Ga direct naar de content

Ontmoeting 16

Bormans zaagt docenten door voor een accreditatie, verzint met de opleidingen bij EAS een oplossing voor een 'wiskundeprobleem' en filosofeert tijdens een boottocht over een 'organisatievraagstuk'.

Dinsdag 10 september: doorzagen

Opleidingen in het hbo worden een keer in de zes jaar geaccrediteerd. Zoals ik het mensen buiten het wereldje altijd uitleg: een keer in de zes jaar komt een commissie langs en die kijkt of onze vergunning verlengd kan worden omdat de kwaliteit aan de maat is. Onze opleiding Financial Services Management is aan de beurt in een lange rij van opleidingen in het financiële domein. De instituutsdirecteur heeft mijn aanbod aanvaard om de betreffende onderwijsmanagers eens 'lekker door te zagen' als voorbereiding. Tenslotte is accrediteren ooit mijn vak geweest. En dus werk ik me de avond van tevoren door een paar centimeter papier heen en probeer de beide managers het vuur na aan de schenen te leggen. Ze slagen aan mijn tafel met vlag en wimpel en datzelfde gaat de week daarna ook gebeuren met het echte panel.

Dat is sinds kort niet meer een vanzelfsprekendheid. Opleidingen - breed in het land - blijken meer dan in het verleden moeite te hebben de accreditering in een keer te verwerven. Met name standaard drie (niveau van het onderwijs en de toetsing) leidt nog al eens tot het verdict: gij zult een herstelperiode ondergaan. Hoewel dat hier en daar nogal wat nervositeit teweegbrengt (angst voor reputatieschade) is dit allemaal in de kern goed nieuws. De commissie Veerman - waar ik deel van uit mocht maken - heeft ons alweer een paar jaar geleden de eenvoudige boodschap voorgehouden: kwaliteit en niveau moeten omhoog in het hbo. En het hbo zit onmiskenbaar in een opwaartse beweging. Niet alleen stijgt de gemiddelde studenttevredenheid elk jaar, de lat van de accreditering kent ook een opgaande lijn. En niet alle opleidingen zijn in staat in datzelfde tempo die inhoudelijke kwaliteitsslag te leveren. Met name de 'doenerige' hbo-opleidingen blijken kwetsbaar te zijn. Ze leveren goede professionals af en moeten nog een stap zetten opdat de 'reflectieve professional' wordt afgeleverd. En een enkele opleiding is net wat te laat wakker geworden. Hallo, 'wake up', de samenleving eist kwaliteit. En terecht.

Donderdag 25 september: oefenen, oefenen en nog eens oefenen

Kwaliteit is een groot thema en soms wat ongrijpbaar. Terwijl een eenduidig beeld van wat kwaliteit is, absoluut noodzakelijk is om eendrachtig aan kwaliteitsverbetering te werken. Kwaliteit is vandaag het thema van het bilaterale overleg tussen het College van Bestuur en de leiding van ons instituut Engineering en Applied Science (EAS), waar de meeste technische opleidingen in ondergebracht zijn. In het kader van ons kwaliteitsprogramma Focus ligt de vraag voor wat de drie belangrijkste thema's zijn die binnen het instituut aangepakt moeten worden. Maar ook: hoe kan het College van Bestuur daarbij helpen. We zijn voor onszelf financiële ruimte aan het creëren door centrale stimuleringsprogramma's af te bouwen en door reductie van de overhead en willen graag ideeën steunen die direct een effect op de kwaliteit van het onderwijs hebben. Het gesprek zoomt vanuit de grote thema's in op het vraagstuk van wiskunde. De wiskunde heeft het moeilijk en studenten hebben het moeilijk met wiskunde.

In de media is een discussie ontstaan over welke soort wiskunde effectief is. De discussie begint met een polemiek van een Rotterdamse wiskundelerares. Er manifesteert zich een tegenstelling tussen het ouderwetse leren/stampen/oefenen waarbij de wiskunde gezien wordt als een eigenstandig domein en 'modernere' vormen waarbij de wiskunde in de context geplaatst wordt. Waarbij geprobeerd wordt via een interessante context de belangstelling voor wiskunde aan te wakkeren ("Waarom moet ik dit allemaal leren?"), in de hoop een meer actieve en leergierige student te kweken.

Waarom stoppen we alles in het onderwijs in een keuze voor het een of het ander? Waarom maken we van alles een ideologie? Het lijkt mij heel goed dat we voortdurend proberen bij vakken als wiskunde duidelijk te maken waarom het moet gebeuren, wat de betekenis is en dus proberen de aantrekkelijkheid van het vak en de motivatie van studenten te vergroten. Maar het is ook een vak in zichzelf, dat gewoon geleerd moet worden en vooral: waarin geoefend moet worden. De piloot komt nergens zonder zijn vlieguren, de voetballer kan niet zonder al die avonden tegen het muurtje trappen (tot wanhoop van de buurvrouw) en onze studenten moeten vakken als wiskunde gewoon oefenen, oefenen en oefenen.

Onze mensen van EAS hoef ik dat niet uit te leggen. In het overleg spreken we af dat de opleidingen met een voorstel komen voor de inrichting van een lokaal waar permanent docenten/begeleiders aanwezig zijn en waar studenten kunnen oefenen en oefenen. Weer een stap verder.

Zaterdag 28 september: the art of organizing

De tjalk van schipper Gouke nadert Rotterdam. De tjalk heet 'Twee Schavuiten' maar aan boord zijn vier mannen uit de wereld van het mbo, grafische industrie, ondernemerschap en hbo. We varen via Delft en komen op de Maas via de Coolhaven. Ik maak foto's van onze gebouwen en twitter die rond. Blijft bijzonder om zo'n stad te zien vanaf een boot. Gouke is stil. De Maas imponeert en hij is de man die ons veilig richting Haringvliet moet navigeren.

De 'Twee schavuiten' is een stevige, stalen boot, maar valt in het niet bij het passerende containerschip, met een boeggolf die je niet mag onderschatten. Twee uur later zitten we aan een biertje op het achterdek met een laatste glimp van de avondzon en is er weer tijd voor ons gesprek. Gouke vertelt over het succes van zijn inmiddels verkochte bedrijf. Zijn moraal: organiseren, organiseren en nog eens organiseren. Over een strategie van niet meer groeien omdat sprake is van een optimale schaal, met een daarop aangepaste overhead. En toen werd er geld verdiend. Omdat 50% van het gezelschap in het onderwijs werkt, proberen we deze gedachte te verplaatsen naar het onderwijs en stellen weer eens vast dat organisatiekwaliteit niet onze grootste is. We zijn bezig met inhoud, ontwikkelen concepten en vernieuwen (net iets te vaak), maar focussen onze denkkracht te weinig op de vraag hoe het goed te organiseren. En dan is het niet zo vreemd dat studenten vaak via enquêtes tegen ons zeggen dat ze de inhoud mooi vinden, docenten van niveau, maar dat het allemaal net wat beter georganiseerd zou moeten worden. Ik wil graag een regel instellen: we veranderen alleen nog maar als we zeker weten dat een en ander uitvoerbaar is. Een vanzelfsprekendheid die nog niet vanzelfsprekend is.

We gaan de stad in en laten het thema achter. Het gesprek verschuift naar muziek, onze gezinnen, Rotterdam/Amsterdam, onze jeugd, maar ook de vraagstukken van leven en dood. En: (flauwe) grappen die niet allemaal in deze blog naverteld kunnen worden..... 

Donderdag 3 oktober: optimisme

We vergaderen in Utrecht als voorzitters van hogescholen zo'n vijf keer per jaar en dan passeren veel thema's onze revue. Op de agenda staat de afronding van een tweejarig traject 'vernieuwing techniek' waar ik als portefeuillehouder heel veel tijd in gestoken heb. In overleg met hogescholen, maar ook buitengewoon intensief overleg met het bedrijfsleven op alle niveaus, hebben we gezocht naar een optimale positie tussen beperking van het aanbod ("studenten en bedrijven zien door de bomen het bos niet meer") en proliferatie van het aanbod ("studenten en bedrijven herkennen zich niet in dat brede aanbod"). Wat voor ons ligt is een compromis, dat voor een deel vernieuwend is (we definiëren een nieuw domein 'creative technology' in het verlengde van de corresponderende topsector), dat alle techniekopleidingen onderbrengt in zes duidelijke domeinen, maar dat ook is blijven steken op een reductie van het aantal opleidingen van 65 naar 30. De hogescholen stemmen in, met hier en daar nog een laatste poging een licentie te schrappen of bij te plaatsen. Conclusie: het compromis helpt ons verder, niet alleen omdat nu onze mensen een robuuster kader hebben om binnen de regio en de stad techniekonderwijs te ontwikkelen dat zowel aantrekkelijk is als ook het regionale bedrijfsleven bedient. Maar zeker ook omdat we al ons aanbod nog eens indringend met het bedrijfsleven en de overheid besproken hebben en daarmee van een nieuwe legitimatie hebben voorzien. Combineer dat met de nu al bestaande groei van de instroom (+8%) en er is alle reden voor optimisme.

Die middag spijbel ik een paar uurtjes. Ik ga met mijn schoonvader Eduard (boer, 93) naar een tentoonstelling over de ruilverkaveling in het Land van Maas en Waal in de jaren '50. Eduard heeft daar gepionierd, zoals het zo mooi heet. Als we nog eens op zoek zijn naar voorbeelden van de maakbaarheid van de samenleving, naar periodes in onze geschiedenis dat we ons niet uit de crisis wilden praten, maar met de schop in de hand, dan zou ik die periode nog maar eens bestuderen. Wat een energie, wat een optimisme.

Over de auteur

Ron Bormans - Voorzitter College van Bestuur

Ron Bormans (1957, te Schinnen, Zuid-Limburg) mag zich verheugen in een lange periode van ontmoetingen in en met het hoger (beroeps)onderwijs. Tijdens zijn studies: Natuurkunde (propedeuse) in Eindhoven en Politicologie / Bestuurskunde in Nijmegen. Maar ook in zijn loopbaan. Hij werkte o.a. als plv. directeur HBO en directeur Studiefinanciering bij OCW. Daarnaast was hij consultant bij Capgemini. Op dit moment geeft hij leiding aan Hogeschool Rotterdam als bestuursvoorzitter, een functie die hij eerder bekleedde bij de HAN. Maar hij deed ook de HvA en Inholland aan en hield toezicht op onderwijsprogramma's als directeur NQA.

Elke twee weken is de nieuwe blog-post ook te volgen op Twitter via @ronbormans1.

We gebruiken cookies om de website te verbeteren.