Menu Zoeken English

Begeleiding en rolverdeling

De wederkerige samenwerkingsrelatie binnen de opleidingsscholen zorgt ervoor dat alle professionals vanuit hun eigen expertise steeds de verbinding theorie-praktijk maken. De begeleiders en opleiders dagen de student en de startende leraar voortdurend en op verschillende manieren uit om de verbinding tussen theorie, praktijk en de eigen groei als professional te leggen. Hierbij nemen zij de ervaringen op de werkplek en de context van de school als uitgangspunt.

 

 

Stroomschema

Hier komt begeleidende tekst

Rollen

Dit is de leerkracht die de student dagelijks in de klas begeleidt. Met de WPB worden de onderwijssituaties en bekwaamheidseisen besproken die voor de student belangrijk zijn. De student vraagt zijn WPB dagelijks om feedback op de onderwijssituatie en de bekwaamheidseisen die de student wil oefenen en stelt samen nieuwe ontwikkelstappen op. Dit gebeurt met behulp van de koppelkaart, altijd in relatie tot de bekwaamheidseis(en) die centraal staan. De WPB heeft een belangrijk aandeel in het bepalen of de student zich voldoende kan ontwikkelen en voldoende ontwikkeling laat zien.

Dit is de lerarenopleider van en op de basisschool die verantwoordelijk is voor het werkplekleren en de begeleiding op de werkplek. De student bespreekt, bij voorkeur aan de hand van de koppelkaart, zijn ontwikkeling met de schoolopleider op de bekwaamheidseisen die voor hem centraal staan. De student verbindt samen met de schoolopleider zijn ontwikkelstappen aan het leren in de context van de school en legt met hem de relatie theorie-praktijk. De schoolopleider en instituutsopleider werken hierin nauw samen.

Dit is de lerarenopleider van de pabo die samen met de SO en de WPB de student begeleidt, opleidt en beoordeelt op de werkplek. De student bespreekt zijn ontwikkeling met de IO op de bekwaamheidseisen die voor hem centraal staan. De student verbindt samen met de SO en IO zijn ontwikkelstappen aan het leren in de context van de school en legt met hem de relatie theorie-praktijk. De instituutsopleider stemt samen met de SO de stagebezoeken af, bepaalt in samenspraak met de student en WPB/SO of er voldoende ontwikkeling zichtbaar is op het niveau dat er verwacht mag worden en voert samen met de SO het eindgesprek met de student.

Met de PI-begeleider van de opleiding bespreekt de student zijn totale ontwikkeling als leerkracht. In wekelijkse bijeenkomsten worden de inhouden van de lessen op de pabo en de onderwijssituaties uit de praktijk besproken. Het gaat hierbij om wie de student is als leerkracht en/of welke leerkracht hij graag wil worden. De PI-begeleider ondersteunt de student bij het opstellen van zijn stagedossier.

Het begeleiden van een onderzoek gebeurt op basis van een samenwerkingsrelatie tussen opleiding en basisschool. De onderzoeksbegeleider vanuit de school begeleidt bij het a) oriënteren op en het analyseren van het praktijkprobleem, b) het formuleren van de onderzoeksvraag, c) de dataverzameling en d) het formuleren van de aanbevelingen die voortkomen uit het onderzoek. Studenten worden daarnaast begeleid door een onderzoeksbegeleider van de pabo. Deze begeleider begeleidt de bovengenoemde onderdelen en alle andere onderdelen van het onderzoeksproces, inclusief het rapporteren ervan. Tijdens de begeleidingsbijeenkomsten komen alle fasen van de onderzoekscyclus aan bod. 

Startende leraren zijn steeds meer in staat om hun eigen leren vorm te geven met behulp van reflectie op het handelen. Reflectie vraagt tijd en interactie met anderen. Daarom volgen startende leraren binnen de opleidingsscholen een inductieprogramma dat onder andere bestaat uit coaching in de klas en bovenschoolse intervisie. De coach begeleidt startende leerkrachten bij het vormen van een brug tussen het leren als student en het leren als professional waarmee een doorlopende leerlijn wordt gerealiseerd.

🍪

Welkom!
Wij maken gebruik van functionele en analytische cookies voor de werking van de website en het verbeteren van jouw gebruikerservaring. Wil je meer weten? Lees dan ook ons cookiebeleid.

Instellen