Ga direct naar de content

Ontmoeting 88 | over Feyenoord, democratie en intimiderende journalistiek

Democratische waarden zijn belangrijk, juist op een hogeschool waar grote maatschappelijke vraagstukken ook het onderwijs raken, terwijl verschillende idealen samenkomen in een klas. Respectvol met elkaar omgaan is dan cruciaal. Maar wat als de media daar een loopje mee neemt?

Marrakesh, donderdag 2 maart: de grote vraagstukken van de wereld

In een wereld op zoek naar een duidelijke agenda en duidelijke antwoorden, stond de agenda in het restaurant in Marrakesh snel vast. Het zou die avond gaan over Brexit en of Feyenoord kampioen wordt. Dat laatste was snel duidelijk: onze Britse gesprekspartners hadden geen mening (uit beleefdheid, de man had eerder zijn grote liefde aan Amsterdam verklaard, ongewild met een vleugje Rotterdam door zijn bier-keuze (“great place, I drank a lot of Oranzjieboem beer there in 1972”), maar mijn hoop en het besliste oordeel van de ober gaven de doorslag. Karim El Ahmadi, een nationale held in de ogen van de man, zal Feyenoord kampioen gaan maken. Ik kon niet meer stuk die avond, toen ik een foto van El Ahmadi op mijn telefoon kon laten zien. Of Brexit een goed idee is, bleef onbeslist. De ober, een perfect Engelssprekende jongeman, hield zich buiten het gesprek. Dat wil zeggen in woord. Zijn mimiek was soms veelzeggend. 

Wij toonden onze zorg dat een historisch grote vriendschap tussen onze landen mogelijk onder druk komt te staan, het Engelse echtpaar was in zichzelf verdeeld. De man, vriendelijke oud-militair met een lange staat van dienst in de Arabische wereld (“I know all the curse words”), was duidelijk: vroeger was alles beter en wij moesten maar weer de gulden invoeren. Hij kreeg niet de kans uit te leggen waarom: hij mocht de spannende verhalen vertellen, zij deed de politiek. De vrouw toonde nuance, hoewel ze vol overtuiging voor de Brexit gestemd had en hoopte dat we wederzijds loyaal bleven. We kwamen er niet helemaal uit, maar namen hartelijk afscheid van elkaar. Misschien is dat de kern van de politiek, van democratie. Emotie tonen, keuzes maken met je hart en je verstand, verschillen accepteren en op een ondergrond van gemeenschappelijke waarden om kunnen gaan met die verschillen. En soms je mond houden, zoals onze militair ons Rotterdamse feestje niet wilde bederven en dus het zwijgen er maar toe deed. Uit respect.

Rotterdam, maandag 20 februari: de grote vraagstukken van ons land

Wat heeft een hogeschool met democratie van doen? Alles! Democratie is zowel een institutie, een set van waarden als een attitude. En kennis van die institutie, het internaliseren van die waarden en het ontwikkelen van die attitude, zijn evenzoveel opdrachten voor het onderwijs, niet in de laatste plaats het hoger onderwijs. Daar leiden we immers de opvoeders, rolmodellen, professionals en gezagsdragers van de toekomst op. Bovendien, vormen de grote hogescholen niet één van de laatste maatschappelijke instituties waar het diverse Nederland samenkomt en met elkaar in gesprek is?

Zo ook die maandagmiddag, toen 5 politieke partijen – op uitnodiging van onze lerarenopleidingen – met elkaar in debat gingen over het hoger onderwijs: CDA, D66, GroenLinks, PvdA en Denk. Dit spectrum aan politieke partijen zorgde voor een goed gevulde en divers samengestelde zaal. Politiek en democratie hebben ook iets van doen met identificatie. Farid Azarkan van Denk moest na afloop regelmatig met groepen studenten op de foto. Diezelfde studenten maakten duidelijk het niet eens te zijn met het verwijt van Michel Rog (CDA) dat Denk in woord zegt kloven te willen overbruggen, maar in haar handelen die kloof dieper maakt. Anderen applaudisseerden. Azarkan beet terug, onder andere door het CDA stevig te verwijten met de PVV samengewerkt te hebben.

Het debat werd gevoerd tegen de achtergrond van een enquête van ons onafhankelijke magazine Profielen, waaruit bleek dat Denk en PVV de grootste waren onder onze studenten. Die enquête zou overigens later nog een rol spelen bij een nieuwscheck van de bewering van Denk-voorman dat “peiling op hogescholen uitwijzen dat Denk de grootste partij is”. Iets te gretig van Tunahan Kuzu: het ging niet om peilingen maar om die ene peiling, die ons blad ook nog eens met een zekere relativering heeft gepresenteerd. Maar de uitslag bevreemdt ook weer niet. Niet alleen omdat onze hogeschool een afspiegeling is van Rotterdam en omstreken, ook omdat we leven in een tijd dat mensen zich willen identificeren met bepaalde waarden en zich zorgen maken over de vraag of er ruimte blijft voor hun waarden en hun wijze van leven.

En dan komt het belang van het (hoger) onderwijs weer meteen om de hoek kijken. Niet om partijpolitiek te bedrijven, maar om mensen te leren die verschillen in opvattingen in een respectvolle politieke arena uit te vechten, om mensen weerbaar te maken en hen een attitude mee te geven zelf feiten te checken, zichzelf te dwingen redeneringen te onderbouwen met de methodologische regels die daarvoor zijn. Hoger onderwijs en democratie geven elkaar de hand daar waar zij floreren: de kwaliteit van het debat is gediend met de kwaliteit van het argument. En dat laatste kun je leren, sterker nog, moet je leren!

Het artikel van Profielen trok landelijke aandacht, met als gevolg dat er journalisten onze hogeschool in liepen. Die wilden die polarisatie weleens met eigen ogen waarnemen…. Het meest hoopvolle verslag las ik in Trouw : de student met de PVV-sympathie die roept dat “hier op school alles wel goed mengt”. De studente die overweegt Denk te gaan stemmen, omdat die partij aandacht vraagt voor racisme: “Ik voel me thuis op deze school, Iedereen gaat goed met elkaar om. Ik heb geen probleem met PVV’ers. Als ze mij ook met respect behandelen”.

We vinden het belangrijk dat studenten democratisch bewustzijn ontwikkelen en gebruik maken van hun stemrecht. Daarom zijn we tijdens de Tweede Kamerverkiezingen op 15 maart voor het eerst één van de officiële Rotterdamse stembureaus. Dat betekent dat studenten en medewerkers op locatie Museumpark hun stem kunnen uitbrengen.

Maandag 27 februari, Marrakesh / Rotterdam: boos op BOOS
Mijn vrouw en ik zijn een paar dagen in Marrakesh. Na een dagje rondslenteren in de oude stad, komen we bij in de rust van ons hotel. Het contrast kan niet groter zijn… Mooi moment om de mail te checken. Had ik voor het humeur beter niet kunnen doen. BOOS is langs geweest bij de hogeschool onder leiding van Tim Hofman, de rebelse knuffel annex held van de gevestigde linkse media, die zijn succes ontleent aan het immense bereik van de nieuwe media, YouTube in dit geval. Hoe groot dat succes is, had ik eerder zelf ervaren. Tim was eerder bij ons op bezoek geweest toen we hadden geweigerd om de regenboogvlag te hijsen op Coming-Outdag. Reden dat we dat niet gedaan hadden: onze rode vlag staat voor inclusiviteit in de meest brede betekenis van het woord. In de dagen en weken daarna bleek mij de impact van zijn programma: ik kreeg heel veel mails van collega’s die vonden dat we de vlag meteen hadden moeten hijsen, collega’s die het pijn deed dat onze vlag gestreken moest worden, collega’s die op het filmpje geattendeerd werden door hun kinderen, collega’s die het vonden meevallen, collega’s die me sterkte wensten, etc. Ik werd ook ontboden bij de wethouder om nog eens uit te leggen waarom we handelen zoals we handelen en vrienden van mijn zonen glimlachten veelzeggend als ik ze in de stad tegenkwam. Die generatie zweert bij YouTube. En de zondag daarna leek het alsof ik enige nationale roem begon te krijgen. Ik moest vlaggen bij het voetbalteam van mijn jongste zoon en een groepje thuissupporters begon al snel te informeren of ik die vaalgele vlag niet moest inruilen voor een frivole regenboogversie …..

Het bezoek vorige week was minder ‘grappig’. Het werd door de collega’s als respectloos en intimiderend ervaren.  Bovendien over een thema dat een dergelijk optreden op geen enkele manier rechtvaardigt. Voor de goede orde, het is een groot goed dat maatschappelijke instituties als een hogeschool scherp door de pers bevraagd worden. Dat gesprek schuwen we ook niet. Wij hebben een beleid als Hogeschool Rotterdam transparant en open te willen zijn. Wij benoemen zelf wat goed gaat en benoemen zelf wat niet goed gaat. Voorbeeld: als de Keuzegids Masteropleidingen uit komt (ook al zo’n ‘onruststoker’ tijdens ons tripje naar Marokko), tonen we onze trots over onze topopleidingen en benoemen waar het beter moet.

En als wij door media, Parlement of wie dan ook gewezen worden op fouten, zullen we die corrigeren. Maar slecht geïnformeerd een school binnenvallen en een medewerker bij een van onze opleidingen op een dergelijke manier bejegenen dat het intimiderend overkomt, gaat mij te ver. Het gaat inhoudelijk erom dat we als school niet extra geld mogen vragen voor studieonderdelen waar geen gratis alternatief tegenover staat. Dat is in het verleden gebeurd, maar inmiddels gecorrigeerd. In het specifieke geval was het overigens zo dat de betreffende reis niet verplicht was en er wel degelijk alternatieven zijn geboden.

Los van de inhoud, wat me naast het intimideren van collega’s nog het meeste dwarszit, is welk signaal we hiermee als samenleving afgeven. Zit je iets dwars? Zorg dat het via de media afgedwongen wordt. En als die media het effectbejag dan ook nog eens belangrijker vinden dan waarheidsvinding, dan krijg je dit soort toestanden. Zo leren we jonge mensen niet dat oplossingen beginnen bij de bereidheid te overleggen, dat maatschappelijke instituties – zeker in deze fragmenterende samenleving - hun respect verdienen en procedures kennen om problemen op te lossen. En krijgen docenten en medewerkers niet de kans in een gesprek samen met de student tot een oplossing te komen, terwijl ze dat op integere manier altijd willen doen. Nu voeren we het verkeerde gesprek met elkaar en zijn we overgeleverd aan de grillen van de Tim Hofman’s van deze wereld. Laten we onze tijd besteden aan goed onderwijs.

En laten we bovenal respectvol met elkaar omgaan. Zoals de Britse oud-militair, de ober in het Marokkaanse restaurant en de studenten met PVV en Denk sympathieën. Dat zouden er, juist in deze tijd, meer moeten doen.

Over de auteur

Ron Bormans - Voorzitter College van Bestuur

Ron Bormans (1957, te Schinnen, Zuid-Limburg) mag zich verheugen in een lange periode van ontmoetingen in en met het hoger (beroeps)onderwijs. Tijdens zijn studies: Natuurkunde (propedeuse) in Eindhoven en Politicologie / Bestuurskunde in Nijmegen. Maar ook in zijn loopbaan. Hij werkte o.a. als plv. directeur HBO en directeur Studiefinanciering bij OCW. Daarnaast was hij consultant bij Capgemini. Op dit moment geeft hij leiding aan Hogeschool Rotterdam als bestuursvoorzitter, een functie die hij eerder bekleedde bij de HAN. Maar hij deed ook de HvA en Inholland aan en hield toezicht op onderwijsprogramma's als directeur NQA.

Elke twee weken is de nieuwe blog-post ook te volgen op Twitter via @ronbormans1.

We gebruiken cookies om de website te verbeteren.