Ga direct naar de content

Ontmoeting 53

Op zoek naar verbetermogelijkheden in het onderwijslogistieke proces brengt Bormans een bezoek aan de bedrijfsbureaus van enkele instituten en ontmoet het 'leukste team'. Onderwijslogistiek is ook zorgenkind in de Nationale StudentenEnquête, waarin de hogeschool voor het vierde jaar op rij betere scores haalt, maar die nog voor verdere verbetering in aanmerking komen.

Maandag 18 mei: in gesprek met 'het leukste team van de hogeschool'

Goed onderwijs ontstaat in de verbinding van een student met een docent, beter gezegd: met een team van docenten. Dat is een simpel, basaal gegeven, dat we nooit uit het oog mogen verliezen, vooral aan die eindeloze vergadertafels die rondom het onderwijs georganiseerd worden. Maar ondanks dat simpele gegeven is onderwijs zeker nog geen simpel iets. Goed onderwijs leunt op een goed draaiend maar complex logistiek proces, waarbij elke dag toegewijde mensen bezig zijn om die ontmoeting tussen studenten en docenten zo optimaal mogelijk te organiseren. Extreem gezegd: elke dag moeten 34.000 studenten in contact gebracht worden met ruim 2.000 docenten, fysiek in 64.000 m2 meter les- en laboratoriumruimte (van in totaal 175.000 m2 brutovloeroppervlakte), digitaal in leer- en toetsomgevingen die piekbelastingen kennen van zo'n 8.000 aanwezigen op één moment. Maar waarbij er zelfs interactie is om 4 uur, midden in de nacht, van gemiddeld zo'n 370 studenten of docenten. En de webmail bijvoorbeeld is in de maand mei maar liefst 698.000 keer bezocht vanuit bijna de hele wereld.

Om een beter gevoel te krijgen bij wat nodig is om die processen zo goed mogelijk te laten verlopen, gaat het College van Bestuur op maandagmiddag in gesprek met de twee bedrijfsbureaus van ons instituut waar we de commerciële opleidingen verzorgen (COM) en de internationale economische opleidingen (Rotterdam Business School). We treffen enthousiaste collega's aan ("Mag ik jullie voorstellen aan het leukste team van de hogeschool?"), die diep doordrongen zijn van het belang dingen zo goed mogelijk te regelen voor studenten en docenten, maar ook tegen zaken aan lopen. Ze krijgen niet altijd de waardering die ze verdienen, niet altijd het respect van docenten waar ze recht op hebben en worden soms verantwoordelijk gesteld voor het falen van anderen.


Het leukste team, foto Ron Bormans

Onderwijslogistiek kenmerkt zich doordat het vaak gaat om ketenprocessen die de organisatiegrenzen overschrijden, wat ze extra complex maakt. Het roosterproces bijvoorbeeld begint bij de roosteraar, gaat dan naar het docententeam toe, komt via de leidinggevende weer terug en gaat nog een paar keer heen en weer. Waarbij de roosteraar soms moet toezien dat dat mooie rooster dat zij gemaakt heeft, 'verrommelt' doordat allerlei wijzigingen doorgevoerd 'moeten' worden, op een laat tijdstip en niet altijd strak beredeneerd vanuit het studentenbelang…..

De strategie van Hogeschool Rotterdam heet Focus en gaat over onderwijs; gaat over binding en kwaliteit die in de klas gemaakt wordt. En gaat daarmee ook over al die mensen die werkzaam zijn in de onderwijslogistiek en er elke dag weer voor zorgen dat die binding georganiseerd wordt.

Donderdag 21 mei: hoe krijgen we studenten in de goede cadans?

Je hebt onderwijs en onderwijslogistiek. Het laatste is voorwaardelijk voor het eerste. Spreekt bijna voor zich, maar is niet altijd een vanzelfsprekendheid. En je hebt verschillende gradaties in goede logistiek. In een soort eerste orde beoordeling moet de logistiek gewoon kloppen: mensen komen hun afspraken na, deadlines worden gehaald en we blijven bij de afgesproken doelstellingen. Van een andere orde is welk gedrag we 'stimuleren' met de gekozen systematiek. We weten best veel over gedragseffecten van logistieke maatregelen en afspraken en over de effecten van (gebrek aan) discipline in de hantering ervan. Voorbeelden zijn dat veel herkansingen leiden tot uitstelgedrag bij studenten en dat slordige roosters leiden tot afhaken van studenten. Regelmaat leidt tot rust en concentratie. Toestaan van uitzonderingen op een regel leidt tot uitholling van de regel. Et cetera.

We vergaderen met de directeuren van het economische domein over de inrichting van het onderwijs in het eerste en tweede studiejaar. De economische opleidingen kampen met een veel te hoge studieuitval en er leven ideeën om - als antwoord op die ontwikkeling - de eerste jaren verder te structureren. Binding organiseren met studenten is onze oplossing. Zorgen dat ze naar school komen, waar we structuur bieden en intensief onderwijs, onderwijs dat uitdaagt. We doordenken of het niet wenselijk is dat we voor alle economische opleidingen tot een eenduidige herkenbare structuur komen van intensief onderwijs, met een gestandaardiseerd programma en niet meer dan twee parallele blokken van een zekere vastgestelde omvang. Met een beperking van het aantal toetsen en toetsmomenten, waarmee een herkenbare structuur ontstaat die tot een cadans in het studeren kan leiden. Dit willen we aanbieden als ondergrond van uitdagend onderwijs dat jonge mensen boeit. En dat alles ingebed in een zekere strengheid. Elke studie laat zien dat uitgedaagd worden een belangrijk motief is tot actief studeren.

Het is een goed gesprek. We hebben voor onszelf een inspirerende aanleiding gecreëerd doordat we ons gebouw aan de Kralingse Zoom, waar de economische opleidingen gehuisvest zijn, gaan verbouwen. Nu hebben we de kans die verbouwing hand in hand te laten gaan met een inspirerend onderwijsconcept. Op weg naar Rotterdam Business School 2017.

Donderdag 21 mei: studenten zijn weer iets tevredener over Hogeschool Rotterdam

Er wordt elk jaar weer met spanning naar uitgekeken, de uitslag van de studenttevredenheid. De jaarlijkse enquête onder alle studenten (de Nationale StudentenEnquête) levert steeds weer een schat aan informatie op die we heel goed kunnen gebruiken om het onderwijs beter te maken. Daarnaast kijkt iedereen natuurlijk uit naar de uitslag omdat die uitslag mede bepalend is voor de reputatie van de school. Daar kun je van alles van vinden, maar feitelijk werkt het zo. Als je als hogeschool onderaan het lijstje staat, word je al snel de 'slechtste school' genoemd, ook al zijn daar allerlei nuances op aan te brengen en als je bovenaan staat, ga je een jaar lang als 'beste school' door het leven. Of het hoger onderwijs nu wel of niet als een 'markt' gezien moet worden is eigenlijk niet de vraag. Het ís feitelijk een (mondiale) markt, met reputatie als cruciale variabele.

De uitslag voor de hogeschool is niet slecht, maar ook niet goed genoeg. Voor het vierde jaar op rij tonen studenten zich meer tevreden: dat is mooi. Ten opzichte van de Randstad doen we het net wat boven het gemiddelde: ook dat is mooi. De opleidingen waar we extra aandacht aan gegeven hebben omdat we zelf niet tevreden waren over de kwaliteit zijn (substantieel) omhoog gegaan: dat is heel mooi. We doen het wat minder ten opzichte van het gemiddelde in het land: dat moet dus beter bij ons. En het land is dit jaar net wat harder vooruit gegaan: dat kan dus beter bij ons.

Opnieuw komt onderwijslogistiek als noodzakelijke voorwaarde voor kwalitatief hoogwaardig onderwijs om de hoek kijken. Hoe doen we het op dat gebied? Daar lijkt de meeste kwaliteitswinst te boeken. Opvallend is dat indicatoren voor de kwaliteit van de onderwijslogistiek relatief laag scoren. Voorbeeld: de themascore voor roosters is 3,17, de score voor inhoud: 3,52. Dat inhoud relatief goed gewaardeerd wordt is natuurlijk mooi, die eerste score laat zien waar we winst kunnen boeken. Overigens, die winst boeken we zonder meer, want de indicatoren laten een duidelijk stijgende lijn zien. Maar nogmaals, het kan en het moet beter. Nu is het niet zo dat onze ondersteuners altijd de sleutel in handen hebben. Het gaat, zoals gezegd, over ketenprocessen die organisatiegrenzen overschrijden. De bedrijfsbureaus werken samen: met docenten, ondersteunende medewerkers, diensten, managers en directeuren. Als we beter willen worden, moeten we beter samenwerken, goed communiceren en afspraken nakomen.

Te midden van al het goede nieuws over de NSE staat een bleke 2,98 voor 'resultaten toetsen tijdig bekend'; mooi is het dat dat beduidend hoger is dan het Randstadgemiddelde en ook het land laat slechts een zuinige 3,05 zien. Maar leggen we ons echt neer bij deze slordigheid, heren en dames docenten, managers en directeuren?

Maandag 25 mei: een toevallige ontmoeting in Zwolle

Tweede Pinksterdag. Dus een vrije maandag die mij samen met mijn vrouw in Zwolle brengt, bij museum De Fundatie. Prachtig museum, met een mooie vaste collectie en een tijdelijke tentoonstelling van het werk van Jan Cremer. We laten onze jongste zoon achter, hangend op de bank, werkend aan zijn voordracht voor het vak Nederlands over het boek 'Ik, Jan Cremer'.

Valt wat tegen, die overzichtstentoonstelling. De man heeft zijn plek in de geschiedenisboeken verdiend met zijn choquerende literatuur en woeste schilderkunst, maar of het mooi is? Dan maar naar de vaste collectie, onder andere het mooie, abstracte werk van Bart van der Leck. Naar Compositie 1918, nr. 5 toe bewegend, loop ik bijna tegen een andere bezoeker aan. Het blijkt oud-lector Peter van 't Riet te zijn, van Hogeschool Windesheim. Toeval bestaat niet. Als ik Peter ergens in dit museum tegen het lijf moet lopen, dan bij dat doek. Peter heeft zich als lector druk gemaakt over betekenisvolle manieren van standaardisering. Standaardisering wordt vaak conceptueel in de hoek geduwd van 'flexibiliteit verminderen', maar de studies van Peter laten zien dat slimme vormen van standaardisering flexibilisering vaak juist bevorderen.


Bart van der Leck, compositie 1918 - 5 (bron: Hereditasnexus.com)

Hij onderzocht concepten als 'docentvrij roosteren', wat een raamwerk oplevert waarbinnen docententeams zelf de inzet 'regelen'. Daarbij kan gewerkt worden met timeslots, die samenwerken mogelijk maken en bevorderen, vormen van standaardisering die uitwisselbaarheid van onderwijseenheden mogelijk maken. Ik zeg tegen hem: "Peter, je had gelijk". Maar ook: "Je bent het type denker dat gelijk heeft, maar het niet krijgt". In de auto op weg naar huis heb ik een beetje spijt van die opmerking. Niet dat hij niet klopt, maar omdat het zo onaardig klinkt. En vooral omdat er een verkeerde soort berusting vanuit gaat. We moeten het niet normaal vinden dat dingen net niet goed geregeld zijn. We denken misschien net te snel: zo gaat dat hier nu eenmaal. En we moeten ons zeker niet verschuilen achter de gedachte dat we niet weten hoe het moet. Iemand als Peter van 't Riet heeft er boeken over vol geschreven.

Over de auteur

Ron Bormans - Voorzitter College van Bestuur

Ron Bormans (1957, te Schinnen, Zuid-Limburg) mag zich verheugen in een lange periode van ontmoetingen in en met het hoger (beroeps)onderwijs. Tijdens zijn studies: Natuurkunde (propedeuse) in Eindhoven en Politicologie / Bestuurskunde in Nijmegen. Maar ook in zijn loopbaan. Hij werkte o.a. als plv. directeur HBO en directeur Studiefinanciering bij OCW. Daarnaast was hij consultant bij Capgemini. Op dit moment geeft hij leiding aan Hogeschool Rotterdam als bestuursvoorzitter, een functie die hij eerder bekleedde bij de HAN. Maar hij deed ook de HvA en Inholland aan en hield toezicht op onderwijsprogramma's als directeur NQA.

Elke twee weken is de nieuwe blog-post ook te volgen op Twitter via @ronbormans1.

We gebruiken cookies om de website te verbeteren.