Binnen het Instituut voor Sociale Opleidingen van Hogeschool Rotterdam ervaren studenten en docenten uit gemarginaliseerde groepen regelmatig uitsluiting, onveiligheid en gebrek aan erkenning. Studenten voelen zich onzichtbaar in hun identiteit en missen ruimte voor eigen perspectieven rond thema's als gender, cultuur en seksualiteit. Docenten, met name docenten van kleur en LHBTQIA+-docenten, worden persoonlijk geraakt door uitspraken van studenten of collega's en missen steun vanuit team en leidinggevenden. Een structureel patroon tekent zich af: juist degenen die uitsluiting ervaren, dragen ook de last van verandering.
Sociale veiligheid is een randvoorwaarde voor goed onderwijs én voor de vorming van sociaal professionals die inclusief kunnen handelen. Wanneer de leeromgeving zelf normatieve uitsluiting reproduceert, ondermijnt dat zowel de kwaliteit van het onderwijs als het welzijn van studenten en docenten.
Het project Ruimte voor Verschil heeft als doelstelling sociale veiligheid duurzaam te versterken, in de omgangscultuur, het onderwijs en de organisatie. Ervaringen van studenten en docenten vormen het vertrekpunt voor collectieve reflectie en verandering, zonder dat de verantwoordelijkheid daarvoor bij gemarginaliseerde groepen wordt neergelegd. Docenten worden beter toegerust om spanningen en uitsluiting bespreekbaar te maken. Studenten krijgen meer ruimte om ervaringen van verschil en onveiligheid te delen. Teams en management ontwikkelen een gedeelde visie op inclusief leiderschap en beroepsethiek.
Over het project
Ruimte voor Verschil is een projecten binnen het Instituut voor Sociale Opleidingen (ISO) van Hogeschool Rotterdam, gericht op het structureel versterken van sociale veiligheid in het sociaal werkonderwijs. Het project bouwt voort op het onderwijsinnovatieproject Safe & Brave (NRO-Comenius Senior Fellowship), dat waardevolle inzichten opleverde maar ook duidelijk maakte dat tijd, ruimte en gezamenlijke structuur ontbreken om die inzichten om te zetten in duurzame verandering.
Het project is geen losstaand initiatief, maar een verdieping en verbreding van lopende processen rond cultuurverandering, onderwijsvernieuwing en professionele ontwikkeling binnen ISO. Het sluit aan bij hogeschoolbrede beleidsprogramma's rond inclusie, studentenwelzijn en sociaal veilige leeromgevingen. Het is een praktijkgericht onderzoek dat ervaringskennis van studenten en docenten systematisch verzamelt, analyseert en vertaalt naar overdraagbare inzichten.
De leidende benadering is de pedagogiek van het ongemak: spanningen en verschillen worden niet vermeden, maar ingezet als aanjager voor kritische dialoog en collectieve groei. Veiligheid ontstaat niet uit regels, maar uit relaties — en vraagt om moed, dialogische vaardigheden en gedeeld eigenaarschap op alle niveaus van de organisatie.
De opbrengsten zijn relevant en overdraagbaar naar andere opleidingen en instellingen. ISO fungeert als vergrootglas op structurele kwesties die breder spelen in het hoger onderwijs, juist omdat rechtvaardigheid en inclusie expliciet zijn verankerd in de beroepscode van het sociaal werk.
Het project wordt uitgevoerd via een combinatie van professionalisering, dialoog en praktijkgericht onderzoek en heeft vier samenhangende activiteiten:
1. Dialogisch handelen in de schoolomgeving — Vier onderwijsteams (ca. 110 docenten) nemen deel aan een reeks teamtrainingen gericht op het versterken van reflectieve en dialogische vaardigheden. Parallel worden minimaal drie nieuwe onderwijswerkvormen ontwikkeld die dialogische principes, zoals ruimte voor verschil en gezamenlijke betekenisgeving, verankeren in de dagelijkse onderwijspraktijk.
2. Intergenerationele dialogen — Tien begeleide dialoogsessies brengen studenten en docenten (ca. 50 van elk) samen rond actuele casuïstiek en thema's die studenten zelf aandragen. Doel is wederzijds begrip, gedeeld leren en het ophalen van nieuwe inzichten over sociale veiligheid vanuit studentenperspectief.
3. Visietraject beroepscode en leiderschap — Per onderwijsteam worden drie thematische bijeenkomsten georganiseerd over normatieve spanningen, professioneel handelen en inclusief leiderschap. De opbrengst is een gedeeld visiedocument en praktische taal voor teams, onderwijs en HR-beleid.
4. Projectleiding, kennisopbouw en -deling — Een projectleider en een onafhankelijke docent-onderzoeker monitoren, analyseren en delen de opbrengsten systematisch — intern via workshops en kennisproducten, extern via publicaties en landelijke bijeenkomsten.
Het project beoogt de volgende resultaten:
- Docenten beschikken over dialogische vaardigheden om spanningen, uitsluiting en normatieve verschillen bespreekbaar te maken vanuit relationele veiligheid en professioneel zelfbewustzijn.
- Studenten ervaren meer ruimte om ervaringen van verschil en onveiligheid te delen en voelen zich erkend in perspectief en identiteit.
- Teams en management beschikken over gedeelde kaders en een visiedocument over professioneel handelen, aanspreekcultuur en inclusief leiderschap.
Concrete opbrengsten:
- Minimaal drie nieuwe, overdraagbare onderwijswerkvormen zijn ontwikkeld en getoetst in de praktijk.
- Een kennisproduct (handreiking of magazine) met werkzame elementen, dialogische werkvormen en geleerde lessen is beschikbaar voor intern en extern gebruik.
- Aanbevelingen voor HR-beleid en leiderschapsontwikkeling zijn gedeeld met management en beleidsadviseurs.
- Presentaties op landelijke symposia en publicatie in vaktijdschriften of open-access platforms.
Studenten zijn nadrukkelijk betrokken als gelijkwaardige partners — niet alleen als deelnemers, maar ook in het ontwerp, de uitvoering en de evaluatie van activiteiten. Twee studentassistenten ondersteunen de voorbereiding, observaties en verslaglegging van trainingen en dialoogsessies. Studenten dragen thema's aan voor de intergenerationele dialogen en leveren zo een inhoudelijke bijdrage aan de kennisontwikkeling.
De resultaten worden direct verwerkt in het onderwijs: nieuwe werkvormen worden gekoppeld aan bestaande modules en leeractiviteiten rond beroepsethiek, inclusief handelen en kritische beroepshouding. In samenwerking met de curriculumcommissie worden dialogische principes structureel opgenomen in werkvormen, leeruitkomsten en begeleidingsvormen zoals intervisie en supervisie.
Het project werkt samen met diverse partijen binnen Hogeschool Rotterdam:
- D&I-trainers en het D&I-trainerscollectief van Hogeschool Rotterdam verzorgen de teamtrainingen en dragen bij aan de ontwikkeling van overdraagbare materialen.
- De expertisekring Diversiteit en Inclusie van de hogeschool levert expertise en zorgt voor verbinding met hogeschoolbreedbeleid.
- De curriculumcommissie en onderwijskundigen van ISO werken mee aan de inbedding van dialogische principes in het curriculum.
- De lector Professionele Identiteit van de Sociaal Werker is betrokken bij het visietraject over beroepsethiek en leiderschap.
Projectfeiten
|
Looptijd December 2025 - Oktober 2027 |
Financiering Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport — subsidieregeling Sociale Veiligheid in Hoger Onderwijs en Wetenschap (SV25013) |
Projectleiderschap Social Work |


