Nederland is de thuisbasis van meer dan 100 experimentele omgevingen. Die variëren van gecontroleerde fieldlabs tot meer open, participatieve stedelijke living labs. Vaak met als doel bij te dragen aan klimaatadaptatie, het vergroten van de biodiversiteit en het bevorderen van hernieuwbare energie en circulariteit. Een grote uitdaging in deze experimentele omgevingen is een hardnekkige "pilot paradox", waarbij veel geleerd en geïnnoveerd is in experimenteeromgevingen, maar zij er niet in lijken te slagen langdurige, systemische verandering te bewerkstelligen. Het project EXTRA richt zich op de vraag hoe je innovaties uit deze experimentele omgevingen succesvol kunt mainstreamen.
Beschrijving
Het EXTRA-project richt zich op het versterken van de transformatieve kracht van fysieke experimenteer- en leeromgevingen (Physical Experimentation and Learning Environments, PHELEs), zoals living labs, fieldlabs en proeftuinen. In deze omgevingen ontwikkelen en testen onderzoekers, overheden, bedrijven, maatschappelijke organisaties en burgers gezamenlijk nieuwe technologieën, werkwijzen en vormen van governance, financiering en monitoring die bijdragen aan duurzaamheidstransities.
Hoewel in PHELEs veel innovaties worden ontwikkeld en kennis wordt opgedaan, leidt dit nog onvoldoende tot structurele verandering. Deze zogenoemde ‘pilot paradox’ ontstaat doordat experimenten vaak tijdelijk, lokaal en projectmatig georganiseerd zijn. Kennis blijft versnipperd, ervaringen worden beperkt uitgewisseld en succesvolle innovaties vinden moeilijk hun weg naar reguliere praktijken, beleid, regelgeving en financiering. Bovendien is onvoldoende bekend welke experimenteer- en leermethoden in verschillende contexten effectief zijn en hoe lokale, bottom-up experimenten verbonden kunnen worden met top-down veranderingen in instituties en systemen.
EXTRA onderzoekt daarom hoe bestaande en nieuw geïntegreerde transformatieve methodologieën de capaciteit van change-makers kunnen versterken om innovaties te mainstreamen en kennis beter overdraagbaar en toepasbaar te maken. Daarbij staan vier samenhangende kennisstromen centraal: (1) experimenteren, leren en reflecteren, (2) beleid en regelgeving, (3) financiering en organisatie en (4) impactmonitoring.
Een belangrijke wetenschappelijke vernieuwing is dat PHELEs niet als afzonderlijke projecten worden onderzocht, maar als onderdeel van een ‘ecology of PHELEs’: samenhangende netwerken van experimenten rond een gebied of duurzaamheidsthema. EXTRA vergelijkt hiervoor gebiedsgerichte experimenteeromgevingen in onder andere de metropoolregio’s Amsterdam en Rotterdam en Flevoland/Almere, naast thematische ecologieën rond klimaat, circulariteit, energie en biodiversiteit.
Het project ontwikkelt zo nieuwe kennis, methoden en handelingsperspectieven waarmee change-makers gezamenlijk succesvolle experimenten kunnen opschalen, verbreden, verdiepen en institutioneel verankeren, en daarmee daadwerkelijk bijdragen aan systeemverandering en duurzaamheidstransities.
Het EXTRA-project hanteert een transdisciplinaire action-research aanpak waarin wetenschappelijk onderzoek, praktijkexperimenten, co-design en kennisuitwisseling nauw met elkaar zijn verbonden. De aanpak bestaat uit drie opeenvolgende fasen: (1) inventariseren en analyseren van bestaande kennis, methoden en praktijken (jaar 1), (2) action research en co-design waarin interventies worden ontwikkeld, toegepast en geëvalueerd (jaar 2–3), en (3) valideren, consolideren en overdraagbaar maken van de ontwikkelde kennis en instrumenten (jaar 4–5,5).
WP1–4 onderzoeken vanuit vier samenhangende kennisstromen hoe de transformatieve kracht van PHELEs kan worden versterkt: leren, experimenteren en reflecteren (WP1); beleid en regelgeving (WP2); financiering en organisatie (WP3); en impactmonitoring (WP4). Daarbij wordt nadrukkelijk gekeken naar de wisselwerking tussen bottom-up experimenten en veranderingen in institutionele structuren.
WP5 vormt het integrerende hart van het project. Hier worden resultaten uit de verschillende werkpakketten samengebracht, onderling vergeleken en vertaald naar toepasbare methodieken, instrumenten, trainingen en onderwijsproducten. Een dynamische leeragenda en continue feedback- en feedforwardloops ondersteunen reflectie en bijsturing gedurende het project.
Het empirische onderzoek ontwikkelt zich van individuele voorbeeldcases, via een bredere verzameling PHELEs, naar gebieds- en themagerichte ecologieën van PHELEs rond klimaat, energie, circulariteit en biodiversiteit. Hierdoor kunnen lessen systematisch worden vergeleken, gevalideerd en uiteindelijk breed toepasbaar worden gemaakt.
Hogeschool Rotterdam is samen met de TU Delft en Hogeschool van Amsterdam verantwoordelijk voor de activiteiten in WP5.
WP1 – Leren, experimenteren & reflecteren: ontwikkelt en valideert methodieken en reflectietools om leren, adaptiviteit en kennisontwikkeling binnen verschillende typen PHELEs te versterken.
WP2 – Beleid & regelgeving: ontwikkelt institutionele ontwerpprincipes en beleids- en reguleringsinstrumenten waarmee lessen uit PHELEs beter kunnen worden vertaald naar structurele veranderingen in beleid en regelgeving.
WP3 – Financiering & organisatie: ontwikkelt passende organisatievormen, businessmodellen en financiële instrumenten die samenwerking versterken en mainstreaming van innovaties ondersteunen.
WP4 – Impactmonitoring: ontwikkelt indicatoren, modellen en monitoringtools om maatschappelijke en ecologische effecten, langetermijnimpact en trade-offs van PHELEs inzichtelijk te maken.
WP5 – Integratie & professionalisering: bundelt de ontwikkelde kennis in het EXTRA-platform, praktische pathways, trainingen, onderwijsmodules en andere instrumenten waarmee change-makers PHELEs effectiever kunnen inzetten voor duurzaamheidstransities.
Het EXTRA project is verbonden met het onderwijs aan Hogeschool Rotterdam via de experimentele en maatschappelijke leeromgevingen op The Green Village, op het Noordereiland, in M4H, en in Rotterdam Zuid. Onder meer via de HR-brede minor Creating Resilient Cities, de BSc Watermanagement, de MSc’s Transitie naar Gezondheid en Welzijn, Sustainability Transitions en River Delta Development; en het IGO-overstijgende project OOG op de Stad. Het EXTRA project biedt bovendien de gelegenheid tot afstuderen en het doen van een stage bij één van de projectpartners.
De beoogde output van EXTRA bestaat uit gevalideerde en overdraagbare kennis, methoden en instrumenten die de transformatieve kracht van verschillende typen experimenteer- en leeromgevingen (PHELEs) versterken. Het project ontwikkelt methodieken voor leren, experimenteren en reflectie; beleids- en reguleringsinstrumenten voor institutionele verandering; passende organisatie- en businessmodellen; en methoden voor het monitoren van maatschappelijke en ecologische impact. Deze resultaten worden geïntegreerd in een typologie van PHELEs en concrete routes voor mainstreaming. Via het digitale EXTRA-platform, praktische tools, trainingen, podcasts, casusbeschrijvingen, onderwijsmodules en een netwerk van PHELEs worden de resultaten toegankelijk gemaakt voor change-makers, professionals en onderwijsinstellingen.
TU Delft (penvoerder), VU Amsterdam, Wageningen University & Research, Hogeschool van Amsterdam, Erasmus Universiteit Rotterdam, Hogeschool Rotterdam, The Green Village, AMS Institute, PBL, WoonFriesland, Dijkstra Draisma, Provincie Noord-Holland, Ministerie van Binnenlandse Zaken, PRICE Almere, BouwLab, Alliantie Samen Nieuw-West, Innovation Quarter, Cirkelstad
Projectfeiten
|
Looptijd |
2025 – 2031 |
|
Lectoraat |
Klimaat & Water |
|
Financiering |
NWO KIC |
|
Betrokken onderzoekers |
Maria Fraaije, Marlies v/d Wee-Bedeker |