Ga direct naar de content

Ontmoeting 71 | een week om niet te vergeten

Een week die 'gewoon' begint. Waarin de nieuwe strategische agenda van de hogeschool een belangrijke rol speelt. Waarin de wereld vervolgens de school binnenkomt door berichten over aanslagen en het overlijden van een icoon.

Ontmoeting 71

Je hebt van die weken die er niet echt uitspringen. Dat zijn meestal van die weken die zakelijk nuttig zijn en privé 'regelmatig'. En je hebt weken die je je later zult herinneren. Omdat, bovenop het ritme van de 'gewone' dingen, er bijzondere dingen gebeuren. Dingen met een impact. Een week dus waar je de 'gewone' dingen doet, maar waarbij accenten aangebracht worden die veel betekenend zijn of blijken te zijn. Waar je soms wat tijd voor moet nemen, om ze goed te doorgronden. 

“Je gaat het pas zien als je het door hebt”. Heeft een wijs man ooit gezegd.

Maandag 21 maart, 9.00 - 13.30 uur

De week begint zoals hij elke week begint: met een vergadering van het College van Bestuur. Een veelheid aan thema's passeert de revue, waarbij regelmatig collega's uit het onderwijs of de staf aanschuiven om zaken toe te lichten of om het gesprek met ons te voeren. Deze vergadering spreken wij in totaal 15 collega's. Een bloemlezing van waar we over gesproken hebben:

  • We zitten midden in een proces van het herijken van onze (strategische) agenda; we gaan onze bestaande kwaliteitsagenda evalueren, een agenda die we Focus gedoopt hebben, we maken de balans op van wat betreft de zogeheten Prestatieafspraken en zoeken breed in de organisatie het gesprek over waar we ons de komende vier jaar op gaan focussen. Tijdens de bespreking kijken we terug op een uitgebreid gesprek hierover met onze directeuren en bereiden we onze avondbijeenkomst voor waarin we gaan proberen inhoudelijk eerste conclusies te trekken.

  • We nemen besluiten in een aantal bezwarenprocedures op basis van adviezen van de commissies die daarvoor zijn ingericht.

  • We bespreken een tussenrapport van een van de onderzoeken die moeten bijdragen aan het verbeteren van het studiesucces van met name de mbo'ers die bij ons komen studeren. De tussenrapportage stuurt aan op het aanbieden van een schakelprogramma aan een bepaalde categorie mbo'ers opdat ze beter beslagen ten ijs komen en  kansrijker het hbo betreden. Het gaat dan met name om mbo'ers uit zogeheten niet-verwante opleidingen. Hoe we dat organiseren is een vraag die de commissie nog moet beantwoorden: wordt het een verlenging van het mbo, een schakeljaar of pre-bachelor of gaan we de minister vragen te mogen werken met een verlengde propedeuse?
    We hebben eerder aangekondigd in mei naar buiten te gaan met concrete plannen. We bespreken de resultaten van een intern onderzoek naar de eventuele strijdigheid van diverse functies (bestuur, management, lectoren, medewerkers) met nevenfuncties en trekken conclusies rondom onze regels en de toepassing daarvan. 

  •  We bespreken de aanscherping van ons Privacybeleid op basis van aangescherpte regelgeving en nemen daarbij in één adem een evaluatie mee van een 'phishing mail' incident dat ons getroffen heeft en waarvan twee studenten de dupe geworden zijn. Grote alertheid is geboden.

  • We nemen kennis van een eerste evaluatie van de resultaten van de Prestatieafspraken en maken afspraken over hoe het proces verder ingericht gaat worden. Een ding is zeker, we hebben hier eerder uitgebreid over gecommuniceerd, we halen de afspraken met betrekking tot studiesucces niet. Het vraagstuk is vele malen groter gebleken dan wij allen - ook de minister - hadden voorzien vier jaar geleden.

  • We bespreken verkennend de mogelijkheid om ons functiehuis uit te breiden met meer carrièremogelijkheden voor docenten. We stellen vast dat docenten ‘iets anders dan onderwijs’ moeten gaan doen om carrière te kunnen maken en dat is eigenlijk best gek. Je moet eigenlijk de carrièrelijn verder door kunnen trekken dan de huidige carrièrelijn uit ons functiehuis. De beste docenten met de grootste impact, zouden het beste beloond moeten worden en niet 'gedwongen' worden te gaan managen of onderzoek te doen. dat is de verkeerde prikkel. Maar ja, wat is dat, ‘de beste docent met de grootste impact’? Moeten we het daar niet eens indringend over hebben?

  • We geven, na bespreking met de indieners, goedkeuring aan een subsidieaanvraag ‘Erasmusplus’, waarmee we de banden gaan aanhalen met een aantal universiteiten, waaronder die in Riga.

Maandag 21 maart, 17.00 - 17.30 uur

Mijn collega Angelien Sanderman en ik praten elkaar bij. We hebben het vooral over de zogeheten Sectorkamer Hoger Onderwijs, het Rotterdamse overleg tussen de Rotterdamse hogescholen, de universiteit en de onderwijswethouder die dinsdagavond gehouden zal worden. Angelien zal mij deze keer vervangen omdat ik die avond andere verplichtingen heb. Ons bestuur kent portefeuilles, maar we zijn collectief verantwoordelijk en vervangen elkaar regelmatig, als dat nodig is.

Er wordt geklopt en twee van onze toezichthouders komen binnen. De Raad van Toezicht had mij eerder, na een beoordelingsgesprek, mede op basis van een 360 graden feedback procedure zoals we die voor de bestuurders hanteren, gevraagd of ik een tweede termijn ambieer, een termijn die per september start. Ik heb een tijdelijk contract en elke vier jaar is er een moment van evaluatie. Ik had hen laten weten me bij de hogeschool als een vis in het water te voelen, maar ja, dan moet het water dat natuurlijk ook zo ervaren....

Mede om dat te peilen heeft de Raad die middag een gesprek met een delegatie van de Centrale Medezeggenschapsraad en ook die geeft aan positief te adviseren. Een mooi moment. Wie vindt het niet mooi om vertrouwen te ervaren? Zeker als de klus die je moet doen, een stevige is. En dat is ie, in deze turbulente tijden. Ik wist toen uiteraard niet dat dat dinsdag nog eens een extra accent zou krijgen.

Dinsdag 22 maart, 8.30 - 10.00 uur

De dag begint met een ontbijtsessie, zij het dat we vandaag wat later beginnen dan gewoonlijk. Terwijl we een broodje eten, bespreken we dan een thema wat diepgaander, gedurende anderhalf uur. Deze keer is dat het programma StudieNet. We willen uiteindelijk toe naar een situatie waarin alle informatie die voor de student relevant is, door hem of haar bereikt kan worden via een persoonlijke ingang in de systemen (Deze toegang heet ‘MijnHR’), waarbij de informatie ook op maat aangereikt kan worden en er ook één enkele plek is voor communicatie met de studenten.

Nu hebben we verschillende fora, communicatiekanalen en plekken waar informatie is opgeslagen. StudieNet is een groot, complex project, dat we beheerst willen uitrollen en dat te maken heeft met een veel verder strekkende verandering dan 'slechts' de ICT. Nuttige bijeenkomst, de klokken staan weer gelijk.

Bij het naar buiten lopen worden me de eerste berichten over Brussel aangereikt. Ik schrik. Brussel is letterlijk en figuurlijk,  zakelijk en emotioneel dichtbij. Even een moment van moedeloosheid - die ik via Twitter deel -  na Parijs en Istanbul is nu Brussel aan de beurt. Rouw golft over Europa, angst ook, met hier en daar een scherp randje van triomfantalisme. Met zo'n gebeurtenis komt niets minder dan de wereld de school binnen. En worden we ook weer eens herinnerd aan de belangrijke maatschappelijke rol die we hebben.

Een dag volgt van het nieuws volgen, geïnformeerd worden over onze studenten in Brussel (en andere Vlaamse steden), overleg over de veiligheid in onze gebouwen, het vlagprotocol en onze interne communicatie, met name over het vraagstuk hoe om te gaan met mogelijk heftige gesprekken in de klas. Extern breng ik mijn blog naar aanleiding van Parijs nog maar eens in herinnering. Hoe moeilijk het op dit soort momenten ook is, we moeten het gesprek blijven zoeken. Het hoger onderwijs is ooit 'uitgevonden' mede om het platform te zijn waarin ruimte is voor een diversiteit van opvattingen, binnen grenzen van respect en Grondwet.

De daarbij behorende mailwisseling, tussen rapportagegesprekken van twee onderwijsinstituten door, wordt afgewisseld met behoorlijk wat mails, sms'jes, whatsapp-berichten en twitterlikes over mijn herbenoeming. Dat bericht is immers inmiddels formeel gecommuniceerd. Het enthousiasme doet me goed.

Er wordt hier en daar ook een vraag gesteld. Met name over mijn voornemen om in de maand juni een maandje een sabbatical te nemen om, zoals het communiqué het meldt "in het kader van zijn eigen professionalisering en duurzame inzetbaarheid indringend na te kunnen denken over een essentieel vraagstuk uit de Focusstrategie: hoe te komen tot een toekomstbestendige (decentrale) organisatievorm van de hogeschool, die recht doet aan de moderne eisen van wendbaarheid, transparantie, ruimte voor professionele autonomie en kwaliteitscultuur". De voorzitter die midden in een open proces gericht op strategie een maand nadenkt over zo'n basaal thema. Hoe open is dat proces dan? Of komt hij dan 'gelouterd' terug en vertelt hoe het moet?

Woensdag 23 maart, 9.00 - 10.00 uur

Als voorzitter van de Stuurgroep Integrale Veiligheid Hoger Onderwijs voer ik overleg met de Stichting SURF. Surf host een aantal van onze online activiteiten en is een belangrijke partner van ons, namelijk daar waar het gaat om cybersecurity. We nemen het geheel van onze samenwerking door, kijken naar de wat verder weggelegen toekomst - het programma van de Stuurgroep is in principe tijdelijk - en staan stil bij de grote internationale conferentie die we 20 juni in Rotterdam gaan houden. De conferentie zou in eerste instantie in een van onze gebouwen worden gehouden, maar bij nader inzien zouden we daar zo'n 'ravage' mee aanrichten wat betreft het onderwijs op die dag, dat we uitwijken naar het WTC-gebouw in Rotterdam. Ook al zo'n symbool.

De conferentie zal stilstaan bij het veiligheidsvraagstuk in de brede. We spreken met elkaar over radicalisering, maar ook cybersecurity, governance-vraagstukken met betrekking tot veiligheid, etcetera. De rode draad zal het spannende vraagstuk zijn hoe we onze hogescholen en universiteiten veilig weten te houden zonder ze zodanig 'op slot te doen' dat we de basale waarde van openheid die het hoger onderwijs kenmerkt teniet doen. De conferentie, die het logo van het Nederlands voorzitterschap draagt aangezien zij EU-geassocieerd is, heeft als titel ‘Open and safe’.

Minister Bussemaker en burgemeester Aboutaleb zijn twee van de keynote speakers. Ik mag als dagvoorzitter de boel aan elkaar praten. Ik reken op veel bestuurlijke belangstelling aangezien het brede en integrale vraagstuk van veiligheid niet alleen hoog op de (bestuurlijke) agenda moet staan bij incidenten, maar structureel verankerd hoort te zijn in ons beleid. Zoals Cruijff ooit zei: “Vaak moet er iets gebeuren voor er iets gebeurt.” En zo hoort het natuurlijk niet te gaan.

Donderdag 24 maart, 9.00 - 13.00 uur

Focus-conferentie. Deze keer over onze nieuwe strategische agenda. Zo'n 80 collega's in de zaal. Het College van Bestuur, directeuren, onderwijsmanagers, (hoofd)docenten, onderzoekers, collega's uit de staf. Tijdens de introductie wordt mij een vraag voorgelegd. Hoe men dat moet zien, dat sabbatical van een maand? Nu breed het gesprek voeren over onze toekomst, om  dan in juni van de voorzitter te horen krijgen hoe we het allemaal gaan doen?

Professionals hebben maar één echte manier om wat ze leveren te verbeteren: door zichzelf te verbeteren. Dus zijn professionalisering en duurzame inzetbaarheid zulke belangrijke begrippen. En ben ik blij dat ik ze als onderhandelaar namens de werkgevers samen met de bonden heb mogen verankeren in de CAO.

Het thema dat ik bij de kop ga pakken is een vraag die schreeuwt om een antwoord. In de samenleving is onmiskenbaar een trend waarneembaar naar andere organisatievormen, waarbij de professionele autonomie opnieuw gedefinieerd wordt. Waar  in netwerken gewerkt wordt, met meer betrokkenheid van cliënten, klanten, patiënten, studenten. Ik heb eerder de vraag aan de orde gesteld of de hogeschool in zijn huidige vorm over 15 jaar nog wel bestaat.

Of we ons moeten transformeren naar een meer federatieve vorm, een gekantelde organisatie met meer decentrale ruimte, of welke woorden we daaraan geven. Begrijpen we waar het Maagdenhuis in essentie voor staat, als we dit abstraheren van het opportunisme dat het beeld soms wat mistig maakt? Een debat overigens, dat vaak gedomineerd wordt door mensen (of politieke partijen of vakbonden) die hun conclusies klaar hebben en vinden dat ons soort instituties niet meer in het beeld passen, waarbij veel bestuurders van die instituties in een defensieve rol terecht komen.

Die vorm ambieer ik niet. Ik ambieer - samen met 'mijn' hogeschool - een voortrekkersrol. Ik wil dat we als maatschappelijke institutie niet reageren op deze maatschappelijke trend, maar hem mede vorm geven, er leiding aan geven. Omdat ik namelijk geloof in het soort institutie dat we zijn, maar ook besef dat we wel een transformatie zullen moeten ondergaan. Professionele teams moeten in stelling komen. En een keer daar indringend over nadenken, daar in rust over lezen, er met mensen over praten en de ruimte hebben het geheel eens goed te verkennen, is goed. Dat zal zeker niet leiden tot een autoritaire interventie, zodra ik uitgedacht ben. Dat past namelijk niet in de basisgedachte van meer ruimte voor interactie, professionele autonomie. 

Verder is het zo dat het denken over strategie zijn eigen proces kent, waar juist de brede betrokkenheid in opgesloten ligt, wat een waarde op zich is en waar je als bestuurder niet dwars door heen moet willen gaan. En de hogeschool helemaal loslaten in die maand, gaat me niet lukken.... Ik zal met regelmaat contact houden over dit onderwerp met mijn collega's Angelien Sanderman (die leiding geeft aan het proces van strategievorming) en Jan Roelof.

 
Bij de opening van de Johan Cruijff University in 2000

Na de conferentie stap ik in de auto naar mijn laatste bijeenkomst: een gesprek met een groep docenten over hoe de studiekeuzecheckgesprekken te verbeteren. Ik zet de radio aan en hoor dat Johan Cruijff is overleden. Komt binnen. Al heel jong verzamelde ik foto's van hem door de krant te schrijven of "ik die foto van meneer Cruijff mocht hebben". En die stuurde De Limburger dan soms op. De finale van 1974 schiet door mijn hoofd. Huilend op de bank. Dat bijzondere jaar bij Feyenoord, voor een man die door en door Ajacied is.

Maar ook die keren dat ik hem heb mogen ontmoeten, toen ik als jong bestuurder met hem mocht spreken over de Johan Cruijff Universiteit. Ik ben daar trots op. Bijzondere man, tegen wie ik opkeek, een icoon, maar aardig en aandacht gevend aan iedereen. Maar ook iemand die groot ontzag toonde voor het hoger onderwijs. Hij sprak regelmatig met studenten. Dat waren hoogtepunten. Hij was van tevoren altijd nerveus, maar hield vervolgens hun aandacht moeiteloos anderhalf uur vast. Om daarna - toch wat onzeker - te vragen: "Was het wat?". Ik herstelde dan altijd snel de verhoudingen door hem bijvoorbeeld een handtekening te vragen op mijn smetteloos witte overhemd.

De werkweek eindigt in rouw. En deze keer rouw die mondiaal is. Die de wereld over gaat. Die mogelijk zelfs even verbindt. We moeten verder.

Over de auteur

Ron Bormans - Voorzitter College van Bestuur

Ron Bormans (1957, te Schinnen, Zuid-Limburg) mag zich verheugen in een lange periode van ontmoetingen in en met het hoger (beroeps)onderwijs. Tijdens zijn studies: Natuurkunde (propedeuse) in Eindhoven en Politicologie / Bestuurskunde in Nijmegen. Maar ook in zijn loopbaan. Hij werkte o.a. als plv. directeur HBO en directeur Studiefinanciering bij OCW. Daarnaast was hij consultant bij Capgemini. Op dit moment geeft hij leiding aan Hogeschool Rotterdam als bestuursvoorzitter, een functie die hij eerder bekleedde bij de HAN. Maar hij deed ook de HvA en Inholland aan en hield toezicht op onderwijsprogramma's als directeur NQA.

Elke twee weken is de nieuwe blog-post ook te volgen op Twitter via @ronbormans1.

We gebruiken cookies om de website te verbeteren.