Ga direct naar de content

Ontmoeting 94 | de getallen spreken voor zich

Lichte teleurstelling over de uitslag van de Nationale Studenten Enquête. Echter, de cijfers zijn een signaal waarachter zich een genuanceerde werkelijkheid schuil houdt: de tevredenheid over de hogeschoolervaring als geheel is licht gedaald, door iets lagere tevredenheid over de randvoorwaarden en een gemengd beeld over de opleidingen zelf.

Donderdag 18 mei: studenten houden ons een spiegel voor waar het gaat om kwaliteit

Teleurstelling. Dat is de eerste reactie als we de cijfers zien van de jaarlijkse studenttevredenheidsmeting, de NSE. Hogeschool Rotterdam onderbreekt een reeks van vijf jaar stijgende tevredenheid met een lichte teruggang. Op de meest algemene vraag naar de tevredenheid over de opleiding, haalden we vorig jaar een 3,82 op een vijfpuntsschaal. Dat is nu 3,79. Een minieme teruggang, maar ik had liever die 0,03 erbij gezien.

In de actuele discussie wordt vaak met argwaan gekeken naar beleidsmakers en bestuurders die hun punt kracht bij zetten met een getal. Getallen zouden nooit de echte werkelijkheid representeren, getallen nodigen uit tot afrekenen, getallen geven aanleiding tot rendementsdenken en –sturing. Ik kom de redenring ook tegen in mijn eigen hogeschool, nu we de strategie van de afgelopen jaren aan het evalueren zijn, een strategie waarbij doelbewust gekozen is kwaliteit van het onderwijs te willen aflezen aan getallen.

Een krachtig signaal

Niet als substituut van de ‘echte’ kwaliteit, maar als indicering ervan. Waarbij de getallen niet technocratisch onderdeel zijn van een afrekenmechanisme, maar waarbij het getal het begin van de analyse is, een signaleringsfunctie heeft, ons scherp houdt. Mag ik ons Essay Samenleven in de moderne samenleving nog eens onder de aandacht brengen en dan vooral paragraaf 5.4 met een meer diepgaande reflectie over getallen in de discussie over kwaliteit van het hoger onderwijs?

Getallen horen het begin van een analyse en een gesprek te zijn, horen niet het gesprek dood te slaan, bijvoorbeeld vanuit de angst om afgerekend te worden. Neem onze teruggang met 0,03. Het is een signaal, niet meer en niet minder; een krachtig signaal, want tevreden studenten hebben is een groot goed, maar het is niet meer dan een signaal. Een signaal dat moet aanzetten tot nadere analyse, de zoektocht naar het waarom van die teruggang. Wat is de achtergrond van die trendbreuk en hoe pakken we de draad van de stijging van de afgelopen vijf jaar weer op?

De werkelijkheid achter de getallen I: tevreden over de inhoud

De werkelijkheid achter dat getal moeten we op twee verschillende manieren willen ontleden. De eerste is hoe dit correleert met scores op thema’s. En dan valt voor de hogeschool op dat studenten zich op bepaalde onderdelen meer tevreden tonen, op andere onderdelen juist minder. En klaarblijkelijk geven die laatste de doorslag in het eindoordeel. Op een aantal punten zijn studenten dit jaar positiever. Ze zijn tevredener over de sfeer bij hun opleiding, de spreiding van de studielast en de mate waarin onze opleidingen aansluiten bij de beroepspraktijk. Relatief vaak – waarbij we ons vergelijken met de Randstadhogescholen - zeggen studenten tegen ons dat het onderwijs uitdagend is, dat de inhoud en de docenten goed zijn.

De werkelijkheid achter de getallen II: minder tevreden over de randvoorwaarden

Naast dit goede nieuws houden studenten ons voor dat we ons in de randvoorwaarden moeten verbeteren: de roostering, de wijze van communiceren, hoe we met resultaten van kwaliteitszorg omgaan. Hebben we met onze focus op de inhoud wat van onze scherpte verloren als het gaat om de randvoorwaarden? Of betalen we een prijs voor een permanente, meerjarige groei van de organisatie? Hogeschool Rotterdam gaat voorop in de meerjarige groeicijfers en groei is mooi, maar geeft ook permanente onrust. Maar dat we versterkt aandacht moeten schenken aan de randvoorwaarden, staat vast.

De werkelijkheid achter de getallen III: de opleiding

Wat nog belangrijker is dan het ontleden van het algehele getal naar thema-scores, is de analyse maken op het niveau van de opleiding. Achter dat geaggregeerde, hogeschoolbrede getal gaat een werkelijkheid schuil van opleidingen die vooruitgang boeken, op hetzelfde niveau blijven of een stapje terug doen. Op het niveau van de opleiding moet de analyse het meest indringend plaatsvinden, omdat daar het signaal van studenten klinkt op de meest tastbare manier. Dus sturen we vanuit het bestuur een brief aan alle directeuren van onze hogeschool, met daarin de oproep bij die opleidingen die een teruggang te zien geven te analyseren wat daar gebeurt. Het lagere getal zelf is niet interessant, wel de vraag waar dat een uitdrukking van is en hoe we vanuit die analyse onszelf kunnen verbeteren.

We rekenen bij Hogeschool Rotterdam niemand af op een getal, wel willen we dat mensen hun verantwoordelijkheid nemen als dat getal een uitdrukking is van een werkelijkheid die we niet wenselijk vinden. Je moet weten waar dat getal voor staat. Zo moet ook gekeken worden bij opleidingen die in de lift zitten: wat gebeurt bij die opleidingen dat studenten zich meer tevreden tonen en hoe kunnen anderen binnen de hogeschool daar van leren. We gebruiken de maand juni om die analyses te maken. Kunnen we de eerste conclusies meteen meenemen als we in augustus met het nieuwe hogeschooljaar beginnen.

Donderdag 1 juni: studenten houden ons een spiegel voor waar het gaat om toegankelijkheid

Een belangrijk rapport verschijnt, een rapport dat in opdracht van het Ministerie van Onderwijs en Wetenschappen onderzoekt wat de effecten zijn van maatregelen als het leenstelsel op de studiekeuze, studiegedrag en leengedrag van studenten. De onderzoekers schetsen een genuanceerd beeld. De reactie van de minister mist nuance. De onderzoekers zeggen eigenlijk simpelweg dat de instroom zich herstelt na twee jaren van teruggang. Dat is mooi en de criticasters van het huidige stelsel van studiefinanciering – ik reken mezelf daartoe - moeten in hun meningsvorming hier rekening mee houden.

Maar de voorstanders van het stelsel, zoals de minister, maar ook drie van de vier politieke partijen die nu onderhandelen over een nieuw kabinet, hebben zich te verstaan met die twee graten die zich weer net wat dieper de keel ingeboord hebben: de doorstroom vanuit het mbo heeft zich nog zeker niet hersteld en het aantal studenten met ouders met een relatief laag opleidingsniveau neemt af, substantieel. Belangrijke verklaring: angst om te lenen. De reactie van de minister – en ‘bevriende’ Kamerleden - mist nuance: zij benadrukt het goede nieuws en stopt het mindere nieuws in een ‘frame’ van dat het in ieder geval niet slechter geworden is en dat de voorlichting over het nieuwe stelsel beter moet. Hoe weet zij nu zo zeker dat er geen structurele, onderliggende oorzaken zijn?

Gezamenlijke schuld studenten: 18 miljard Euro

Tel de gezamenlijke schuld van studenten bij elkaar op en je komt uit op het getal van 18 miljard, tenminste dat leert de schuldwijzer van studentenorganisatie ISO ons. Een getal dat de komende jaren alleen maar zal oplopen; een werkelijkheid die op microniveau voor grote problemen kan zorgen. Hogeschool Rotterdam heeft 300 studenten de inschrijving moeten weigeren vanwege het niet voldoen van betalingsverplichtingen, vanwege een schuldpositie bij de hogeschool dus. We hebben een stelsel ontworpen waarmee we uitstralen dat lenen normaal is, terwijl we net bekomen zijn van een crisis die als oorzaak had abnormale vormen van lenen. Als signaal klopt het niet, in zijn uitwerking zie je dat bepaalde categorieën studenten aarzelen om te gaan studeren. De tweedeling in en via het onderwijs neemt toe, de toegankelijkheid is in het geding.

Overtref jezelf

De cijfers spreken voor zich. Als uitdrukking van een maatschappelijke werkelijkheid die we niet moeten willen accepteren. Iedereen met de juiste capaciteiten moet kunnen studeren. Leenaversie mag niet die muur zijn die talenten doet besluiten af te zien van het streven zichzelf te overtreffen. 

Over de auteur

Ron Bormans - Voorzitter College van Bestuur

Ron Bormans (1957, te Schinnen, Zuid-Limburg) mag zich verheugen in een lange periode van ontmoetingen in en met het hoger (beroeps)onderwijs. Tijdens zijn studies: Natuurkunde (propedeuse) in Eindhoven en Politicologie / Bestuurskunde in Nijmegen. Maar ook in zijn loopbaan. Hij werkte o.a. als plv. directeur HBO en directeur Studiefinanciering bij OCW. Daarnaast was hij consultant bij Capgemini. Op dit moment geeft hij leiding aan Hogeschool Rotterdam als bestuursvoorzitter, een functie die hij eerder bekleedde bij de HAN. Maar hij deed ook de HvA en Inholland aan en hield toezicht op onderwijsprogramma's als directeur NQA.

Elke twee weken is de nieuwe blog-post ook te volgen op Twitter via @ronbormans1.

We gebruiken cookies om de website te verbeteren.