Ga direct naar de content

Ontmoeting 90 | verborgen heldendom

Leraren die je uitnodigen je blik te verruimen zijn van onschatbare waarde. Het is ook belangrijk dat leraren hun klas kennen. Collega's ontdekten een methode waarmee je als lerarenteam een beter zicht krijgt op klassen en hun studenten waardoor je kunt pedagogisch beter kunt inspelen op de behoeften van die specifieke klas. Verder in deze blog aandacht voor 'nee zeggen' als het gaat om de formulering van prestatieafspraken.

Verborgen heldendom

Iedereen heeft wel zo’n leraar gehad. Tenminste, dat hoop je. Je gunt iedereen zo’n leraar. De mijne was de leraar Engels. Die vond – op een voor mij onnavolgbare manier – op een gegeven moment dat ik bepaalde boeken moest lezen. Een lange, magere man, in mijn herinnering. Ergens ben ik – tot mijn schrik - zijn naam kwijt geraakt. Jong, strak in pak, een bril die zijn ogen vergrootten. Op een dag stond hij voor me, naast dat bankje achterin de klas, dat ik altijd zorgvuldig uitkoos, om mijn eigen ding te kunnen doen.

“Hier, dit moet je lezen”, zei hij zonder toelichting, met een dwingende, maar warme blik in zijn ogen. Het was 'Lord of the flies' van William Golding. Een heftig boek als je leeft in een geordend en veilig wereld- en mensbeeld. Er zouden er veel meer volgen, met als favorieten een hele reeks D.H. Lawrence en natuurlijk Salinger’s ‘The catcher in the Rye’. Hij reisde regelmatig naar Londen en kwam dan met een kartonnen doos Penguin pockets terug die je kon kopen voor – ik dacht – één of twee gulden (voor de jonge lezers, dat was heel lang geleden onze munt….). Jerzy Kosinski’s ‘The painted bird’ maakte het af.

En zo opende mijn leraar Engels langzaam maar zeker mijn wereld, die afgebakende, inherent beperkte en ordelijke verkleining van de wereld, die  het dorp van mijn jeugd was. Waar ik positie had via de voetbalvereniging, onze hangplek bij de visvijver en Café Het Centrum. Waar de opvattingen gefixeerd waren. Ik begon om me heen te kijken. Hij ontregelde me wat, maakte me nieuwsgierig naar de wereld buiten mijn dorp. Is daar mijn trektocht van Zuid-Limburg naar Rotterdam begonnen? Ik heb hem ooit willen bedanken en ben eens naar een reünie van mijn oude school gegaan. Hij was er niet. De man heeft nooit geweten hoe belangrijk hij voor me geweest is. Verborgen heldendom, dat is wat het docentschap vaak is.

Dinsdag 28 maart: ken je klas

Drie collega’s van de lerarenopleiding Engels delen met mij hun ervaringen met een methodiek die zij ‘mapping’ noemen. In het besef dat docenten meer en meer voor een klas staan die divers samengesteld is – in de meest uiteenlopende betekenis van het woord – maken zij voor hun onderzoek gebruik van een methodiek waarin docenten uitgenodigd worden een opstelling van de klas te maken en daarbij aan te geven wat hun perceptie is van die klas en de studenten daarin. Door die foto’s van de klas collegiaal met elkaar te bespreken, ontstaat alertheid ten aanzien van het gegeven dat verschillende docenten een klas of individuele studenten verschillend kunnen zien. Daar is veel onderzoek naar verricht. Eén van de collega’s mailt mij later de onderliggende studie die dat overtuigend aantoont.

Het verzorgen van onderwijs is bij uitstek een vak met een persoonlijke dimensie. Onderwijs leunt op methodieken, lesgeven kun en moet je leren, maar er zal altijd een bepaalde persoonlijke component in aanwezig zijn, een persoonlijke component die overigens ook (door)ontwikkeld kan worden. Het persoonlijke bestaat daaruit dat je waarneming van studenten natuurlijk nooit losgezien kan worden van je eigen wereldbeeld. Door die percepties met elkaar te delen, ontstaat bewustzijn van het fenomeen dat we allemaal een ‘culturele dode hoek’ hebben en kan een professioneel gesprek ontstaan over wat het verhaal achter de perceptie is. Dan ontwikkelen docenten een beter beeld van hun studenten en zijn zij pedagogisch effectiever.

Ik had geluk dat mijn leraar Engels iets vermoedde achter mijn gecultiveerde uitstraling van zelfverzekerde onverschilligheid. Als ik soms langs klaslokalen loop, zie ik achterin van die jongens hangen, lichaam in een hoek van 45 graden, verveelde blik in de ogen. Dan denk ik wel eens, wie zou hun docent Engels zijn waarvan ze later zullen zeggen: die meneer of mevrouw heeft mij aangezet te worden wie ik ben? Als jij die status van verborgen heldendom ambieert: ga eens praten met onze collega’s van de lerarenopleiding Engels.

Vrijdag 31 maart: de kunst van het nee zeggen

Mensen zeggen gemakkelijker ‘ja’ dan ‘nee’. Daar is veel studie naar verricht. ‘Ja’ zeggen geeft in het gesprek zelf een goed gevoel, nee zeggen kan spanning oproepen. Terwijl ‘nee zeggen’ soms beter is, omdat het ‘ja’ later ongemakkelijk kan gaan voelen. Mag ik iets meegeven aan de onderhandelaars voor ons nieuwe kabinet? Zoek een minister van Onderwijs die goed is in het ‘nee zeggen’. We zijn in een situatie terechtgekomen dat de complexiteit van de moderne samenleving meer en meer maatoplossingen vereist. Of, zoals ik het graag uitdruk, de grote antwoorden op de moderne vraagstukken van het onderwijs, moeten gegeven worden in de klas. Dat is de echte werkelijkheid. Daar omheen is een systeemwereld ontstaan die deels legitiem is omdat de klas als het ware gefaciliteerd en geconditioneerd moet worden, maar die systeemwereld is zich ook vergaand gaan bemoeien met wat daar in de klas gebeurt.

Onderdeel van dat mechanisme is dat veel vraagstukken in het onderwijs onmiddellijk een vertaling krijgen naar het politieke debat, als gevolg waarvan we de afgelopen jaren vaak in een soort permanent stelseldebat verkeerd hebben. Er moet een minister komen die daar ‘nee’ tegen durft te zeggen, die durft te vertrouwen op de professionaliteit in de klas. Die normatief durft te zijn wat de maatschappelijke opdracht van het onderwijs is, die visie durft neer te leggen, maar de klas zelf uitdaagt om daar invulling aan te geven.

‘Kwaliteitsafspraken in strijd met de grondwet’

Aldus mijn collega van de Hogeschool Leiden, in een commentaar op het rapport Van de Donk over ‘hoe nu verder met het fenomeen van prestatieafspraken’. Er zijn zorgen over een veel te grote koppeling van prestaties aan geld, onder andere verwoord door mijn collega van Inholland. Te veel koppeling met geld, kan leiden tot perverse effecten. Ad de Graaf ziet een rapport met twee gezichten: een commissie die aanzet tot ‘aanvonken’, maar uiteindelijk toch weer vervalt in het ‘afvinken’.

Ik kies ervoor om me deze keer wat minder in het debat te mengen. Mijn opvattingen over de prestatieafspraken zijn bekend en mijn hogeschool heeft de perverse effecten aan den lijve ondervonden. Gestraft worden vanwege je ambitie en wijze van meten. Een collega illustreerde dat deze week nog eens. Onze sociaal-agogische opleidingen zijn overgegaan naar één licentie, daar waar we er vroeger drie hadden. Als we dat een jaar eerder gedaan hadden, was het aantal ‘switchers’ (één van de drie indicatoren voor studiesucces) beduidend lager geweest – als studenten tussen drie opleidingen switchen en dat wordt dan één opleiding, dan is er geen switch meer. Was dit bij de eindrapportage over de prestatieafspraken zo geweest dan en hadden we er een ‘groen’ bij gehad in de eindscore. Scheelt toch weer 1,8 miljoen euro…..

Waarom centraal sturen versus eigen verantwoordelijkheid

Wat mij het meest verwondert is waar die drift om centraal te willen sturen en regisseren toch vandaan komt? Het hbo heeft de afgelopen jaren – sinds het rapport Veerman – enorme stappen voorwaarts gezet. Het ene na het andere rapport – van de onderwijsinspectie, de NVAO, et cetera - laat zien dat we meters gemaakt hebben. En op dat ene punt waar we een probleem hebben, studiesucces, komen we met het ene na het andere initiatief. En toch, zo houdt Inspecteur-Generaal van het Onderwijs Monique Volgelzang, ons als hbobestuurders voor bij een bijeenkomst in een vergadercentrum in Amersfoort, kijkt ‘in Den Haag’ vaak met een zeker wantrouwen naar de sector en haar bestuurders. Worden we te vaak gezien als een partij die uitstraalt: bemoei je nou maar niet met ons, dan komt het goed. Mag ik de spiegel die ze ons (cq mij) voorhoudt, zo vertalen? Laat de oproep aan de politiek om vaker ‘nee te zeggen’ gepaard gaan met een kordaat ja-woord als de politiek en samenleving ons uitnodigen maatschappelijke verantwoordelijkheid te dragen? Deal!

Vrijdag 31 maart: elke dag samen een beetje beter

Na in de grote zaal de ‘systemische’ vragen rondom prestatieafspraken besproken te hebben, spreken we in kleine kring met mensen van de Stichting Leerkracht. De symboliek druipt er vanaf: we gaan van een grote naar een kleine zaal, verruilen de abstractie voor het concrete en komen daarmee uit waar het gebeurt: in de klas. De Stichting Leerkracht heeft een behulpzame methodologie ontwikkeld om kwaliteitsstappen te zetten binnen scholen of opleidingsteams: Elke dag (ambitieus) samen (noodzakelijk) een beetje (maakt het behapbaar) beter (ambitieus). Het is een op 'Lean' geïnspireerde methode, met docenten aan het roer, goed luisterend wat leerlingen en studenten in te brengen hebben. Centraal in de methodiek staat het fenomeen van de staande bordsessie, waar collega’s hun doelstellingen zo concreet mogelijk formuleren en dan samen de schouders er onder zetten. Het achterliggende principe spreekt ook aan: leraren en docenten worden enorm op een voetstuk geplaatst, maar ook uitgedaagd met een hoge collectieve verwachting. De kern van de beweging die we de komende jaren moeten maken.

Ronde van Vlaanderen

Naar huis, in de vrijdagmiddagspits – die gelukkig meevalt - vanuit Amersfoort naar het westen. Ik sluit mentaal de week af en duik in gedachten het weekeinde in. Zondag gaat een mooie dag worden. Feyenoord gaat van Ajax winnen en zorgt ervoor dat de Coolsingel definitief geboekt kan worden en Lars Boom wint eindelijk de Ronde van Vlaanderen, de hoogmis van het wielrennen. Ik ben er klaar voor!

Naschrift

Ik schrijf deze blog altijd op de zaterdagochtend. Mijn beide voorspellingen zijn niet uitgekomen, blijkt zondagavond. Ik hoop niet dat dat mijn gezag aantast. De voorspellingen kwamen voort uit ambitie en betrokkenheid. En Nederland bezette de derde en vierde plek in de Ronde en Feyenoord wordt alsnog kampioen...

Over de auteur

Ron Bormans - Voorzitter College van Bestuur

Ron Bormans (1957, te Schinnen, Zuid-Limburg) mag zich verheugen in een lange periode van ontmoetingen in en met het hoger (beroeps)onderwijs. Tijdens zijn studies: Natuurkunde (propedeuse) in Eindhoven en Politicologie / Bestuurskunde in Nijmegen. Maar ook in zijn loopbaan. Hij werkte o.a. als plv. directeur HBO en directeur Studiefinanciering bij OCW. Daarnaast was hij consultant bij Capgemini. Op dit moment geeft hij leiding aan Hogeschool Rotterdam als bestuursvoorzitter, een functie die hij eerder bekleedde bij de HAN. Maar hij deed ook de HvA en Inholland aan en hield toezicht op onderwijsprogramma's als directeur NQA.

Elke twee weken is de nieuwe blog-post ook te volgen op Twitter via @ronbormans1.

We gebruiken cookies om de website te verbeteren.