Menu
    English

    Minder aannames, meer begrip: wat kun je doen tegen stereotypen?

    Veganisten zijn drammerig, Gen z is lui en vrouwen praten veel’: vooroordelen en stereotypen lijken misschien onschuldig, maar hebben meer invloed dan je denkt. In dit artikel lees je hoe dit precies doet én wat je tegen stereotypisch denken kunt doen.

    Stereotypen zijn versimpelde beelden van groepen mensen. Ze negeren verschillen tussen mensen en gaan ervan uit dat iedereen binnen een groep hetzelfde denkt of handelt. Hoewel stereotypen vaak niet gebaseerd zijn op de werkelijkheid, beïnvloeden ze wel hoe we naar anderen kijken.

    Stereotypisch denken

    Aannames doen we allemaal weleens, bewust of onbewust. Wanneer we iemand voor het eerst ontmoeten, vormen we vaak al een beeld van die persoon voordat die persoon iets heeft gezegd. Onze hersenen doen dat omdat ze informatie graag vereenvoudigen. Zo kunnen we situaties sneller inschatten en makkelijker beslissingen nemen.

    Dat gebeurt ook bij mensen. Misschien associeer je oudere mensen met traagheid en jongere mensen met energie. Dat noemen we stereotypisch denken. Je brein probeert een beeld te vormen van iemand die je nog niet kent, zodat je voorbereid bent op een ontmoeting.

    Minder kans op een baan

    Stereotypisch denken is menselijk, maar stereotypen geven geen volledig of betrouwbaar beeld van de werkelijkheid. Daardoor kunnen ze schadelijk zijn.
    Stereotypen leiden soms tot negatieve vooroordelen. Hierdoor krijgen sommige groepen vaker te maken met discriminatie.

    Zo ervaren mensen met een migratieachtergrond soms extra drempels op de arbeidsmarkt. Werkgevers kunnen bijvoorbeeld aannames doen over iemands taalvaardigheid, geschiktheid of hoe goed iemand binnen een team zou passen Zulke ideeën zeggen niets over de persoon zelf, maar kunnen wel invloed hebben op de kansen die iemand krijgt. Onderzoek laat zien dat stereotypen en vooroordelen een rol spelen bij werving en selectie en kunnen bijdragen aan arbeidsmarktdiscriminatie.

    Als je regelmatig met stereotypering te maken krijgt, kan dat invloed hebben op je zelfbeeld. Negatieve aannames of stereotiepe beelden kunnen ervoor zorgen dat je het gevoel krijgt er niet helemaal bij te horen. Sommige mensen ervaren daardoor druk om zichzelf voortdurend te bewijzen of verwachtingen van anderen te weerleggen.

    Stereotypen kunnen ook bijdragen aan polarisatie. Als je een negatief beeld hebt van een bepaalde groep, stap je mogelijk minder snel op iemand af voor een gesprek. Daardoor blijven groepen sneller binnen hun eigen kring en leren mensen elkaar minder goed kennen.

    Positieve stereotypen

    Niet alle stereotypen lijken op het eerste gezicht negatief. Sommige stereotypen zetten een groep juist in een positief daglicht. Een voorbeeld is het idee dat autistische mensen altijd heel slim zijn.

    Toch blijft ook dat een stereotype. Net als bij negatieve stereotypen gaat het uit van aannames over een groep in plaats van de persoon zelf. Niet iedere autistische persoon is bijvoorbeeld goed in rekenen, heeft dezelfde interesses of blinkt uit op school. Toch kunnen zulke verwachtingen ervoor zorgen dat mensen het gevoel krijgen dat ze aan een bepaald beeld moeten voldoen. Als ze daar niet aan voldoen, kunnen ze het gevoel krijgen anderen teleur te stellen of steeds te moeten uitleggen dat zij anders zijn dan het stereotype.

    Stereotypen in de praktijk

    Op de Hogeschool Rotterdam zijn er ook studenten die weleens te maken krijgen met stereotypering. Zo vertelt Gayle, student aan de lerarenopleiding Engels, dat mensen soms bepaalde verwachtingen van haar hebben op basis van haar uiterlijk. Zo krijgt ze weleens opmerkingen als: ‘ik wist niet dat jij zo slim was’ of: ‘ik had verwacht dat jij uit een groot gezin kwam’.  Ze begrijpt dat zulke opmerkingen niet altijd negatief bedoeld zijn, maar vraagt zich af of mensen hetzelfde zouden zeggen als ze er anders uitzag.

    Stereotypen: dit doe je ertegen

    Wat kun je zelf doen tegen stereotypering? Een eerste stap is kritisch kijken naar je eigen aannames. Iedereen heeft vooroordelen, vaak zonder het door te hebben. Merk je dat je direct iets denkt over iemand op basis van uiterlijk, leeftijd, afkomst of andere kenmerken? Vraag jezelf dan af waar dat beeld vandaan komt en of je daar eigenlijk wel genoeg informatie voor hebt.

    Het helpt ook om je blikveld te verbreden. Veel van onze ideeën over andere groepen worden gevormd door wat we zien, horen en lezen. Kijk daarom eens naar films of series met personages die andere ervaringen hebben dan jij. Volg makers, influencers of journalisten met verschillende achtergronden en perspectieven. Hoe meer verschillende verhalen je tegenkomt, hoe makkelijker het wordt om mensen als individu te zien in plaats van als stereotype.

    Ook contact met mensen buiten je eigen vertrouwde kring helpt. Door nieuwe mensen te ontmoeten en verschillende perspectieven te leren kennen, ontdek je vaak hoe beperkt stereotypen eigenlijk zijn.

    Krijg je zelf te maken met stereotypering? Besef dan dat de aannames van anderen niet bepalen wie jij bent. Het kan helpen om erover te praten met iemand die je vertrouwt. Binnen Hogeschool Rotterdam kun je ook terecht bij een vertrouwenspersoon voor ondersteuning en advies.

    Verder lezen?

    Inloggen