Ga direct naar de content

Sara van de Venne, MSc

Promovenda

Sara van de Venne is in 2005 afgestudeerd als fysiotherapeut aan de Hogeschool Utrecht. Na een aantal jaar als fysiotherapeut werkzaam te zijn geweest volgde zij de pre-master en masteropleiding gezondheidswetenschappen aan de Vrije Universiteit van Amsterdam. Sinds 2012 is zij werkzaam als docent bij de opleiding fysiotherapie.

Sara is in 2013 begonnen met een eenjarig traineeship bij Kenniscentrum Zorginnovatie. Tijdens het traineeship heeft Sara een onderzoeksvoorstel geschreven voor onderzoek naar de kwaliteit van de fysiotherapeutische zorg. Voor dit onderzoeksvoorstel heeft Sara een promotievoucher ontvangen. In september 2015 is haar promotievoucher ingegaan en doet zij onderzoek naar de kwaliteit van de fysiotherapeutische zorg.

Kwaliteit van zorg is een hedendaags thema dat steeds meer aandacht krijgt. Dit onderzoek richt zich op de kwaliteit (behandelresultaten) van geleverde fysiotherapeutische zorg in de eerstelijn praktijk. Hierbij worden Patient Reported Outcome Measures (PROMs) ingezet. PROMs zijn gevalideerde vragenlijsten (bijvoorbeeld de DASH en de PSK) die in het fysiotherapeutisch behandelproces gebruikt worden.

Om behandelresultaten in de fysiotherapie te meten door toepassing van PROMs, moeten patiënten voorafgaand en aan het einde van de behandeling één of meer PROMs vragenlijsten invullen. Hierbij geeft de patiënt zelf een oordeel over aspecten van zijn of haar gezondheidstoestand (zonder invloed van de fysiotherapeut of iemand anders).

De gedachte is nu dat door het verzamelen van PROMs gegevens iets gezegd kan worden over de kwaliteit van de fysiotherapeutische behandeling. Maar is dit ook werkelijk zo, of zijn er misschien factoren die van invloed zijn op de behandelresultaten, zoals bijvoorbeeld comorbiditeiten patiënt, psychisch welbevinden patiënt, of situering van de praktijk? In dit promotieonderzoek wordt onderzocht wat de invloed van diverse factoren is op de met PROMs gemeten behandelresultaten.

Het streven is om in 12 maanden een groep van cliënten samen te stellen van ongeveer 2000 volwassenen die wegens klachten over het bewegend functioneren van de rug, schouder of knie behandeld worden in ongeveer 10 deelnemende eerstelijns fysiotherapiepraktijken. De follow-up periode bedraagt maximaal 12 maanden, waarbinnen op 3 momenten metingen plaatsvinden (baseline, einde behandeling en 6 maanden na einde behandeling).

Voor dit onderzoek zal intensief worden samengewerkt met stagepraktijken van Hogeschool Rotterdam en het Erasmus MC.

We gebruiken cookies om de website te verbeteren.