Landelijk samenwerken aan onderwijsinnovatie met ICT

Interview met Lector Digitale Didactiek Fleur Prinsen
07 november 2018

Lector Digitale Didactiek Fleur Prinsen bij Kenniscentrum Talentontwikkeling van Hogeschool Rotterdam is op 7 november benoemd tot aanvoerder van het versnellingsteam ‘Evidence-based onderwijsinnovatie met ICT’.

Prinsen doet inmiddels zeventien jaar onderzoek naar digitale leermiddelen. In januari 2017 werd ze lector op onze hogeschool. Ze gaat zich in haar nieuwe rol vier jaar bezig houden met de vraag: hoe kunnen we zowel praktijkkennis als kennis uit onderzoek beter inbedden in het proces van onderwijsinnovatie met ICT? Dat deed ze al binnen haar lectoraat op de hogeschool, maar verbreedt zij nu naar landelijk niveau.
Hogeschool Rotterdam draagt daarnaast ook bij aan de zones ‘Flexibilisering van het onderwijs’ en ‘Faciliteren en professionaliseren van docenten’.

Gefeliciteerd met de benoeming. Hoe belangrijk is dit?
“Dank je wel. Ik ben erg blij. Onderwijsinnovatie met ICT is een belangrijk onderwerp. In Nederland willen we allemaal onderwijs van een hoge kwaliteit bieden. Over hoe de technologie daarbij een meerwaarde kan zijn, is nog te weinig bekend. Als we die hoge kwaliteit willen blijven bieden, is het belangrijk dat daaraan wordt gewerkt en we de kennis met elkaar delen.

Hoe anders wordt je werk en wat betekent het voor de hogeschool?
“Het begint ermee dat ik een dag meer ga werken. Twee van mijn vijf wekelijkse werkdagen zijn voor dit project. Als lector Digitale Didactiek richtte ik me de afgelopen twee jaar bewust op onze interne situatie. Wat hebben onze docenten nodig wanneer ze digitale middelen willen inzetten in hun onderwijs? En wat is de rol van wetenschappelijke en praktijkkennis bij onderwijsherontwerp? We hebben hierbij ook input van buitenaf nodig. Hoe pakken ze dit elders aan?

Mijn nieuwe functie stelt me in staat om samen met andere onderwijsinstellingen, op hbo- én wo-niveau, die met dezelfde vraagstukken bezig zijn stappen te maken. Door de wetenschappelijke en praktijkkennis te bundelen kunnen we ervoor zorgen dat we docenten landelijk goed gaan faciliteren in hun onderwijsinnovatie met ICT.”

Hoe gaat je dit aanpakken?
“In onze Werkplaats Onderwijsleertechnologie doen we met verschillende partijen, in samenwerking tussen docenten en diensten, onderzoek om hierover kennis te genereren. Dat soort kennis gaan we landelijk uitwisselen, zodat niet iedereen het wiel opnieuw hoeft uit te vinden. We gaan een gezamenlijke kennisinfrastructuur opbouwen; een genetwerkt platform waar de relevante kennis wordt samengebracht.”

Hoe ver zijn we op het gebied van onderwijsinnovatie met ICT op onze hogeschool?
“Het kan beter. Toen ik werd gevraagd als lector heb ik even getwijfeld. Want er zijn veel drempels bij onderwijsvernieuwing met ICT. Ruimte en tijd zijn belangrijke knelpunten. In de WERKplaats is er alle ruimte voor docenten. Niet alleen om te leren, maar juist ook om dingen uit te proberen. Je kunt wel kennis vergaren, maar als je het niet toepast, blijft het losstaande kennis.

In de projecten wordt zichtbaar wat de meerwaarde van technologie is: zoals een beter leerproces, of verlaging van administratieve lasten. Als het eenmaal werkt zullen we minder druk ervaren, denk ik. In de Werkplaats is te zien dat docenten er voor open staan en dat ze risico’s durven te nemen. Er worden ook drempels weggenomen, en goed samengewerkt. In het verleden liepen initiatieven daar soms stuk op."

Waar doel je dan op?
“Docenten wilden bijvoorbeeld iets proberen, maar kregen van de IT-afdeling te horen dat dat niet mogelijk was. Het digitaal onderwijs was ook voor hun een nieuw veld. Maar nu werken we samen; we hebben elkaar nodig. Het is een gezamenlijk doel binnen de hogeschool. Dat heeft ook met decentralisatie te maken die het College van Bestuur heeft ingezet; de diensten kunnen meer lokaal dienstbaar zijn.

De openheid die ik van de verschillende diensten ervaar, stemmen me positief. Ze willen allemaal samenwerken. Alle partijen zijn blij met de WERKplaats.”

Is er ook een rol voor studenten weggelegd?
“Het idee dat zij digitaal veel verder zijn is achterhaald, maar docenten zouden best vaker aan studenten mogen vragen: ‘Wat mis jij in mijn onderwijs, wat voor soort media zou je daarvoor willen gebruiken?’ Als docenten dat durven, zonder de angst dat studenten denken dat ze achter lopen, zou dat goede ideeën kunnen opleveren. Daarnaast betrekken we in de WERKplaats studenten en hun ervaringen bij de ontworpen oplossingen voor het onderwijs.”

Bestaat met de digitalisering het vak docent straks nog of staan er dan robots voor de klas?
“Die angst is er, net als voor online assistenten die de docententaak over gaan nemen. Ik geloof daar niet in. Ik denk eerder dat het ons werk als onderwijsgevenden kan verrijken en vergemakkelijken. We zien het nu al met blended learning, waarbij kennis aan studenten online wordt aangeboden. In de klas kan daardoor meer de diepte in worden gegaan of aandacht worden besteed aan onderwerpen waarmee studenten worstelen.

Daarnaast beweegt de beroepspraktijk zich sneller dan het onderwijs kan volgen; er ontstaan nieuwe banen waarvoor we nog niet opleiden. Met artificiële intelligentie kunnen nu banenwebsites geanalyseerd worden om opleidingen feedback te geven. Zo zouden docenten hun onderwijs sneller kunnen aanpassen aan de vraag op de arbeidsmarkt.

Ook bestaan al quizgenerators: hierop zetten docenten al hun lesmateriaal online en de computer maakt op basis daarvan een tentamen. De docent kan zelf vragen schrappen of toevoegen. Dat scheelt enorm veel werk. Ik verwacht dat het docentschap alleen maar leuker zal worden.”

Aanverwante artikelen

Versnellingsagenda

Eind 2017 presenteerden de Vereniging Hogescholen, de Vereniging van Universiteiten en SURF (de ICT-samenwerkingsorganisatie van het onderwijs en onderzoek in Nederland) de Versnellingsagenda voor onderwijsinnovatie. De ambitie is om technologie sneller in te zetten voor het onderwijs, met als doel studenten slimmer en beter te laten leren met behulp van technologie, meer flexibel onderwijs aan te kunnen bieden, en de aansluiting op de arbeidsmarkt te verbeteren.

De Versnellingsagenda werd uitgewerkt naar een Versnellingsplan. Hierin wordt in versnellingsteams in acht zones samengewerkt aan versnelling van onderwijsinnovatie met ICT.

De zones zijn:
1. Faciliteren en professionaliseren van docenten
2. Aansluiting op de arbeidsmarkt verbeteren
3. Flexibilisering van het onderwijs
4. Naar digitale (open) leermiddelen
5. Veilig en betrouwbaar benutten van studiedata
6. Evidence-based onderwijsinnovatie met ICT
7. Samenwerking met EdTech
8. Gezamenlijk koersen op versnelling

We gebruiken cookies om de website te verbeteren.