Ontmoeting 114 | Best een aardige spanning, die 24 volt

“Ik denk dat ik ga proberen de komende weken net wat meer ‘thuis’ te zijn.” Met die verzuchting eindigde ik twee weken geleden mijn laatste blog en ging het weekeinde in. Dat was na twee weken die heel erg in het teken hadden gestaan van de ‘grote verhalen’. Nu blijf ik wat dichter bij huis, met een bezoek aan een aantal van onze opleidingen.

Zoiets is nodig, want als bestuurder moet je blijvend verbonden zijn met de school zelf. Je bent aangesteld om een organisatie te helpen de grote opvatting te vinden, te definiëren waar je als school voor staat en wie je bent. Je zou kunnen zeggen dat je er als bestuurder voor moet zorgen dat de organisatie een strategie heeft. Interessant is om verder te kijken naar wat dat zorgen dan betekent. De denker die mij in dit verband het meeste geholpen heeft – vooral door zijn veelzijdigheid – is (ik zou bijna zeggen: uiteraard) de Canadese managementwetenschapper Henry Mintzberg.

Strategie als perspectief

Mintzberg onderscheidt verschillende manieren waarop een strategie tot stand komt: met een plan, door het te laten ontstaan (‘emergent’), door positie te kiezen en in onderlinge concurrentie. De meest fascinerende – en inspirerende – vind ik altijd ‘strategie als perspectief’. In die opvatting is strategie een uitdrukking van kernwaarden. Zij zijn bij voorkeur verankerd in de organisatie en ‘sturen’ door die verankering het gedrag van mensen binnen de organisatie. Als we allemaal gedreven worden door die ene waarde, hoeft niemand ons meer aan te zetten tot handelen vanuit die waarde. Zeker voor professionele organisaties, waar ‘strategie als plan’ de meest gebruikte vorm van strategievorming is en die vaak weinig effectief blijkt te zijn, is dat een aantrekkelijk perspectief.

Dinsdag 12 juni, 11.00 – 12.00 uur: intensiteit als centraal begrip

We hebben onze procedures hoe we omgaan met naderende visitaties / accrediteringen omgegooid. Voorheen hadden we aan de ene kant de opleiding die zich met hulp van de staf voorbereidde op een visitatie. En aan de andere kant hadden we onze interne controleurs die toezicht hielden. Het bestuur had in aanloop naar de visitatie een laatste gesprek met de opleiding om vast te stellen of ‘we’ er klaar voor waren. Een op controle gerichte systematiek, in de wetenschap dat de controle nooit sluitend te krijgen is. Controleurs en bestuurders hebben nooit die breedte van expertise in huis waarmee zij ook betrouwbare uitspraken kunnen doen over de inhoud van de opleiding.

Dus doen we het nu anders. De controle blijft op tastbare punten die ook voor de niet-ingewijde te controleren zijn (kwaliteit van onderbouwing, logica in de redenering, validiteit van de procedures), maar we organiseren ook ‘gewoon’ gesprekken met de opleidingen. Daarin proberen we een professioneel spannend en uitdagend klimaat te creëren, waardoor de opleiding zich uitgedaagd voelt kritisch te reflecteren op zichzelf. En met als aansporing de visitatie zo zelfkritisch, maar ook zelfbewust mogelijk, in te gaan. We oefenen die benadering nu bij opleidingen die evident 'goed' zijn en waarbij het halen van de visitaties buiten enige twijfel staat.

Professionele identiteit

Facility Management is zo’n opleiding. Parameters als studenttevredenheid staan op groen en de opleiding wordt gedragen door een zelfbewust en professioneel team. In het gesprek gaan we op zoek naar het onderscheidende kenmerk van deze opleiding. We geloven binnen de hogeschool heel erg in de kracht van een duidelijke professionele identiteit van een opleiding; een identiteit die te herleiden is naar wat onze studenten als ze eenmaal afgestudeerd zijn mee zouden moeten krijgen, en die te herleiden is naar onze curricula én – niet in de laatste plaats – naar de professionaliteit van onze mensen. Na wat zoeken doet de directeur van het instituut waar de opleiding onder valt een suggestie om het begrip ‘intensiteit’ te gebruiken als het dragende begrip. De opleiding wil graag dat de facilitair manager gedreven wordt door die waarde (gebruiker centraal, intensiteit in de dienstverlening) en probeert diezelfde waarde in het onderwijs te stoppen (programmeren op sterke verbinding met studenten en een krachtige pedagogiek). Het werkt.

Na afloop geeft de scheidende onderwijsmanager, Hans Ronteltap, mij een hand. Hij gaat met pensioen. Ik geef hem mee dat het een heerlijk gevoel moet zijn om afscheid te nemen van ‘zijn’ opleiding met zo’n kwaliteit.

Woensdag 13 juni, 9.00 – 10.30 uur: “Zijn er dan niet soms spanningen in de groep?”

Een vergelijkbaar gesprek, nu met de collega’s van Elektrotechniek. Mooie opleiding. Ze gaat er regelmatig vandoor met de titel Topleiding Keuzegids. Ook dit jaar weer. In het kader van het nieuwe denken over accreditering nodigen we opleidingen uit wat meer vormvariaties in de accrediteringen aan te brengen. Deze opleiding kiest ervoor ons ‘op te warmen’ met een drietal studentenprojecten. Omdat het leuk is, maar vooral ook omdat ze de kern van het onderwijs representeren. We zien een groepje studenten aan de slag met zonnepanelen. Een nieuwe technologie moet daarin nog geoptimaliseerd worden zodat heftige pieken en dalen hanteerbaar worden. We gebruiken het beeld van het openen van de sluis bij weinig energieproductie en het dichtzetten en opvangen als de energieproductie overvloedig is. Een tweede groep bestaande uit eerstejaars is bezig met het zelf bouwen van een zelfrijdend robot-autootje. Eén van de jongens vertelt enthousiast dat de spullen die ze van de school gekregen hadden niet pasten en dat ze dus zelf zijn gaan bouwen (beter gezegd, we leven in 2018: gaan printen).

Contextrijk onderwijs

Contextrijk onderwijs. Dat is het begrip dat we centraal stellen in onze strategie. Onderwijs dat, zeker in de eerste meer gestructureerde fase van de studie, de basis aanreikt om de complexe vraagstukken aan te pakken. Maar ook onderwijs dat studenten in de context plaatst van de vraagstukken van nu. Zonder dat woord te gebruiken, is dat de kern van onze opleiding Elektrotechniek. En soms gaat het daarbij om projecten waarvan betrokken bedrijven ook niet weten hoe het moet. Daarmee nodigen we studenten uit het onbekende op te zoeken en helpen we hen tijdens die zoektocht door hen te voorzien van methoden en techniek, en met de basiskennis!

Keuzes durven maken

Daarbij past het dat opleidingen ook keuzes durven te maken welke elementen van die context zij van belang vinden. Elektrotechniek doet dat door twee van de landelijk vastgestelde thema’s heel belangrijk te maken: embedded systems en energietechniek. Omdat dat thema’s zijn die bij Rotterdam passen én thema’s waarin onze docenten aantoonbaar deskundig zijn. En waarbij we ook een Rotterdams thema durven laten liggen: industriële automatisering - omdat dat ons wat minder past qua expertise. Bedrijven en studenten die dat thema van groot belang vinden, verwijzen we collegiaal naar onze collega’s in Breda, die dat specialisme groot gemaakt hebben.

Op bezoek bij de opleiding Elektrotechniek

Het derde project gaat over het meten van een baby in een couveuse. Als dat elektronisch zou kunnen, hoeven verpleegkundigen dat niet meer met hun handen te doen. Dit maakt de baby net wat minder kwetsbaar voor infecties en dergelijke. Studenten laten ons een werkend prototype zien. De doos die de couveuse simuleert is met zijn overdadig plakband indrukwekkend. Ik veronderstel dat de bij het project betrokken studenten Industrieel Product Ontwerpen even afgehaakt zijn. Ik vraag voorzichtig aan de groep hoe ze omgaan met eventuele spanningen in de groep, want die gaan ze later in het ‘echte’ leven natuurlijk ook meemaken. Er komt heel ad rem een briljant antwoord, met een verwijzing naar het voltage van het project: “24 volt. Best stevig, maar goed hanteerbaar.”

Donderdag 14 juni, 10.00 – 12.00 uur: Civiele Techniek bestaat 100 jaar!

Nog zo’n ‘zekerheidje’ uit ons assortiment van opleidingen: Civiele Techniek. Veel ‘Rotterdamser’ kun je het niet krijgen. Aan al die havens, gebouwen en bruggen gaan reken- en ontwerpwerk vooraf en daarin is de civiel ingenieur een centrale speler. We hebben er de afgelopen honderd jaar 4.500 afgeleverd. Ook deze opleiding heeft een basale waarde, die een echo is van het beroep waar we voor opleiden: betrouwbaarheid. Met een zorgzame houding naar de student. Een van de docenten illustreert dat treffend in een interview met ons blad Profielen: “Sowieso doet het mij goed dat je een heel klein stukje hebt bijgedragen aan de ontwikkeling van zo’n afgestudeerde.”

100 jaar Civiele Techniek wordt gevierd op RDM

De opleiding viert het feest met een groot symposium op RDM. Bedrijven en studenten worden met elkaar in contact gebracht en projecten van, met en door studenten worden met trots aan het publiek getoond. In het openingsprogramma houdt de Rotterdamse hoogleraar Jan Rotmans het hbo en de opleiding een spiegel voor. Je zou in termen van Mintzberg kunnen zeggen dat de strategie van Civiele Techniek de afgelopen jaren is ontstaan (‘emergent’) en dat dat leidt tot een stevige en constructieve verankering, maar dat je dan wel blijvend alert moet zijn. De opleiding toont aan zich daarvan bewust te zijn, want anders nodig je Jan Rotmans niet uit.

De 100-jarige wordt uitgedaagd

Rotmans houdt ons een spiegel voor van de transitie naar andere economische modellen (‘circulair’), andere organisaties (‘decentraal, netwerk-achtig’) en fundamenteel andere grondslagen van techniek en het vak van civiel ingenieur. Hij illustreert de indringendheid van de transitie met een verwijzing naar de eerste geprinte huizen die binnenkort in Eindhoven worden opgeleverd en laat een glimp zien van de eerste 4-dimensionele ontwerpprogramma’s. Tijd als vierde dimensie.

Ik glimlach. De 100-jarige moet aan de bak. Ik zie het hem doen. Van stramheid geen sprake. Die salto mortale gaat er komen en is in ontwikkeling.

Donderdag 14 juni, vanaf 16.00 uur: even naar huis

Je kunt op verschillende manieren naar huis gaan. Toen ik als student in Nijmegen op kamers woonde, noemde ik mijn weekend-tocht naar Limburg ‘naar huis gaan’. Dat gevoel heb ik nu als ik samen met mijn vrouw naar Nijmegen rijd waar we afscheid gaan nemen van de beste onderwijsdirecteur ooit: Frank Stöteler. Frank gaat met pensioen. Frank deed als leraar niet aan salto mortales, maar mocht graag de handstand doen als leerlingen de werking van de slokdarm niet begrepen. Hij ging dan zelf op de kop staan, dronk water en toonde aan dat het er dan toch niet uit liep. Hoe kan dat? Er lopen dankzij hem nu hordes mensen rond in Gelderland die je precies kunnen vertellen hoe de peristaltische beweging van de slokdarm werkt.

Een hogeschool is in eerste instantie een school

Ik heb als bestuurder van de HAN met Frank gewerkt in zijn rol als faculteitsdirecteur. Na mijn vertrek is hij daar bestuurder geworden. Het was heerlijk werken met die man. De stijlverschillen zijn immens, maar de onderliggende waarden identiek: we mogen leiding geven aan een school, gaan voor kwaliteit en realiseren ons elke dag weer hoe belangrijk zo’n school kan zijn in het leven van een jonge man of vrouw. Een nuchtere, heldere kijk op wat een hogeschool is. Frank illustreerde dat door zelf de stoelen recht te zetten in het lokaal als die slordig opgesteld stonden. Hij heeft dat altijd gedaan en is dat altijd blijven doen; toen hij zelf op de pabo zat, les gaf, het hoofd der school werd en die mooie loopbaan had bij de HAN. De HAN slaat een pagina om met het vertrek van Frank. Hoewel, vertrek? Het centrale plein van die prachtige Campus in Nijmegen is naar hem vernoemd. En als persoon zal hij deel uit blijven maken van de waarden van de school.

Over de auteurs

Ron Bormans - Voorzitter College van Bestuur Hogeschool Rotterdam

Ron Bormans (1957, te Schinnen, Zuid-Limburg) mag zich verheugen in een lange periode van ontmoetingen in en met het hoger (beroeps)onderwijs. Tijdens zijn studies: Natuurkunde (propedeuse) in Eindhoven en Politicologie / Bestuurskunde in Nijmegen. Maar ook in zijn loopbaan. Hij werkte o.a. als plv. directeur HBO en directeur Studiefinanciering bij OCW. Daarnaast was hij consultant bij Capgemini. Op dit moment geeft hij leiding aan Hogeschool Rotterdam als bestuursvoorzitter, een functie die hij eerder bekleedde bij de HAN. Maar hij deed ook de HvA en Inholland aan en hield toezicht op onderwijsprogramma's als directeur NQA.

Elke twee weken is de nieuwe blog-post ook te volgen op Twitter via @ronbormans1.

We gebruiken cookies om de website te verbeteren.