In Nederland is een groot lerarentekort. Beleid is er daarom op gericht om nieuwe docenten aan te trekken. Maar wat als nieuwe leraren snel na hun start weer vertrekken? Dit onderzoek is gericht op het behoud van docenten en het beroep aantrekkelijker te maken.
Over het project
Het behoud van beginnende leraren voor het beroep is een belangrijk concern wereldwijd maar ook in Nederland. Recent beleid is gericht op het aantrekkelijker maken van het leraarschap.
Onze studie heeft tot doel inzichten te ontwikkelen over het behoud van leraren en het aantrekkelijker maken van het lerarenberoep door professionele idealen van beginnende leraren te onderzoeken en de mate waarin deze idealen worden beïnvloed door de dagelijkse praktijk.
Professionele idealen fungeren als een leidraad voor professioneel handelen en ontwikkeling en zijn een bron van sterke betrokkenheid in uitdagende omstandigheden. In deze studie willen we inzicht krijgen in de professionele idealen van beginnende leraren, de manier waarop ze veranderen en hoe ze beginnende leraren helpen om te gaan met uitdagende omstandigheden.
We richten ons zowel op reguliere starters als op zij-instromers in het primair, voortgezet en middelbaar beroepsonderwijs.
Dit onderzoek bestaat uit vier studies:
- een scoping review om inzicht te krijgen in professionele idealen en de factoren die deze idealen beïnvloeden,
- een diepgaand interviewonderzoek om inzicht te krijgen in de professionele idealen van beginnende leraren,
- een longitudinaal onderzoek met behulp van dagboeken en retrospectieve interviews om de (veranderingen van) professionele idealen in de loop van de tijd te volgen en
- een formatieve interventiestudie om inductieprogramma’s te ontwikkelen op basis van de inzichten uit studie 2 en 3.
Middels dit onderzoek beogen we een bijdrage te leveren aan:
- inductietrajecten voor leraren en docenten
- het opleiden van studenten aan lerarenopleidingen
- bijdragen aan kennis op het beleidsniveau (van onderwijsregio’s)
Dit vierjarige onderzoeksproject, kwam tot stand met de subsidie Knowledge for Education of the Feature van het nu NKO en is een samenwerking tussen Hogeschool Arnhem en Nijmegen, Hogeschool Utrecht, Hogeschool Rotterdam, Fontys en Rijksuniversiteit Groningen.