Ga direct naar de content

Ontmoeting 93 | 'Kein jugendlicher ohne Talent'

Een bezoek aan Zuid-Duitsland, voor uitwisseling met bedrijfsleven en hoger onderwijs over 'Industrie 4.0' en wat dat betekent voor het opleiden van jonge mensen.

Maandag 1 mei: het Poolse propellervliegtuig is stuk

In de wachtruimte van het Rotterdamse vliegveld wacht een bont gezelschap van gemeentelijke en provinciebestuurders, ondernemers, investeerders en onderwijsbestuurders op een Pools chartervliegtuig. De reis naar Zuid Duitsland laat nog even op zich wachten. Het gezelschap is voornemens – onder leiding van Siemens-topman Ab van der Touw – in München en Stuttgart kennis te gaan nemen van hoe de Duitsers de vraagtukken van wat zij noemen Industrie 4.0 aan te pakken. We zullen staaltjes te zien krijgen van technologische ondernemerschap, een eerbetoon aan techniek, de Duitse voorbereiding op de nieuwe gedigitaliseerde wereld én de daarbij behorende maatschappelijke vraagstukken.

Maar voordat het zo ver is, gooit een kapotte intercom van een Pools propellervliegtuig roet in het eten. Het zou 3 uur in de nacht worden voordat ik mijn hotelkamer in München zou zien. De wekker gaat 4 uur later. Onaangenaam is het verblijf in de wachtruimte niet. Er worden driftig kaartjes  uitgewisseld. Interessant gezelschap, bestaand uit een drietal segmenten: een groep ondernemers actief op het gebied van medische technologie, idem maar dan toegespitst op het gebied van cybersecurity en het bestuurlijke gezelschap van de zogeheten Economische Programmaraad Zuidvleugel, waarin bestuurders van bedrijven, overheden en kennisinstellingen samenwerken ter versterking van de economische slagkracht van Zuid-Holland.

"A unique science and technology structure ensures future viability"

Eenmaal in Zuid-Duitsland aangekomen, komt het gezelschap in een maalstroom van gesprekken en ontmoetingen terecht. We zitten in het hart van de Duitse zoektocht van de krachtige ‘oude’ industrie, die technologisch diep verankerd is in een trotse ingenieurssamenleving, met een gereguleerde, vaak innige relatie met het beroepsonderwijs, leunend op hoogwaardig hoger onderwijs.  De uitdaging is deze door te ontwikkelen naar een industrie die doordenkt is van digitalisering, nieuwe bedrijvigheid en een die meer nadrukkelijk een appèl doet op creativiteit, vrijdenken. Waarbij we het overigens als we het hebben over ‘oude’ industrie, we hypermoderne giganten als BMW, Mercedes, Siemens bedoelen en ook een grote hoeveelheid bedrijven actief in machinebouw, biotechnologie en medische apparatuur. En dan gaat men ook nog eens de uitdaging aan in een samenleving die rijk is. Want rijk is Zuid-Duitsland. En geld om de weg van die transitie te plaveien is er zeker.

Het is een genot om te zien hoe vanzelfsprekend zij het hoger onderwijs een rol toedichten in hun succes én transitie. In de woorden van een ondernemer uit Stuttgart: “A unique science and technology structure ensures future viability”, waarna hij vol trots de landkaart laat zien met daarin geplot universiteiten, Fachhochschulen en onderzoekinstituten. Het Nederlandse gezelschap probeert te leren van de Duitse ervaringen, de Duitsers tonen hun belangstelling hoe wij de dingen doen.

Studenten aan het werk in 'broedplaats' RDM

Ik mag in München een presentatie verzorgen over onze activiteiten op RDM, een voorbeeld van veel lossere verbindingen tussen bedrijven en kennisinstellingen. RDM is veel meer een ongereguleerde broedplaats, waar in de interactie tussen mbo, hbo, TU Delft en bedrijven de kiem gelegd wordt voor mooie nieuwe bedrijvigheid. Ik kies ervoor om het op een ‘onduitse’ manier te doen: dus niet met getallen, de gebruikelijke opsomming van wapenfeiten met technologische specificaties, maar vooral met prachtige foto’s van Rotterdam, de haven, het RDM-terrein, foto’s van studenten, start-ups en ontluikende nieuwe maakindustrie.

"Es gibt kein Abschluss ohne Anschluss"

Waarbij onze Duitse gesprekspartners op geen enkel moment de maatschappelijke implicaties van de technologische transitie uit het oog verliezen. Ik begin net wat meer gevoel te krijgen voor het “wir schaffen das”, in die unieke, Duitse combinatie van maatschappelijke verantwoordelijkheid en vertrouwen in eigen kunnen. Hoewel het Duitse gezelschap wat neutraal kijkt als de Nederlandse topondernemer Ab van der Touw oproept het vraagstuk van het basisinkomen eens goed te doordenken. Digitalisering gaat immers een effect hebben op de beroepenstructuur van onze landen en daarom is dat zeker geen uitdrukking van gebrek aan maatschappelijk verantwoordelijkheidsbesef. Een Duitse ondernemer roept ons een dag later bewogen op te doordenken hoe we jongeren die het moeilijk hebben hun plek in de samenleving te vinden kunnen helpen.

Kein Jugendlicher wird geboren ohne Talent”. Hij roept op te doordenken – daarmee het vraagstuk van Van der Touw erkennend - wat het betekent als we groepen jongeren opleiden voor een toekomst zonder toekomst. Beroepen verdwijnen en hebben we als hoger onderwijs dan scherp wat dat betekent, bijvoorbeeld voor het economische-administratieve onderwijs? Mensen succesvol naar een diploma leiden is één, hen begeleiden naar een succesvolle toekomst is twee. Een opleiding succesvol afsluiten zonder toekomstperspectief is geen vorm van succesvol afsluiten. In de woorden van de Duitse ondernemer: “Es gibt kein Abschluss ohne Anschluss”.

Het zet me weer op scherp dat we daar diepgaander  over moeten nadenken in Nederland, vooral over het economische onderwijs. Een derde van de studenten van ‘mijn’ hogeschool doet een economische opleiding. Een groot deel van de studenten met een migratie-achtergrond voelt zich aangetrokken tot die opleidingen en wat betekent de digitale revolutie voor het beroepsperspectief? Inspanningen vanuit inclusieve doelstellingen, om het studiesucces van die groepen te vergroten, moeten gepaard gaan met het doordenken van het toekomstperspectief. Ingewikkeld, maar onvermijdelijk.

Bitterballen, haring en Heinekenbier. Leve de Koning en Feyenoord wordt kampioen!

Zo’n reis is hard werken. Maar ook gewoon leuk. Met deze keer als aparte dimensie dat Koningsdag twee keer in de herhaling gaat. De Nederlandse ambassade organiseert een soort rondreis van Koningsdagen (in de vorm van recepties aangeboden aan het Duits-Nederlandse bedrijfsleven) en wij wonen die in München en Stuttgart bij. Ook weer een enorme kans om interessante mensen te ontmoeten uit de wereld van bedrijfsleven en hoger onderwijs, in een prachtig decor. De Nederlandse consul-generaal voorspelt dat de economische samenwerking tussen Zuid-Duitsland en Zuid-Holland zal groeien. Ook voorspelt hij – we schrijven 2 mei - dat Feyenoord kampioen van Nederland gaat worden. Luid applaus vanuit de zaal, mensen toasten en het netwerken gaat door. En het gevoel is goed als je ziet hoe Duitsers zich verdringen rondom de haringkar, waar de klassieke mootjes haring met Nederlands vlaggetje uitnodigend wachten om weggespoeld te worden met een pijpje Heineken.

Woensdag 10 mei: sluit je ogen en voel je adem

De moderne tijd lijkt het in zich te hebben later de geschiedenisboeken in te gaan als een tijd van grote transities. Of we nu kijken vanuit een maatschappelijke, politieke, economische of technologische invalshoek, bestaande paradigma’s worden uitgedaagd en nieuwe lijken nog niet helemaal uitgekristalliseerd te zijn. Dat levert een decor op van een achtergrond bij het werken, studeren en leven die minder gewis, stabiel en voorspelbaar is, dan we soms zouden willen. Voeg daarbij wat het CPB vorig jaar ‘combinatiedruk’ genoemd heeft, namelijk dat mensen in de huidige samenleving steeds vaker verschillende rollen op zich moeten en willen nemen (we weten dat dat ook voor onze studenten geldt, het combineren van werken, studeren en mantelzorg is een vaak voorkomende combinatie). Het is dan ook niet vreemd dat er een verlangen ontstaat naar rust. Of zoals iemand het laatst zei in een presentatie over universitaire gebouwen: “Het verlangen naar het klooster is weer terug”, dit als metafoor van het in rust, afgeschermd van al die prikkels te kunnen studeren; de luidruchtige dynamiek van de moderne wereld even buiten de deur houden.

Collega Crista Hoeksema was ooit tijdens mijn spreekuur binnengelopen om iets te vertellen over haar mindfulness activiteiten (een vorm van ‘aandachtstraining’, focus op het hier en nu, zonder meegesleurd te worden in wat er allemaal nog moet en zonder meteen te oordelen) binnen onze hogeschool. De belangstelling onder docenten en studenten is groot, maar kan de collega niet groot genoeg zijn. Tijdens het spreekuur spreek ik met haar af, dat het aardig en nuttig kan zijn als zij een keer een workshop organiseert voor het College van Bestuur.

Mindfulness

En zo zitten we op donderdagochtend met de ogen dicht en ervaren we de kracht van wat in de kern een vorm van meditatie is. Een licht gevoel van ongemak blijft me achtervolgen; komt enerzijds door mijn onrustige natuur, die eigenlijk wel past bij die luidruchtige dynamiek van de moderne tijd. Anderzijds vraag ik me vooral  af wat ons verhaal is als een van onze secretaresses binnenkomt en ons met de ogen dicht ziet zitten. Kinderachtig natuurlijk, maar ja, een bestuurder is ook maar een mens. Het werkt wel: focus op de kern (bijvoorbeeld hoe dat lastige gesprek straks te voeren), ruimte creëren om de meest ingewikkelde vraagstukken ‘neutraal’ te beschouwen, zonder de kakafonie van mogelijke oordelen, zonder de voortdurende ruis van verleden, heden en toekomst.

Ik denk dat het heel belangrijk is dat we jonge mensen de dynamiek van de moderne samenleving laten zien. Hen daar onderdeel van maken, door hen uit te nodigen in broedplaatsen als RDM en EMI te laten participeren. Hen helpen hoe de moderne samenleving te duiden. De kern is dan natuurlijk dat wij hen ‘dingen leren’, we zijn tenslotte een school.

Dat is meer dan kennis. Daar hoort een besef bij van het verschil tussen mensen, hoe mensen als persoon in elkaar kunnen zitten. Hoe dat kan, zag ik gebeuren toen ik een les mocht bijwonen bij ons keuzevak Passie en Talent, waarbij collega Maureen Crijns studenten alert maakt op het feit dat verschillende persoonskenmerken (centraal staan drie aspecten in het menselijke bestaan: mentaal, emotioneel en fysiek) verschillend gedrag, communicatie en vormen van samenwerken met zich meebrengen.

En daar hoort bij dat we studenten de ruimte geven, hen leren hoe ze in rust tot afwegingen kunnen komen, hoe je de reflectie dicht bij jezelf kunt houden en niet om te komen in de luidruchtigheid van de moderne tijd. 

Over de auteur

Ron Bormans - Voorzitter College van Bestuur

Ron Bormans (1957, te Schinnen, Zuid-Limburg) mag zich verheugen in een lange periode van ontmoetingen in en met het hoger (beroeps)onderwijs. Tijdens zijn studies: Natuurkunde (propedeuse) in Eindhoven en Politicologie / Bestuurskunde in Nijmegen. Maar ook in zijn loopbaan. Hij werkte o.a. als plv. directeur HBO en directeur Studiefinanciering bij OCW. Daarnaast was hij consultant bij Capgemini. Op dit moment geeft hij leiding aan Hogeschool Rotterdam als bestuursvoorzitter, een functie die hij eerder bekleedde bij de HAN. Maar hij deed ook de HvA en Inholland aan en hield toezicht op onderwijsprogramma's als directeur NQA.

Elke twee weken is de nieuwe blog-post ook te volgen op Twitter via @ronbormans1.

We gebruiken cookies om de website te verbeteren.