hebben hun leven geplooid naar het ritme van de vakantie. Zijn druk gaan accepteren omdat uiteindelijk die beloning komt en hebben overigens de afgelopen jaren gezien dat de extreem rijke beloning van heel lange vakanties wat begint af te kalven tot een mooie beloning van de lange vakantie. Opgemerkt moet worden dat er een zekere spreiding is bij docenten in de zomerperiode. Zo kunnen zij vroeger of later vertrekken om bijvoorbeeld aanwezig te zijn voor het verzorgen van summer courses, of om op tijd terug te zijn voor introductiedagen.

Ik ben ook gaan inzien dat dat ritme rondom vakantie een soort jaarrooster met zich meebrengt, waar we met zijn allen de gevangene van zijn. Met als gevolg extreme drukte in juni en begin juli (afronding van het jaar en het 'klaarzetten' van het nieuwe jaar), de mantra "daar moeten we het maar eens na de zomer over hebben" die we ongeveer vanaf de derde week van juni uitwisselen, de harde ritmiek van extreme drukte in de eerste week van juli, beginnende rust in de tweede week en stilte in de periode half juli / half augustus. En daarna komen de gebouwen weer tot leven, docenten druppelen binnen, studenten lopen zoekend rond op zoek naar hun summercourse of studiekeuzegesprek. En vervolgens exploderen onze gebouwen, komen vrij plotseling tot leven, maar zuchten ook onder de instroom van - in ons geval - ongeveer 12.000 nieuwe studenten

In die vier weken van betrekkelijke rust komen de bouwvakkers binnen, de installateurs, elektriciens, ICT-deskundigen, de mensen die de vloeren vernieuwen of oppoetsen; breken er drukke weken aan voor onze mensen van de administratie, is er een bezetting van huismeesters en andere ondersteuners die 'gewoon' doorwerken.

In die periode is het voor mij tijd om 3 weken te genieten van - in dit geval - Frankrijk. Dit jaar meldde de hogeschool zich soms op vakantie, Nederland zeer frequent. In Frankrijk heb ik de gewoonte elke dag - dat wil zeggen zo lang de Tour de France haar pagina's vult - de Midi Libre te lezen (nou ja, lezen, ik probeer dat krantje op basis van drie jaar Frans te ontcijferen); een krant met veel regio-nieuws (waar worden welke stieren nu weer door de straten gejaagd?), veel sport (in het bijzonder de Tour dus), een beetje Parijs en een heel klein beetje buitenland. Nederland was uitzonderlijk prominent aanwezig sinds het neerhalen van het vliegtuig in Oekraïne. De redactie plaatste vaak indrukwekkende foto's van konvooien van auto's met omgekomen landgenoten en vergrootte enorm het gegeven uit dat er een dag van nationale rouw zou zijn, in een land dat een dergelijke dag niet meer gehad had sinds het overlijden van koningin Wilhelmina. Deze tragedie kwam ook via de mail bij me binnen. Er was een kans dat er studenten van ons in dat vliegtuig zouden zitten en meteen kwamen collega's in actie om dat te checken; bleek niet zo te zijn, wel familie van een collega.

In zo'n eerste week van de vakantie meldt de hogeschool zich overigens vaker: een incident rondom een verbouwing, collega's die op plekken komen waar ze niet mogen komen, met als gevolg dat de bouwplek volledig moet worden afgesloten, mails over de ontwikkeling van studentenaantallen (we lijken hard te gaan groeien, vooral in de hoek van de techniek), de afwikkeling van een aanbesteding, rapportages over de stand van zaken met betrekking tot de studiekeuzechecks; ik word uitgenodigd reactie te geven op een aantal brieven en notities die nog namens de hogeschool uit moeten.

En dan (begin augustus) is het echt stil en zijn er dagen dat nauwelijks tot geen mails meer binnen komen… Dat is de week dat het hoger onderwijs en de hogeschool even afwezig lijken te zijn. Vind ik mijn rust, voornamelijk op de fiets, met als jaarlijks hoogtepunt mijn 'Bedevaart' naar de Ventoux (dit jaar met mijn oudste zoon die mij overigens helemaal zoek reed….).

Maandag 18 augustus ben ik weer begonnen, in een week die zich het beste laat vergelijken met de derde week van juli. Plukjes collega's werken heel hard in overigens levenloze gebouwen. Op zo'n dag kun je je niet voorstellen dat over 7 dagen alles er piekfijn bij moet liggen om al die nieuwe studenten te verwelkomen, maar dat gaat het geval zijn. En dan stromen al die uitgeruste collega's weer binnen en zetten zich aan hun taak om weer een nieuwe generatie jonge mensen op te leiden tot professionals.

Helemaal volgetankt met V om weer snel W op niveau te krijgen...

Over de auteur

Ron Bormans - Voorzitter College van Bestuur

Ron Bormans (1957, te Schinnen, Zuid-Limburg) mag zich verheugen in een lange periode van ontmoetingen in en met het hoger (beroeps)onderwijs. Tijdens zijn studies: Natuurkunde (propedeuse) in Eindhoven en Politicologie / Bestuurskunde in Nijmegen. Maar ook in zijn loopbaan. Hij werkte o.a. als plv. directeur HBO en directeur Studiefinanciering bij OCW. Daarnaast was hij consultant bij Capgemini. Op dit moment geeft hij leiding aan Hogeschool Rotterdam als bestuursvoorzitter, een functie die hij eerder bekleedde bij de HAN. Maar hij deed ook de HvA en Inholland aan en hield toezicht op onderwijsprogramma's als directeur NQA.

Elke twee weken is de nieuwe blog-post ook te volgen op Twitter via @ronbormans1.

We gebruiken cookies om de website te verbeteren.