Menu
    English

    Bouwsteen 2: de samenleving doet mee

    Van de werkvloer tot de buurtvereniging: iedereen kan iets betekenen

    In mijn vorige post schreef ik over de eerste bouwsteen: de mensen om je heen zijn de basis. Vanuit mijn eigen ervaring, met het overlijden van mijn vader en de ondersteuning van mijn moeder, vertelde ik hoe belangrijk de mensen om je heen zijn in de laatste 1000 dagen. Mensen die er voor je zijn, iets concreets doen of je de ruimte geven om even iets voor jezelf te doen. Maar hoe belangrijk die mensen ook zijn: met alleen familie, vrienden en buren komen we er niet. Als we Samen Leven tot het Laatst echt in de volle breedte willen omarmen, moet de hele samenleving meedoen. Denk aan scholen, werkplekken, geloofsgemeenschappen, culturele organisaties en verenigingen.

    Mijn waardevolle samenleving

    Ik ervaar zelf dagelijks hoe waardevol die betrokkenheid is. Mijn leidinggevende realiseert zich bijvoorbeeld dat ik naast werknemer ook mantelzorger ben. We kunnen daar open over praten. Mijn collega's vangen zo nodig en tijdelijk dingen voor me op. Projecten doen we ECHT samen. Ook de voormalige buurtvereniging van mijn ouders, CroLa, blijft betrokken bij het welzijn van mijn moeder. Zelfs nu zij na het overlijden van mijn vader is verhuisd naar een kleinschalig verpleeghuis in een andere plaats, bezoeken mensen uit de oude buurt haar en halen ze haar op voor feestjes.

    En de kapster van mijn moeder bracht haar na een bezoek aan de kapper met haar eigen auto naar huis. Het zijn misschien kleine gebaren, maar ze maken verschil. Zelfs een film die ik in de bioscoop zag, vormde aanleiding voor een mooi en kwetsbaar gesprek over het gewone leven én de zorgen rond de laatste 1000 dagen.

    Meer vanzelfsprekendheid

    En stel je eens voor hoeveel verschil het zou maken als die betrokkenheid op meer plekken vanzelfsprekend zou zijn. Als een leerkracht weet dat een ouder, opa of oma, broer of zus van een kind ernstig ziek is en daar samen met het kind ruimte aan geeft, bijvoorbeeld in een kringgesprek.

    Als de geloofsgemeenschap waarbij mijn moeder hoort, betrokken blijft en op huisbezoek komt, ook wanneer zij zelf minder vaak naar de kerkdienst kan gaan. Of als ik, ondanks dat ik niet meer kan voetballen of aan een andere sport of vrijetijdsbesteding kan deelnemen, toch word opgehaald om erbij te zijn. Desnoods alleen voor de derde helft.

    Ik denk dat het helpt. Niet om beter te worden, maar wel om je beter te voelen!

    Het gaat om zorgzame samenlevingen waarin ook de laatste levensfase een plek krijgt. Gemeenschappen die niet wegkijken bij ziekte, zorgen, sterven en rouw, maar deze onderwerpen meenemen in hun activiteiten en de manier waarop ze met mensen omgaan. Gewoon, omdat ze ons allemaal aangaan.

    Die gemeenschappen zijn er al op verschillende plekken. Kijk bijvoorbeeld eens op Nederland Zorgt voor Elkaar. Hoeveel aandacht er binnen deze initiatieven specifiek is voor de laatste levensfase, is niet altijd direct zichtbaar. Dat betekent natuurlijk niet dat die aandacht er niet is.

    Hoe maken we de samenleving zorgzamer?

    Een hulpmiddel dat gemeenten hierbij kan helpen, is het Compassionate City Charter. Dit internationale handvest, de Nederlandse vertaling is bijna gereed, helpt gemeenten en gemeenschappen om sterven, rouw, verlies en zorg (weer) een vanzelfsprekende plek te geven.

    Het handvest beschrijft dertien stappen om te werken aan een steunende en toegankelijke samenleving. Het vraagt gemeenten om samen met inwoners, maatschappelijke organisaties en professionals te werken aan verandering. Denk aan scholen, werkplekken, zorg- en welzijnsinstellingen en organisaties voor kunst en cultuur. Ook lokaal beleid, herdenken en de toegankelijkheid van zorg en ondersteuning krijgen aandacht.

    Ik zie het aannemen van zo’n handvest als een mogelijke stimulans voor gemeenten. Het kan helpen om bouwsteen 2 – de samenleving doet mee – samen met inwoners, organisaties en professionals concreet vorm te geven. Want betrokkenheid ontstaat niet vanzelf. We moeten er bewust ruimte voor maken.

    Er gebeurt al wat in Nederland

    Gelukkig zijn er in Nederland al steden, dorpen en stadsdelen waar mensen hiermee aan de slag zijn. Denk aan de beweging Samen Leven tot het Laatst in de gemeente Gooise Meren (Samen leven tot het laatst | De gemeenschap om samen tot het laatst te leven), de activiteiten van Zorgvrijstaat in Rotterdam (CoCo Delfshaven | Zorgvrijstaat), initiatieven in Capelle en Krimpen aan den IJssel en de beweging Compassionate Wageningen (‘Compassionate Wageningen; ontmoeten in verlies, rouw en zorg’ - Netwerk PZ regio Gelderse Vallei). Deze initiatieven laten zien dat niet alleen familie, vrienden en andere naasten van betekenis kunnen zijn wanneer iemand ernstig ziek is, zich in de laatste levensfase bevindt of rouwt. De bredere samenleving biedt de bedding om samen  een verschil te maken.

    Dat raakt voor mij precies aan de kern van deze bouwsteen. Ik ervaar zelf hoe waardevol het is als mensen betrokken blijven, ook wanneer het leven verandert en niet alles meer vanzelfsprekend is. Ik gun het iedereen dat er mensen en gemeenschappen zijn die blijven omzien naar elkaar.

    Er gebeurt al veel. Die initiatieven verdienen navolging, zodat samen leven tot het laatst steeds meer iets wordt wat we met elkaar doen.

    En ik? Ik ben blij dat ik in Wageningen woon. Juist omdat ik ervaar hoe belangrijk het is dat een samenleving ruimte maakt voor betrokkenheid, ook als het leven kwetsbaar wordt.

    Inloggen