We hebben een datum! 19 november, dan is je lectorale rede. Waar gaat het over?
Over hoe we de transitie naar een circulaire economie kunnen versnellen door te kijken naar de sociale structuren in de samenleving. We doen net alsof circulaire economie iets nieuws is. Maar als je kijkt naar de natuur, verloopt alles in cycli, van de seizoenen tot de levens-cyclus. Sinds de industriële revolutie zijn we pas meer in lineaire processen gaan denken en dat is eigenlijk heel onnatuurlijk. Dus, lineair denken is wat nieuw is, níet een circulair ecosysteem.
Circulair is dus eigenlijk terug in de tijd?
Zo zou je dat kunnen zien. Ik denk dat mensen in zekere zin tegenwoordig intuïtief aanvoelen om terug te willen naar vroeger. Maar ik interpreteer dat niet als nostalgie. De laatste tijd richten mijn gedachten zich steeds meer op de visualisatie van een dorp. We zijn het dorp kwijtgeraakt en dat is zonde. Een gezond ecosysteem moet voor mij op een dorp lijken. In een dorp kennen mensen elkaar en is er een zekere sociale cohesie. Het voelt veilig, want als er iets misgaat, dan zijn mensen snel op de hoogte. Bovendien wordt van niet alles een monetaire transactie gemaakt. Je leent een schroevendraaier of een kopje suiker, zonder dat er direct een betaling komt of er een Tikkie in je scherm verschijnt. Het gebeurt, omdat het moet gebeuren, niet omdat je er per se geld aan kunt verdienen.
Herken je dat vanuit je eigen situatie?
Zeker. Ik ben in Italië opgegroeid en heb er gewoond tot mijn 26e. Aan de Adriatische kust, eerst in Cesena en later in Ancona. En hoewel dat al kleine steden zijn, voelde ik daar altijd heel erg de verbondenheid. Als je ouders moesten werken, dan weet je bijvoorbeeld dat je bij de buurvrouw kunt blijven. Je hoeft geen sleutel te hebben om dan binnen even te mogen wachten. Er is altijd wel iemand die je een glaasje water kan geven en waar je kunt wachten. En je hoefde er niets voor terug te hebben. Door basisbehoeften te commercialiseren, is er veel meer afstand gekomen tussen mensen.
Ik plaats het idee van de sociale, circulaire gemeenschap direct tegenover de individuele kapitalistische consumptiesamenleving.
Dus: vroeger was alles beter. Bedoel je dat?
Nee, zeker niet alles. We moeten ons ook realiseren dat er toen ook veel minder was. Iets nieuws aanschaffen was duur. Met als resultaat: je probeert alles zo goed mogelijk te maken en als het stuk is, te repareren. Of iets te lenen. De vraag is niet zozeer: ‘wat wil ik? Maar: wat heb jij nodig? Het voordeel is dat het je niet alleen socialer maakt, maar ook creatiever, zonder dat er één-op-één een monetaire transactie voor nodig is. Bovendien wist je heel goed waar de producten vandaan kwamen. De producten zijn lokaal geproduceerd en er is veel transparantie. Je kunt letterlijk zien wie het product maakt, waar en hoe. En precies díe link, tussen gebruik en productie, hebben we verloren. Ga maar eens na bij jezelf. Van hoeveel producten die je dagelijks gebruikt weet je waar ze vandaan komen? En hoe ze zijn gemaakt en door wie? Dat je dat niet wist, is in het dorp ondenkbaar. Het is relevant om te benoemen, want het resultaat is dat je afgevlakt bent voor de waarde van spullen, materiaal en de mens erachter.
Interessant. Je verbindt dus eigenlijk de circulaire economie aan het idee van gemeenschap?
Absoluut. Sterker nog, ik plaats het idee van de sociale, circulaire gemeenschap direct tegenover de individuele kapitalistische consumptiesamenleving. Kapitalisme en individualisering gaan hand in hand. We baseren alles op een individuele zelfredzaamheid, waarbij we geen zorgdragen voor de ander of verantwoordelijkheid nemen voor ons gedrag. En dat wordt aangewakkerd door de welvaart en verder gestimuleerd door technologie. Doordat we vaak niet meer wonen waar we werken, hebben we minder verbinding met ons werk en de omgeving. Daardoor voelen we ons ook minder verantwoordelijk. Als er in een productieproces bijvoorbeeld zware chemicaliën vrijkomen in de omgeving en je woont zelf naast de fabriek, dan maak je vermoedelijk andere beslissingen. Zeker als het ook voor de volgende generaties een negatief effect heeft op de gezondheid. Je gaat dan als vanzelf op zoek naar minder schadelijke opties. Zo zie je dat het idee van een dorp direct allerlei zaken van circulair denken en handelen stimuleert, zoals verantwoordelijkheid nemen en transparantie over je productie. Dat zou heel natuurlijk moeten zijn.
Je gebruikt ook het woord natuurlijk. Zitten we nu in een onnatuurlijke situatie?
Dat denk ik wel. We leven op een heel onnatuurlijke manier samen, vaak gescheiden van elkaar en we proberen het weer recht te trekken via protocollen en bureaucratie. Dat is een zorgelijke situatie, omdat ik denk dat de mens ten diepste een filosofisch en sociaal wezen is en we steeds verder uit elkaar groeien. Kijk naar hoe we omgaan met ouderen in de samenleving. Ze zijn economisch vaak niet zo interessant en dus is de vraag welke plek zij hebben in de samenleving, in de grote stad. Het wordt steeds lastiger voor familie om voor ouderen te zorgen, omdat we niet dicht bij elkaar wonen. Dus is ook daar een bedrijfsmodel op geënt, van zorg en verzorging. Want het moet door de monetaire molen.
Vroeger had je grote families waar de kinderen en kleinkinderen zorgden voor de ouderen. Nu proberen we het op te lossen met regels voor mantelzorg en verlof. Proberen wat onnatuurlijk is natuurlijk te maken. Want zelfs van natuurlijke relaties hebben we transacties gemaakt. Het lijkt alsof geld voor alles de hoofdreden moet zijn. En dat leidt niet tot de juiste intenties. Straks hebben we het over wat de waarde is van een mensenleven. Wat kost het leven van een kind? Op die manier naar de wereld kijken, is dat iets dat we moeten willen? We zouden de juiste waarde weer moeten valoriseren, in een systeem waarin niet alles wordt vertaald in monetaire waarden. En waarin we bewust zijn van onze impact op onze omgeving en de zeer complexe systemen waarin we leven. Bewust leven betekent dat je beseft dat wat je doet gevolgen heeft. In negatieve zin, zoals met het afval dat je creëert. Maar ook ten positieve, door de ander te zien en te helpen waar nodig. Met empathie voor de ander en daardoor ook de pijn toe te laten van maar een klein onderdeel zijn van een groot en complex mechanisme. In mijn lectorale rede zal ik zeker pleiten voor empathie. Zonder empathie zijn we niet meer dan een machine. In de tijd van AI is empathie een manier om relevant te blijven en de relevantie van de mens in dit systeem te blijven zien.
Terug naar het dorp dus, waarin we naar elkaar omzien. Hoe ziet zoiets er dan concreet uit?
Door in te zetten op sociale structuren. Misschien is dat ook wel geïnspireerd door mijn achtergrond. Toen ik 26 was heb ik in Duitsland vier jaar in Duitsland gewoond om daar mijn PhD te doen. Dat ging over de bottom-up ontwikkeling van clusters of gemeenschappen van bedrijven. Ik vergeleek hoe de samenwerking tussen bedrijven in het mkb in Duitsland en Italië zich organiseerden rondom bepaalde clusters. En wat blijkt? Italië loopt wat dat betreft voor qua flexibiliteit, wendbaarheid en innovatie. Dat komt doordat er een cultuur is waar informele relaties en regels belangrijk zijn. Dus ondernemers verbinden zich veel meer aan elkaar zonder direct een doel of transactie voor ogen te hebben. Het netwerk gaat voor de winst en het protocol uit. Met het idee: het is sowieso goed om in verbinding te zijn.
Later heb ik dat voor mijn onderzoek bij de Hogeschool van Amsterdam ook gezien. Ik werkte samen met wooncoöperaties, waarbij we keken naar nieuwe vormen van eigendom, gericht op het stimuleren van een woonomgeving waarin verbinding centraal staat en mensen naar elkaar omzien. Het gaat dan bijvoorbeeld om een gemixte omgeving, waar jongeren en ouderen wonen. Zo blijf je niet alleen hangen in jouw verkokerde visie op de werkelijkheid, maar zie je wat erbij komt kijken als mensen een kind krijgen, of als lopen moeilijker is. Mensen koken vaker voor elkaar en zien naar elkaar om. Er wordt sneller iets geleend of gerepareerd. Als je meer mensen binnen de gemeenschap kent, komen ook de talenten tot bloei. Er is altijd wel iemand die iets goed kan of kan helpen. Het is een prachtige onvoorziene bonus dat dit ook zorgt voor minder eenzaamheid en een grotere geluksbeleving.
Zonder empathie zijn we niet meer dan een machine. In de tijd van AI is empathie een manier om relevant te blijven.
Wat wil je de nieuwe generatie meegeven?
Dat geluk niet per se zit in succes, status en bezit. Jongeren denken soms dat geluk zit in het hebben van een bepaalde baan, of een groot huis. Maar wat echt belangrijk is, is of je voldoende vrijheid ervaart. Financiële stabiliteit is belangrijk, maar er is een punt waarop méér hebben kan omslaan in minder vrijheid. Er is veel waarde in verbinding en vrijheid, terwijl we vaak inzetten op macht en status, vanwege dat verregaande individualisme.
Mijn wens is dat ze kritisch blijven denken. Het klinkt een beetje idealistisch, maar ik wil dat ze weten dat alles mogelijk is. Er zijn meerdere wegen om gelukkig te zijn. Ik wil ze graag een kans geven, want zelfs de brainstorms hebben we geprotocoliseerd. We nodigen alleen maar experts uit, maar niet de frisse blik van de nieuwe generatie en ik denk dat die juist heel hard nodig is. De creativiteit zijn we een beetje kwijtgeraakt, ook in het hoger onderwijs. Ik probeer dat terug te krijgen.
Wat wil je uiteindelijk met het lectoraat bereiken?
Ik wil absoluut een bijdrage leveren aan de transitie naar een circulaire, eerlijke economie. Vooral door veel breder te kijken dan alleen naar materialen. Ik heb het over een circulaire maatschappij waar verbondenheid, transparantie en verantwoordelijkheid weer als natuurlijk worden gezien. Dus werken vanuit en dienstbaar aan dat ene systeem, waar we allemaal deel van uitmaken en leven in harmonie met de natuur en elkaar. En dat werkt niet als mensen zich niet verbonden voelen en empathisch afgestompt zijn. Circulair doe je met elkaar. En daarom heb je een dorp nodig.

Ben je enthousiast over dit onderwerp? Meld je alvast aan voor de lectorale rede van Deborah Tappi, die plaatsvindt op donderdag 19 november in het auditorium van Rotterdam Business School (Kralingse Zoom). Heb je vooraf vragen, stuur gerust een reactie naar businessinnovation@hr.nl.