Ga direct naar de content

InCaSu@home

Ondersteuning van naasten van patiënten in de palliatief terminale fase door de wijkverpleegkundige
Publicatiedatum: 01 september 2017

Hoe verloopt de zorgverlening voor naasten van patiënten in de palliatief terminale fase door de wijkverpleegkundige? In dit project wordt een trainingsprogramma ontwikkeld om de wijkverpleegkundige te ondersteunen.

Toon:
Inleiding

Naasten verlenen in de laatste levensfase van een familielid of vriend gemiddeld 25 uur per week zorg. Zij voelen zich vaak onvoldoende toegerust de behoefte aan zorg op te vangen. Daarnaast ervaren ze vaak verdriet en problemen om de zorg te combineren met hun eigen werkzaamheden. Dit leidt tot een verhoogd risico op overbelasting. Overbelasting van naasten kan resulteren in meer spoedopnames van patiënten en ontevredenheid over de zorg. In Nederland wordt participatie van naasten in de zorg gestimuleerd, maar hoe overbelasting van naasten kan worden voorkomen is onvoldoende bekend.

Wijkverpleegkundigen kunnen naast verpleging en verzorging ook ondersteuning voor naasten indiceren. Hoe dit gebeurt is niet duidelijk en mogelijkheden lijken niet volledig te worden benut. Onderzoek wijst uit dat wijkverpleegkundigen vaak onvoldoende weten wat de belastbaarheid is van naasten en welke behoeften aan ondersteuning ze hebben. Daarnaast zijn er weinig studies naar (verpleegkundige) interventies waarmee overbelasting van de naaste kan worden voorkomen. In een regionaal samenwerkingsverband wordt beoogd meer inzicht te krijgen in de effecten van verpleegkundige indicatiestelling en diagnostiek op ondersteuning van naasten van patiënten die behoefte hebben aan palliatief terminale zorg.

Projectbeschrijving

In dit project kijken de onderzoekers naar hoe ondersteuning aan naasten kan bijdragen aan hun participatie bij de zorg voor de palliatief terminale patiënt. Met de juiste ondersteuning kunnen overbelasting en spoedopnames worden voorkomen. Wat is de rol van de wijkverpleegkundige hierin?

Vervolgens wordt gekeken naar de diagnoses en interventies die de wijkverpleegkundige al gebruikt om participatie van naasten te bevorderen en uitval te voorkomen. Er wordt onderzocht wat de ervaringen van de wijkverpleegkundigen zijn met een dergelijke indicatiestelling.

Er wordt een trainingsprogramma ontwikkeld en geïmplementeerd om de wijkverpleegkundige te ondersteunen bij de indicatiestelling. Daarna wordt gekeken naar de effecten van het programma. Voor de ontwikkeling van het trainingsprogramma worden onder andere interviews gehouden met wijkverpleegkundigen en andere belanghebbenden.

Verbinding met het onderwijs

Bij dit onderzoek worden verschillende studenten en docenten van de opleiding Verpleegkunde van Hogeschool Rotterdam betrokken.

We gebruiken cookies om de website te verbeteren.