Ontmoeting 113 | De huismeester met zwemdiploma moet dweilen

Het waren twee weken van grote verhalen. Weken met relatief veel ontmoetingen buiten de hogeschool, met vraagstukken die een zeker abstractieniveau hebben. Noodzakelijk, omdat die vraagstukken van enorm belang zijn, zeker voor de wat langere termijn. Maar ze kunnen je ook wat (te veel) op afstand plaatsen van de alledaagse werkelijkheid van de hogeschool zelf. Hetzelfde gevoel dat je soms hebt als je een bepaalde periode te veel van huis bent…

Autoriteit Persoonsgegevens

Op de dag dat de wetgeving rondom privacy in werking trad (25 mei), ging ik in Den Haag in overleg met directeuren van de Autoriteit Persoonsgegevens. We spraken over het protocol dat we willen hanteren bij het registreren van medewerkers en studenten die op de een of andere manier zorgwekkend gedrag lijken te vertonen. Bij hoge uitzondering heb je dan de behoefte om te registeren zonder dat betrokkene dat weet. Maar hoe borg je dat dit bij zeer hoge uitzondering gebeurt? En dat er sprake is van controle en adequaat toezicht?
Ook andere aspecten van veiligheid stonden hoog op de agenda. Dit alles in het kader van de conferentie Safe & Open die we 6 juni in Utrecht houden; een overleg met de Vereniging Hogescholen en VSNU over hoe we het vraagstuk van veiligheid beter bestuurlijk kunnen borgen op branche-niveau en hoe we de opbrengst van het landelijke programma Integrale Veiligheid goed verankeren. Daarnaast hadden we gesprekken ter voorbereiding van de inhoud van de conferentie.

Academische Veiligheid

Het centrale thema van de conferentie wordt academische veiligheid. De Raad van Advies van het programma Integrale Veiligheid heeft een advies uitgebracht over welke veiligheidsthema’s meer accent zouden moeten krijgen. Eigenlijk heeft men de bal bij het hoger onderwijs teruggelegd. Als onderdeel van een bredere discussie, met name in academische kringen, heeft men de vraag op tafel gelegd of binnen het hoger onderwijs overal wel de condities aanwezig zijn opdat mensen zeggen wat ze menen te moeten zeggen. Als de hoogleraar niet meer durft te zeggen wat hij/zij meent te moeten zeggen, bijvoorbeeld vanwege heftige druk uit de buitenwereld (sociale media) en onvoldoende interne steun, dan hebben we een probleem. Heel belangrijk: bestuurders moeten veiligheid borgen!

Het Rotterdams Sociaal Contract

Tekst gaat onder de foto verder.Ron Bormans leest zijn brief voor in de Arminiuskerk.

Op 29 mei, de dag dat Rotterdam getroffen lijkt door een heuse tropische storm, mag ik in de Arminiuskerk een brief  voorlezen, waarvan ik hoop dat die het nieuwe College van B&W inspireert. Ik spoor de aanwezige politici aan te werken aan een nieuwe vorm van pacificatie, geïnspireerd op het huzarenstukje dat ons land honderd jaar geleden heeft geleverd. Toen dreigde Nederland door spanningen in de samenleving uiteen te vallen, maar dat werd voorkomen in de vorm van de befaamde pacificatie. Ik denk dat het nodig is dat we dat huzarenstukje herhalen, nu in een moderne variant. En waar kunnen we dat beter oefenen dan in Rotterdam? Ik bepleit een nieuw Rotterdams Sociaal Contract, met ruimte voor het 'ik', respect voor het 'wij' en het koesteren van onze democratische waarden. Mijn pleidooi kreeg aardig wat bijval uit de zaal, schreef ons eigen Profielen in een verslag.

10-puntenplan

Eerder, op 22 mei, had ik samen met mijn EUR-collega Kristel Baele een brief voor de informateurs gepubliceerd. Ook die leidde in de dagen daarna tot veel gespreksstof. De brief bevat zowel een aanbod als een vraag. Het aanbod houdt in dat zowel de universiteit als de hogeschool graag hun bijdrage leveren aan de grote vraagstukken van Rotterdam, zoals de klimaattransitie en het ontwikkelen van de nieuwe bedrijvigheid. En ook dat we willen meewerken aan sociale cohesie in de stad – bijvoorbeeld aan programma’s die de beheersing van de Nederlandse taal bij kwetsbare groepen vergroot. Maar we leggen ook vragen neer. Vragen die neerkomen op het voortdurend alert blijven dat Rotterdam aantrekkelijk is en blijft voor studenten en jong talent. Maar ook steun voor belangrijke initiatieven, zoals het toegankelijk houden van het hbo voor mbo-ers.

Met de collega’s naar Apeldoorn

Elk jaar hebben de bestuurders in het hbo contact met elkaar tijdens een tweedaagse ontmoeting. Ze nemen dan de grote vraagstukken van het moment nog eens met elkaar door; en dan niet met de hijgerigheid van de gewone vergadering, maar met net wat meer rust en reflectie. Buitengewoon nuttig en ook heel plezierig. Het gewone werk gaat tussendoor gewoon verder - je belt, mailt en appt -, maar hebt toch net wat meer distantie.

Ook nu komen er weer grote vraagstukken voorbij met abstracte begrippen, zoals responsiviteit. Voorzitter Mariëtte Hamer van de SER houdt ons een spiegel voor waar het gaat over de vraag of we voldoende open staan voor de grote maatschappelijke uitdagingen (“U bent goed bezig, maar de ramen mogen iets meer open en de hechting aan uw autonomie mag iets minder”).

Alexander Rinnooy Kan doet dat door met de bril van het rapport van de commissie-Veerman uit 2011 naar dat vraagstuk te kijken (“Zou onze wijze van bekostigen niet veel meer rekening moeten houden met de onderscheiden missies van onze instellingen?”). Misschien moeten het rapport van Veerman c.s. toch maar eens hernieuwen en herschrijven, zoals ik onlangs in het vakblad Th&ma voor hoger onderwijs bepleitte. Anne Flierman komt langs om met ons te delen hoe ‘zijn’ NVAO de nieuwe kwaliteitsafspraken gaat beoordelen: “Ik ga u vertellen wat wij wel en niet gaan doen. Maar ook wat u moet doen.”

Een goed georganiseerde hogeschool

Een van de sessies die ik bijwoon is geïnitieerd door mijn Leidse collega Sander van den Eijnden. Het gaat over het vraagstuk van de goed georganiseerde hogeschool. Een bijeenkomst over dat weerbarstige vraagstuk van het elke dag weer opnieuw goed organiseren van ons onderwijs. Dat vraagstuk is weerbarstig omdat de onderwijslogica zich niet altijd even gemakkelijk verbindt met de logica van een goede en efficiënt bedrijfsvoering; althans, dat vinden mensen vaak. Maar ook weerbarstig omdat je nooit de rust krijgt om het allemaal eens goed op een rij te zetten.

Hogeschool Rotterdam moet dat bijvoorbeeld doen tegen de achtergrond van een groei van 20 procent de afgelopen jaren, in de wetenschap dat er achter dat gestage groeitempo enorme fluctuaties zijn te onderkennen op opleidingsniveau. En 20 procent meer studenten betekent 20 procent meer personeel, 20 procent meer huisvesting én 20 procent meer ondersteuning. En dat in een complex, logistiek 'bedrijf' van bijna vierduizend mensen.

Maar dan nog: het kan en moet beter.

De toiletten stromen over

Tekst gaat onder de foto verder.Foto die Ron Bormans op Twitter plaatste van de regenbui net toen hij naar de Arminiuskerk wilde lopen

Het was een prima bijeenkomst, die niet alleen om die reden mij een goed gevoel geeft; ook omdat de thematiek mij weer een beetje thuis brengt. Het nadenken over het beter organiseren van de hogeschool heeft iets abstracts, net als het bepleiten van een Rotterdams Sociaal Contract. Maar tegelijkertijd mengt het zich onmiddellijk met hele concrete beelden. Van mensen die niet altijd centraal staan in die abstracte beelden, maar wel de gemeenschap vormen en ondersteunen.

De avond van mijn optreden in Arminius eet ik op mijn kamer. De aardige meneer van onze cateraar brengt mij een bordje couscous met salade. De man is de vriendelijkheid zelve. Hij verstaat de kunst om aanwezig te zijn, zonder aanwezig te zijn. Maar observeert wel. Hij heeft me wel eens gevraagd wie toch die mensen waren “waar u gisteren mee in gesprek was”.

Mijn deur staat open en een van de huismeesters loopt binnen: er zijn grote lekkages in ons Atrium. Mopperend loop ik met hem mee. Het is niet de eerste keer dat het gebeurt. Eigenlijk is het een gebed zonder eind, ons Atrium en de lekkages. De mannen mopperen niet, maar handelen en maken grapjes over en weer. Als we door de gangen lopen, spreekt een student ons aan; die voelt aan waarom deze twee mannen door het pand lopen: het lekt ook in ons historisch trappenhuis.

Natte voeten in de kelder

Ik ga terug naar mijn kamer en lees alvast de stukken voor de komende dagen: hoog abstractiegehalte. Een andere huismeester komt binnen. Of ik het leuk vind om even in de kelder te kijken. Het water stroomt ons gebouw binnen via de toiletten. Ik loop met hem mee. Drie collega’s met de bekende blauwe polo’s zijn aan het werk. Ik hoor ze de grap maken dat degene met de meeste zwemdiploma’s met de waterstofzuiger aan de slag moet. Daar kom ik met mijn spitse schoentjes met dunne zolen dan goed mee weg: met pijn en moeite heb ik mijn A-diploma gehaald…

Ik denk dat ik ga proberen de komende weken net wat meer ‘thuis’ te zijn.

Over de auteur

Ron Bormans - Voorzitter College van Bestuur Hogeschool Rotterdam

Ron Bormans (1957, te Schinnen, Zuid-Limburg) mag zich verheugen in een lange periode van ontmoetingen in en met het hoger (beroeps)onderwijs. Tijdens zijn studies: Natuurkunde (propedeuse) in Eindhoven en Politicologie / Bestuurskunde in Nijmegen. Maar ook in zijn loopbaan. Hij werkte o.a. als plv. directeur HBO en directeur Studiefinanciering bij OCW. Daarnaast was hij consultant bij Capgemini. Op dit moment geeft hij leiding aan Hogeschool Rotterdam als bestuursvoorzitter, een functie die hij eerder bekleedde bij de HAN. Maar hij deed ook de HvA en Inholland aan en hield toezicht op onderwijsprogramma's als directeur NQA.

Elke twee weken is de nieuwe blog-post ook te volgen op Twitter via @ronbormans1.

We gebruiken cookies om de website te verbeteren.