Ga direct naar de content

Ontmoeting 86 | onze culturele dode hoek

Trump is niet ver weg. Basale waarden van het hoger onderwijs komen in het gedrang door 'framing' en het 'verzinnen' van alternatieve feiten. Neem bijvoorbeeld de toegankelijkheid van het hoger onderwijs. Is deze nu wel of niet op orde na de cijfers van afgelopen week? Het gebeurt ook subtieler, laat Ron Bormans zien als hij het heeft over onze 'culturele dode hoek'.

Over nepfeiten, ‘alternative facts’ en de culturele dode hoek

Trump is niet ver weg. Maar geen zorgen, dit wordt geen politiek pamflet. Dat hoort niet thuis in deze blog. Mijn blog ‘Ontmoetingen’ is in het leven geroepen om wat inzicht – soms speels, soms serieus - te bieden in het leven van een bestuurder, bedoeld om transparant te zijn over afwegingen en onder besluiten liggende waarden en daarnaast om een maatschappelijke institutie als Hogeschool Rotterdam een gezicht te geven. Voor zover in mijn blog politieke uitspraken terecht komen, komen die altijd voort uit mijn inschatting hoe we onze maatschappelijke opdracht horen in te vullen. Door die inschatting publiek te ventileren, nodig ik ook uit daar iets van te vinden.

Trump is niet ver weg. En ik maak me daar grote zorgen over. Basale waarden van het hoger onderwijs komen in het gedrang. Het hoger onderwijs – en zeker de wetenschap – leunt op een aantal waarden die zowel kwetsbaar als krachtig zijn. Waarden die op hun beurt resoneren in de basale waarden van een moderne democratie: respectvol met elkaar omgaan, objectief oordelen, de waarheid willen achterhalen (in het besef dat dat nooit helemaal lukt), de empirie als grondslag nemen voor de meningsvorming, die empirie zorgvuldig ontwikkelen, op een betrouwbare en geldige wijze. In dat waardenpatroon past het niet dat publieke instanties of publieke personen objectieve feiten naast zich neerleggen, nieuwe feiten ‘verzinnen’, feiten onmiddellijk in een veilig denkraam stoppen. Dat heet tegenwoordig ‘iets framen’. Ervoor zorgen dat je communicatie onmiddellijk in een bepaald 'frame' terecht kan komen of juist zien te voorkomen dat het in een bepaald ‘frame’ terecht komt. Waarom? In een vluchtige mediawereld, die qua opvattingen steeds verder diversifiseert en fragmenteert, 'wint' degene met het sterkste frame. Het kost mij soms moeite dat ‘framen’ te onderscheiden van jokken. Het kost me soms ook moeite er niet in mee te gaan…

Trump is niet ver weg. Want het gaat vaak subtieler dan regelrecht jokken. Soms gaat het over hoe feiten in de politieke arena behandeld worden. Hoe de rationaliteit van de politiek die van de wetenschap overwoekert, zeker in verkiezingstijd. Wat Trump op een rauwe manier doet, gebeurt in Nederland op een veel subtielere manier: feiten naar je toehalen, feiten negeren, interpreteren, ‘framen’. Maar het kan soms nog subtieler. Doordat we het gewoon niet zien. We hebben allemaal last van onze culturele ‘dode hoek’. De dode hoek kennen we uit het verkeer. In de dode hoek zit een potentieel gevaar want daar speelt zich iets af dat je niet ziet. En wat je in het verkeer niet ziet, kun je stuk maken.

Dus leren we mensen bij de rijles om overdreven over hun schouder te kijken, alertheid te ontwikkelen om die dode hoek te willen zien. Maar na verloop van tijd worden we slordige chauffeurs, ook omdat niemand ons daar nog op aanspreekt. Je kunt zelfs gaan denken dat de weg van jou is en dat jij je daarop mag bewegen op jouw manier. Dus af en toe bewegen we zonder te kijken, zonder richting aan te geven, naar links of naar rechts. Dat gaat niet altijd goed met onze medeweggebruikers. Soms komen we met de schrik vrij. Gelukkig. Soms geven we diegene die in ons vaarwater reed, de schuld van het ongeluk……

Maandag 30 januari: toegankelijkheid hoger onderwijs op orde

De week begint met nieuws over het aantal studenten dat zich afgelopen september heeft ingeschreven aan de Nederlandse hogescholen en universiteiten. Goed nieuws. De getallen spreken voor zich. Immers het aantal inschrijvingen aan de Nederlandse universiteiten groeit met bijna 8% naar 47.316. Het aantal inschrijvingen aan de Nederlandse hogescholen groeit met ruim 5% naar 98.809. Het nieuws is natuurlijk vooral goed omdat we de afgelopen jaren zorgen hebben gehad over de toegankelijkheid van het hoger onderwijs, als effect van het nieuwe stelsel van studiefinanciering. En juist vanwege die politiek gevoelige context, zie je dat het ‘framen’ onmiddellijk begint. De factor tijd is belangrijk bij ‘framen’: iets dat eenmaal in een frame zit, krijg je er niet zo maar weer uit.

De minister – die vorig jaar opriep niet te snel conclusies te trekken – roept nu onmiddellijk op de discussie over toegankelijkheid te sluiten. Die lijkt gewaarborgd te zijn, zo laat zij in onder andere het AD optekenen. Kamerleden van politieke partijen die het akkoord rondom het leenstelsel gesteund hebben, geven kordaat aan op Twitter dat de toegankelijkheid op orde is. Is dat jokken? Nee natuurlijk niet. Net zo min als andere partijen die overdrijven naar de andere kant jokken. Maar het is wel de feiten op een wat alternatieve manier interpreteren. Je ziet dan ook dat er een ‘feitenstrijd’ ontstaat in de politieke arena. En hoewel dat in de kern daar niet thuishoort maar veeleer in de wetenschappelijke arena, is het ook een geruststelling dat onze democratie die kracht toont. Die kracht gun ik de Verenigde Staten ook op dit belangrijke moment in haar geschiedenis.

Toegankelijkheid op orde. Echt waar?

Elke wetenschapper – begin maar eens bij Dirk van Damme - kan je vertellen dat de conclusie dat de toegankelijkheid van het hoger onderwijs op orde is, veel te stellig is. En ik vind die stelligheid niet gepast bij zo’n belangrijk vraagstuk. De toegankelijkheid is in Nederland namelijk helemaal niet op orde. Het maakt tot op de dag van vandaag uit wat je sociaaleconomische plek in de samenleving is, hoe groot de kans is dat je gaat studeren. De getallen laten dat zien. De getallen laten ook zien dat diezelfde variabele verklaren waarom uitval niet gelijk verdeeld is over categorieën studenten. De getallen laten zien dat de groei in het hoger onderwijs heel specifiek is: veel buitenlandse studenten in het wo, grote groei van de Ad-opleidingen (een groot deel daarvan bij ons in Rotterdam) in het hbo.

De Vereniging Hogescholen probeert dan ook in een persbericht net een wat ander beeld neer te zetten. De groei van dit jaar heeft de krimp van het afgelopen jaar bepaald niet gecorrigeerd. Dat beeld is op onderdelen nog steeds dramatisch te noemen. Bij de Pabo zagen we vorig jaar een daling van 32%, overigens vooral toe te schrijven aan strengere instroomtoetsen. De correctie van dit jaar bedraagt 8,2%. Deze nuance haalt de kranten. Maar het dominante frame is duidelijk en zit vastgeklonken in een berichtgeving die een repeterend karakter heeft: het gaat niet alleen beter, het gaat goed, we zijn klaar wat betreft toegankelijkheid. Communicatiestrategie geslaagd. Nou nee dus. Het volgende kabinet moet zich echt nog eens de vraag stellen of we in Nederland de juiste condities hebben voor een open en voor iedereen toegankelijk hoger onderwijs.

Woensdag 1 februari: de integratie is mislukt

Weer zo’n dag die opent met een bericht dat de rest van de dag de (sociale) media zal beheersen en een bepaalde toon zet. Het Parool bericht over een onderzoek waaruit zou blijken dat grote delen van het onderwijs van mening is dat de integratie mislukt is en dat de segregatie op school toeneemt. Ik schrik daar niet zo van, omdat ik het beeld herken. Het onderwijs wordt eenvormiger, daar waar scholen de plek zouden moeten zijn om jonge mensen voor te bereiden op een samenleving die – of we dat nou leuk vinden of niet – gekenmerkt wordt door diversiteit. Je hoeft geen statisticus te zijn om te kunnen voorspellen dat Rotterdam een stad is / wordt die zich kenmerkt door diversiteit en een grote diversiteit binnen die diversiteit. Het is een gegeven dat veel grote steden kenmerkt. Dat gegeven ter discussie stellen helpt niet.

Wat wel helpt is nadenken of we voldoende aandacht schenken aan de vraag wat ons te doen staat om het samenleven mogelijk te maken in de moderne samenleving, de vraag die centraal staat in ons essay dat vorige zomer verschenen is. Ik schrik er niet van omdat het beeld van toenemende segregatie het correcte is. Ik schrik wel van een sfeer die lijkt te ontstaan dat we ons er bij moeten neerleggen. En vooral dat scholen en leraren de moeilijke discussies uit de weg lijken te gaan: discussies over seksualiteit, de politieke situatie in bepaalde landen, geloof, radicalisering en racisme. Scholen die blij zijn dat de Sint weer naar Spanje vertrokken is met zijn zwarte, gekleurde of witte Pieten en zij het er zonder al te veel kleerscheuren vanaf gebracht hebben. Ik snap het wel en iedereen die er verontwaardigd over is, zou zelf maar eens voor de klas moeten staan om te ervaren hoe moeilijk het kan zijn. Je lost het ook niet op met een extra vakje, burgerschapskunde. Maar hoe moeilijk het ook is, het is wel de plicht van docenten en leraren om jonge mensen op te voeden. En daar hoort bij opvoeden tot verantwoordelijke burger. Als scholen niet de omgeving zijn waar jonge mensen kunnen en moeten oefenen in volwassen burgerschap, welke omgeving dan wel?

Kennen wij onze studenten?

Die avond toont de hogeschool in samenwerking met het Internationaal Rotterdams Film Festival (IFFR) een film gemaakt door Marina Meeuwisse één van onze docenten. In de film laat zij vooral onze studenten aan het woord, in interviews over hun identiteit, hoe ze de wereld zien en de wereld hen. Zoals zij in het begin van de film aangeeft: de wereld zit bij ons in de klas en kennen wij – de school, onze docenten – de werelden van onze studenten voldoende ? Realiseren we ons dat studenten in verschillende werelden leven, thuis en bij ons in de klas? Dat er zichtbare en onzichtbare kloven kunnen zijn die pijnlijk worden als die kloof bijna tastbaar wordt, zoals journalist Ronald Buitelaar er over schrijft? Realiseren we ons voldoende wat het betekent jongeren die we nu het label ‘niet-westers-allochtoon’ opplakken, straks de nieuwe autochtonen zijn, zoals een van de studenten het omschrijft? Realiseren we ons dat er parallelle werkelijkheden zijn, zoals journaliste Margalith Kleijwegt nog eens optekent (28 januari, De Groene Amsterdammer ) in haar artikel “Dat klopt niet juf, het staat niet in de koran”?

De culturele dode hoek

Ik mag de avond inleiden en noem de film ‘mooi en vertederend’. Bijna alle ge:interviewde studenten waren aanwezig (zie foto hierboven) en werden onthaald als filmsterren. Ik vond de film leerzaam omdat hij ons er nog eens op wijst dat iedereen zijn eigen culturele dode hoek heeft. Dat we – zeker als opleiders – de plicht hebben over onze eigen schouder te kijken of er niet iemand in onze dode hoek zit. Lenige docenten, noemt een collega dat. Docenten die goed zijn in het over de schouders kijken. Die hun pedagogisch vakmanschap verstaan. Die onze studenten willen kennen, zich bewust zijn van het feit dat hun eigen kijk op de wereld een effect heeft op hoe zij mensen zien. De film maakt ons ervan bewust dat we geen slordige weggebruikers mogen zijn, die routinematig van weghelft veranderen of zelfs denken het recht te hebben de hele weg te claimen. Iedereen heeft binnen de spelregels van respectvol met elkaar omgaan het recht op een eigen identiteit; maar iedereen heeft ook de plicht zich verantwoordelijk te voelen voor het gehele wegennet. Het zijn scholen die jonge mensen daar op moeten wijzen en hen moeten helpen die vaardigheid te ontwikkelen. En dus moeten we willen weten wie bij ons de klas zit. Wat hen drijft. Hen open en uitnodigend bejegenen. We moeten ook het gesprek durven aangaan, niet wegkijken, ook als dingen gebeuren die we minder mooi vinden. Want die zijn er ook.

Politieke correctheid is ook een vorm van een dode hoek. Daar moeten we voorbij zien te geraken. Ook wanneer we op een culturele muur lijken te stuiten die alleen met moed geslecht kan worden. Als we dat niet doen, is Trump niet ver weg. Dan bouwen we op onze scholen mee aan zijn muur.

Over de auteur

Ron Bormans - Voorzitter College van Bestuur

Ron Bormans (1957, te Schinnen, Zuid-Limburg) mag zich verheugen in een lange periode van ontmoetingen in en met het hoger (beroeps)onderwijs. Tijdens zijn studies: Natuurkunde (propedeuse) in Eindhoven en Politicologie / Bestuurskunde in Nijmegen. Maar ook in zijn loopbaan. Hij werkte o.a. als plv. directeur HBO en directeur Studiefinanciering bij OCW. Daarnaast was hij consultant bij Capgemini. Op dit moment geeft hij leiding aan Hogeschool Rotterdam als bestuursvoorzitter, een functie die hij eerder bekleedde bij de HAN. Maar hij deed ook de HvA en Inholland aan en hield toezicht op onderwijsprogramma's als directeur NQA.

Elke twee weken is de nieuwe blog-post ook te volgen op Twitter via @ronbormans1.

We gebruiken cookies om de website te verbeteren.