Gezinnen waarin kinderen en/of ouders functioneren op het niveau van een (licht) verstandelijke beperking ((L)VB) zijn oververtegenwoordigd in de jeugdbescherming. Tegelijk is nog weinig bekend over de prevalentie en onderlinge samenhang van adverse childhood experiences (ACEs) en andere contextuele kind- en gezinsrisico’s in deze gezinnen. In dit retrospectieve dossieronderzoek werden 128 Nederlandse dossiers geanalyseerd van jeugdigen uit gezinnen met een (L)VB die onder toezicht stonden. Vrijwel alle jeugdigen (98,4%) hadden ten minste één ACE meegemaakt en 66,4% vier of meer. Ook aanvullende ACEs, zoals uithuisplaatsing, en contextuele risico’s, zoals eperkte sociale netwerken, schulden en huisvestingsproblemen, kwamen veel voor. Daarnaast liet het onderzoek zien dat ACEs en contextuele kind- en gezinsrisico’s op meerdere niveaus met elkaar samenhangen. De bevindingen benadrukken dat het in deze gezinnen vaak niet gaat om afzonderlijke problemen, maar om verweven en cumulatieve kwetsbaarheden op kind-, ouder- en contextniveau.
Dit benadrukt het belang van een brede, ecologische en gezinsgerichte benadering binnen de jeugdbescherming en het voorliggende zorg- en ondersteuningsveld, met systematische aandacht voor zowel het kind, de ouder(s) als de bredere leefcontext.