Gelijke kansen
Op 8 juli 2026 is Jenny Denman gepromoveerd aan de Universiteit Utrecht op haar proefschrift ‘Inclusief CLIL: Content and Language Integrated Learning in het Nederlandse voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs (vmbo)’. Met haar promotie draagt Denman bij aan het gesprek over kansengelijkheid, taal en de toegankelijkheid van onderwijsinnovatie.
“Vmbo-leerlingen kunnen vaak meer aan dan wordt gedacht. Maar succes vraagt om goed doordachte begeleiding: veel Engels, ondersteund door doelgericht Nederlands waar nodig, stapsgewijze taalondersteuning, praktische en communicatieve activiteiten, en hoge maar haalbare verwachtingen. Uiteindelijk draait het om meer dan Engels alleen; het gaat ook om gelijke kansen voor vmbo-leerlingen om deel te nemen aan ambitieuze onderwijsinnovaties.”
Promovenda
Tweetalig onderwijs in een diverse vmbo-context
Tweetalig onderwijs en Content and Language Integrated Learning (CLIL) worden vaak geassocieerd met theoretische leerwegen en academisch sterk presterende leerlingen. In een steeds internationaler wordende samenleving is het belangrijk dat alle leerlingen zich kunnen redden in het Engels als mondiale voertaal. Dat vergroot hun kansen volwaardig mee te doen in opleiding, werk, en het maatschappelijk leven. In haar proefschrift onderzoekt Denman juist de kansen en uitdagingen van CLIL binnen het vmbo: een onderwijscontext met een grote diversiteit aan leerlingen en leerbehoeften.
Het onderzoek vond plaats in de pioniersfase van tweetalig vmbo in Nederland. Denman volgde leerlingen op meerdere scholen over een langere periode en combineerde toetsresultaten met ervaringen van leerlingen en docenten.
Het proefschrift vergelijkt de ontwikkeling van CLIL- en niet-CLIL-leerlingen op het gebied van:
• Engelse woordenschat en grammatica;
• schrijf- en spreekvaardigheid;
• bereidheid om te communiceren in het Engels
Meer taalvaardigheid vraagt om duidelijke ondersteuning
De resultaten laten zien dat CLIL binnen het vmbo kan bijdragen aan een betere Engelse taalvaardigheid en een positievere houding ten opzichte van Engels. Tegelijkertijd blijkt dat de manier waarop CLIL wordt vormgegeven veel uitmaakt.
Factoren die een belangrijke rol spelen zijn onder andere:
• de hoeveelheid Engels die in de klas wordt gebruikt;
• positieve docent-leerlingrelaties;
• interactie en betekenisvolle communicatie;
• realistische verwachtingen en voldoende taalondersteuning.
Docenten en leerlingen waardeerden vooral het actieve gebruik van Engels, mits dit gepaard ging met duidelijkheid, structuur en ondersteuning.
Concrete aanknopingspunten
Docenten kunnen nieuwe vaktaal vooraf aanbieden met beeldmateriaal of voorbeelden. Opdrachten zo ontwerpen dat leerlingen veel met elkaar in het Engels communiceren. En Nederlands bewust inzetten wanneer dat nodig is om moeilijke vakinhoud of instructies goed te begrijpen. Ook blijken positieve feedback en hoge, maar haalbare verwachtingen belangrijk voor het zelfvertrouwen van leerlingen. Daarnaast laat het onderzoek zien dat vmbo-leerlingen zelf waardevolle inzichten bieden in wat goed tweetalig onderwijs is en nodig heeft. Hun ervaringen geven scholen concrete aanknopingspunten om onderwijs, taalondersteuning en begeleiding verder te verbeteren.
Inmiddels zijn er 32 tto-/CLIL-programma's op vmbo-scholen in Nederland en het Caribisch deel van het Koninkrijk.
Promovenda
Tweetalig onderwijs toegankelijker maken voor vmbo-leerlingen
Het proefschrift laat zien dat inclusieve en haalbare vormen van tweetalig onderwijs binnen het vmbo mogelijk zijn. Daarvoor moeten pedagogiek, taaldoelen en verwachtingen goed aansluiten op de onderwijsbehoeften van leerlingen. Inmiddels zijn er 32 tto-/CLIL-programma's op vmbo-scholen in Nederland en het Caribisch deel van het Koninkrijk. Het onderzoek van Denman is de eerste grootschalige longitudinale studie naar de effecten van tweetalig onderwijs in het vmbo.
Daarmee draagt het onderzoek bij aan bredere discussies over:
• kansengelijkheid in het onderwijs;
• de rol van taal in beroepsgericht leren;
• de toegankelijkheid van onderwijsinnovatie.
Promotieonderzoek dat terugkomt in onderwijs en praktijk
Bij Hogeschool Rotterdam ontwikkelen we kennis die relevant is voor onderwijs en praktijk. Promotieonderzoek helpt daarbij: gepromoveerde docenten en medewerkers brengen specialistische kennis terug in het onderwijs, het onderzoek en de samenwerking met het werkveld. De resultaten uit het onderzoek van Denman bieden aanknopingspunten voor de opleiding en professionalisering van (toekomstige) docenten, zowel aankomende docenten Engels als docenten in andere schoolvakken, binnen het Instituut voor Lerarenopleiding van Hogeschool Rotterdam. De studie laat zien hoe taalondersteuning, inclusie en vakonderwijs effectief kunnen samengaan.
Onderzoekend vermogen versterken
De kennis en ervaring die Denman tijdens haar promotietraject heeft opgedaan, dragen bij aan het versterken van onderzoekend vermogen binnen Hogeschool Rotterdam. Ook helpt haar onderzoek om praktijkgericht onderwijs en onderzoek verder te ontwikkelen, met aandacht voor taal, inclusie en kansengelijkheid.
Denman startte haar promotietraject in 2012 bij de Universiteit Utrecht en Kenniscentrum Talentontwikkeling, onder begeleiding van lector Erik van Schooten. Zij kreeg daarbij ondersteuning vanuit een promotievoucher van Hogeschool Rotterdam.
• Promovendus: J.L. Denman
• Datum: 8 juli 2026
• Proefschrift: Inclusive CLIL: Content and Language Integrated Learning in Dutch pre-vocational education / Inclusief CLIL: Content and Language Integrated Learning in het Nederlandse voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs (vmbo)
• Promotor(es) Prof. dr. H.C.J. De Graaff
• Co-promotor(es) Dr. E.J. van Schooten
• Proefschrift: nog niet openbaar. Half juli 2026 is het proefschrift digitaal te vinden in de opslag van Universiteit Utrecht. De link zal aan deze pagina toegevoegd worden.