Ga direct naar de content

Ontmoeting 89 | stroop, kaas en een inclusieve school

Hoe iets eenvoudigs als een boterham met stroop en kaas een uiting kan zijn van cultuur, historie en identiteit. Verder het belang van doorstroomprogramma's om de kloof tussen mbo en hbo te dichten.

Elke dag eet ik ‘s-morgens een boterham met stroop en kaas. Vind ik gewoon lekker, maar is ook onderdeel van mijn Limburgse achtergrond. Zo deden we dat in mijn dorp. Ik kom uit het dorp Schinnen, waar de grootste stroopproducent staat, Canisius. Het is een streek die van oudsher rijk is aan fruit, waar men in het maken van stroop op enig moment een manier van conserveren vond. En het was een goedkoop alternatief voor boter. Tenminste, dat leid ik af uit één van de favoriete verhalen van mijn vader, dat hij als jonge jongen de kolenmijn in moest, met boterhammen met appelmoes…. Verpakt in de krant die een afdruk achterliet in het brood… Iets eenvoudigs als een eetgewoonte raakt daarmee ingebed in cultuur, historie en identiteit.

Het begrip identiteit

De verkiezingen zijn voorbij. Daarmee hebben we een hoogtepunt van ons democratische proces weer achter ons. Dat is jammer, maar ook wel weer goed. Kunnen we allemaal weer wat tot rust komen, de politici voorop. Niet alles wat zij zeggen hoeft meer tegen een electorale meetlat gelegd te worden en de afwegingen kunnen wat rustiger en vanuit meer dan alleen het electorale effect bekeken worden. Fascinerende verkiezingen waren het, met een paar begrippen in de hoofdrol, zoals het begrip identiteit. Misschien goed om dat nog eens te definiëren. Ik leun daarbij op het gedachtengoed van de klinisch-psycholoog Verhaeghe: “Identiteit bestaat uit een verzameling kenmerken die ons op het lijf geschreven zijn door de ander. Inhoudelijk vormen zij een min of meer samenhangend geheel van opvattingen over onze afkomst en bestemming. (zie pag 26 van mijn essay ‘Leven in de moderne samenleving’)

Het gaat om opvattingen hoe we ons te gedragen hebben, tegenover onszelf en tegenover de ander. Het is verbonden met cultuur. Hij spreekt van “het grotere narratief van een bepaalde cultuur”. Belangrijk kenmerk van identiteit is dat deze zowel kan verbinden (includeren) als ook kan polariseren (excluderen). Ik geloof dat we de afgelopen weken getuige zijn geweest van beide kenmerken. Wat we ook waargenomen hebben is dat identiteit een gelaagdheid kan hebben, een complex samenstel. Waarbij sommige elementen uit die samenstelling neutraal kunnen zijn en andere aanleiding geven tot heftige reacties.

Onderwijs leert jongeren omgaan met verschillen

Niemand zal mij mijn boterham met stroop en kaas misgunnen. Men ziet het wellicht als een grappig Limburgs fenomeen. Het wordt spannend als identiteitsverschillen in de buurt komen van basale waarden en/of als de polariserende beweging de overhand krijgt. Niet voor niets blijf ik hameren op het grote belang van onderwijs dat jonge mensen leert met die verschillen om te gaan, op een ondergrond van spelregels, zoals democratische waarden, respectvolle omgang met elkaar, het respecteren van verschillen, je uitspreken tegen racisme, seksisme en tegen het uitsluiten van mensen op basis van seksuele geaardheid of geloof.

Het gaat ook over basale loyaliteit naar het land waar je woont, over verantwoordelijkheid voelen voor het geheel. Een school is ook van belang om jonge mensen te leren zelf tot oordeelsvorming te komen, feiten te checken, meningen eigenstandig te valideren. Een school moet zijn als het dorp in de stad, waar jonge mensen, in hun verschillend zijn met een gemeenschappelijke ondergrond oefenen voor het ‘echte’ leven.

Dinsdag 7 maart: Minister Bussemaker: ‘We gaan iedereen erdoorheen slepen’

We hebben een feestje in Rotterdam, bij ons op de hogeschool. Hogescholen en ROC’s uit Rotterdam, Amsterdam en Den Haag, slaan de handen ineen om samen schakelprogramma’s te ontwikkelen zodat mbo‘ers een grotere kans hebben om de toelatingstoetsen voor de pabo te halen en succesvoller te zijn in hun studie. Want dat is nodig. De toelatingstoetsen – noodzakelijk als borging voor het gewenste niveau bij de instroom van onze pabo’s – hebben de mbo’er afgeschrikt en hebben daarmee de instroom minder divers gemaakt. Onze pabo’s dreigen witte scholen te worden, terwijl zij geacht worden leerkrachten af te leveren voor de diverse Randstad.

De minister toonde zich aanvankelijk sceptisch tegenover de gedachte van een schakelprogramma – zag het als een extra barrière – maar heeft zich laten overtuigen dat dat het verkeerde beeld is: het gaat niet om het opwerpen van barrières, maar om een zetje in de rug. Een mooie bijeenkomst, met sterke studenten op het podium en een programma dat professioneel aan elkaar wordt gepraat door onze eigen Gyzlene Kramer-Zeroual (‘onze Rotterdamse Eva Jinek’). Bij de afsluiting neem ik afscheid van de minister. Het kabinet is nog maar een paar dagen missionair. Ik maak gebruik van de gelegenheid om haar te vragen het gesprek over doorstroomprogramma’s voort te zetten, ook in andere domeinen dan de pabo. Ze zegt volmondig ‘ja’.

Ik bedank haar voor de samenwerking, hoewel we het niet altijd eens zijn geweest, het meest pregnant rondom het leenstelsel en de prestatieafspraken. Maar de waarden van waaruit we gewerkt hebben, waren eensluidend. En ik eindig met een persoonlijk verzoek. Ik zag dat allerlei studenten met haar op de foto wilden. “Minister, mag ik ook met u op de foto?”


Minister Bussemaker met de (mbo)studenten Marciano, Sena en Nathalie. Direct rechts van Bussemaker RAC-onderwijsmanager Gyzlene Kramer-Zeroual. Foto: Profielen

Donderdag 9 maart: de apothekersassistente in het laboratorium en het zetje in de rug voor de mbo’er

Cultuur en identiteit blijken steeds weer belangrijk te zijn in het ‘sturen’ van het keuzepatroon van jonge mensen. Ik heb eerder gesproken van het fenomeen dat al onze opleidingen een unieke diversiteitscocktail te zien geven; elke opleiding kent een vrij unieke samenstelling wat betreft de achtergrond van onze studenten, man/vrouw, etniciteit, onderwijsachtergrond, etc. Dat geldt voor het mbo eveneens. En dat werkt natuurlijk door in de beroepen waar we voor opleiden. Ik kijk daar overwegend neutraal naar maar soms ook vanuit de optiek van gemiste kansen, zoals bij de pabo. En soms juist vanwege het feit dat het kansen biedt. Zoals bij de mbo’ers die zich melden bij onze opleiding Chemie.

Mooie opleiding, onze opleiding Chemie. Een meerjarig hoog gemiddelde wat betreft de studenttevredenheid, hoge medewerkerstevredenheid (92%), als uitdrukking van een toegewijd team. Ze zijn bezig met de grote vraagstukken van vergroening van de chemie, als onderdeel van de noodzakelijk ombouw van een bedrijfstak in de Rotterdamse haven die ooit van zijn olie-verslaving af zal moeten komen. Ook is de opleiding  een van die plekken in het hbo waar hoogwaardig onderzoek zich op natuurlijke wijze verbonden heeft met onderwijs.

Met enthousiasme vertellen de collega’s ons het verhaal, als het College van Bestuur op bezoek komt, inclusief een leerzame demonstratie in het lab door een collega met een mooie Limburgse tongval. De toewijding van het team bestaat ook daaruit dat ze graag hun vak willen openen voor meer meisjes, meer mbo'ers en meer studenten met een migratie-achtergrond. En die kans is er: de dames van de opleiding apothekersassistent, relatief vaak met migratie-achtergrond – ook in mijn apotheek word ik vriendelijk te woord gestaan door dames met hoofddoek – zijn gedreven, maar missen vaak net die inhoudelijke bagage omdat ze dat gewoonweg niet gehad hebben in hun opleiding.

Kloof mbo-hbo dichten

Ik heb mijn verhaal – met dank aan de collega’s van Chemie - klaar voor mijn lezing die middag tijdens het Cinop-congres (het ‘lente-congres’) over aansluiting mbo-hbo. Het congres vindt plaats in Den Haag bij Nieuwspoort, op steenworpafstand van waar de informateur voor het nieuwe kabinet haar of zijn werk gaat doen. Ik bepleit – over de hoofden van het publiek heen richting de informateur de mbo-hbo- route als koninklijk te blijven zien. Ik vraag hem of haar de enorme kloof in verschillen in regels tussen het mbo en het hbo te slechten en scholen de ruimte te geven en te hen te steunen om net dat extra aan te bieden aan mbo‘ers waardoor ze succesvol kunnen zijn.

We zijn begonnen bij de pabo, maar moeten ook de apothekersassistenten de kans geven in het laboratorium van Shell te eindigen! Het enige wat we daarvoor moeten doen is de muur te slechten tussen het mbo en het hbo. Dat is vrij complex, aangezien de regelsystemen van het mbo en het hbo erg verschillend zijn. In een gesprek met een journalist vergelijk ik het niemandsland tussen mbo en hbo met de strook tussen Noord- en Zuid-Korea. En als het niet mogelijk blijkt te zijn die muur te slechten, dan bouwen we toch een brug: het schakelprogramma…. Heren en dames politici: geef scholen nou gewoon die ruimte in het nieuwe kabinet!

Broodje met stroop en kaas

Het is de dag na de verkiezingen. De zon schijnt. Mooie lentedag. We zitten met een paar collega’s op het terras van Het Nieuwe Instituut. We kijken uit op ons prachtige gebouw aan het Museumpark. Het gesprek gaat over de verkiezingen en de resultaten van ons eigen stembureau. Als je dat spreekwoordelijke ‘dorp in de stad’ wil zijn, dan moet je ook een eigen stembureau in dat ‘dorp’ willen hebben.

Voor het eerste konden studenten, collega’s en buurtbewoners bij ons stemmen. Het werd een succes: twee keer moesten extra stembiljetten aangesleept worden. Met uiteindelijk D66, GroenLinks en VVD in de top 3. Als je het belangrijk vindt dat een school de plek is waar mensen zichzelf kunnen zijn, als je uitstraalt dat je verschillen respecteert, als je duidelijk wilt maken dat je niet streeft naar culturele eenvormigheid maar ook niet wilt vervallen in cultuurrelativisme, dan is het koesteren van democratische waarden en een democratische cultuur, van groot belang.

Dan is zo’n stembureau, ook al is het symboliek, van belang en laat ik me graag fotograferen als ik mijn stem uitbreng, samen met mijn collega Angelien Sanderman en de voorzitter van de Centrale Medezeggenschapsraad en de voorzitter van de studentgeleding, Berry Stam en Selcuk Durak.

College en voorzitters medezeggenschap gaan stemmen. Foto: Roy Borghouts

Dan is het ook mooi om vast te kunnen stellen dat de respons bij iets als de Nationale Studenten Enquête weliswaar wat gedaald is (met 2,2% naar 39,2%), maar relatief minder hard dan het landelijke getal (met 3,4% naar 40,7% wat de hogescholen betreft, hogescholen en universiteiten samen met 4,2% naar 38,6%) en we een ‘opkomst’ hebben die hoger ligt dan die in de Randstad (39,2% resp. 36,3%). Nu afwachten wat onze score wordt, op 18 mei a.s.

We lunchen na een ochtend in een groot gezelschap – met veel externe deskundigheid - gesproken te hebben over thema’s als professionele identiteit en dan vooral hoe we ons HRM-beleid daar op kunnen inrichten; ook hoe dat beleid de noodzakelijke diversiteit in ons medewerkersbestand kan doen toenemen.

Met een lenteachtig gevoel van optimisme, loop ik naar de schaal met broodjes. “Die moet je nemen”, suggereert een collega, “bijzonder, heb ik nog nooit op, die combinatie”. Ik volg zijn advies.

Ik geniet – in het ‘dorp’ Rotterdam - van een heerlijk broodje, met stroop en kaas.

Over de auteur

Ron Bormans - Voorzitter College van Bestuur

Ron Bormans (1957, te Schinnen, Zuid-Limburg) mag zich verheugen in een lange periode van ontmoetingen in en met het hoger (beroeps)onderwijs. Tijdens zijn studies: Natuurkunde (propedeuse) in Eindhoven en Politicologie / Bestuurskunde in Nijmegen. Maar ook in zijn loopbaan. Hij werkte o.a. als plv. directeur HBO en directeur Studiefinanciering bij OCW. Daarnaast was hij consultant bij Capgemini. Op dit moment geeft hij leiding aan Hogeschool Rotterdam als bestuursvoorzitter, een functie die hij eerder bekleedde bij de HAN. Maar hij deed ook de HvA en Inholland aan en hield toezicht op onderwijsprogramma's als directeur NQA.

Elke twee weken is de nieuwe blog-post ook te volgen op Twitter via @ronbormans1.

We gebruiken cookies om de website te verbeteren.