Ga direct naar de content

Ontmoeting 51

Een 'Ontmoeting' over het 'rendementsdenken'. Hoe verzet tegen prestatieafspraken en de heerschappij van de getallen leidt tot een transitie in het hoger onderwijs naar een nieuwe definiëring van hogeronderwijsinstellingen.

Deze keer een 'Ontmoeting' die op veel plekken in Nederland nog moet plaatsvinden. Een 'Ontmoeting' die in Amsterdam geïnitieerd is en ook wat ontspoord, maar blijvend echoot in het hele land. Een echo die ook in Rotterdam goed te horen is, uit de hoek van de wetenschap, de student, de docent. Een 'Ontmoeting' over het rendementsdenken.

Een aantal jaren geleden zat de overheid midden in een beweging om haar greep op het hoger onderwijs te versterken. Sterk geïnitieerd door problemen in het hbo, politiek gekleurd door een bewindspersoon die wilde dat er geleverd werd voor het geld dat er in gestopt wordt. De overheid wilde prestatieafspraken maken met de instellingen, als een gedeeltelijke specificatie van het budget dat sowieso bepaald wordt door instroom en rendement. Het eerste grote eufemisme zat hem in het woord 'afspraken'.

Het zou het soort afspraken worden dat ouders vaak met hun kinderen maakt: "Wij spreken nu af dat jij je bordje leeg eet", waarna zoonlief zich bedremmeld en onvrijwillig door die wat bittere berg spruitjes heen wurmt. Ik was daar toen tegen, samen met nog een bestuurder van een hogeschool, Marcel Wintels. Maar de weerstand was toen niet groot genoeg (het hbo was zwaar in de problemen en had dus weinig politiek en publiek krediet) en dus kwamen die prestatieafspraken er.

Mijn redenering was dat het helemaal niet verkeerd is dat hogescholen aangeven waar ze voor gaan, dat het ook helemaal niet verkeerd is als zij daarbij zelf aangeven hoe dat succes gemeten kan worden, maar dat er perverse effecten ontstaan als we centrale parameters gaan definiëren waar min of meer direct op afgerekend gaat worden. Dan krijg je een fixatie op die parameters en die fixatie kan leiden tot perverse effecten, dat wil zeggen dat de instelling zijn taak reduceert tot het behalen van het kwantitatieve doel. En aangezien dat getal nooit meer kan zijn dan een indicatie van kwaliteit en niet de echte kwaliteit is, kan het fout gaan. Een vorm van fout rendementsdenken. De weerstand was destijds binnenskamers groot maar daarbuiten beperkt, dus gingen we braaf afspraken maken, zelfs op kwetsbare (konden we toen al weten) thema's als studiesucces en lieten we de juristen de disclaimers schrijven…..

Iets later mocht ik leiding gaan geven aan Hogeschool Rotterdam. Een mooie, gedreven hogeschool, diepgeworteld in de stad; maar ook een hogeschool die wel wat meer focus kon gebruiken, vond ik. Focus op het primaire proces. Maar ook wat meer richting in de zin van: wanneer doen we het nu goed? Na veel praten en lange sessies werd de Big 5 gedoopt, die we later, op zijn Rotterdams, de 5 ankerpunten zijn gaan noemen. Kwaliteit, zo was en is onze redenering, is een moeilijk te grijpen begrip, maar wellicht komen we in de buurt van het vastpakken daarvan als we veronderstellen dat een opleiding goed is als:

  • Studenten tevreden zijn (Nationale Studentenenquête)
  • Docenten tevreden zijn (Medewerkertevredenheidsonderzoek)
  • Experts tevreden zijn (accreditatie door NVAO)
  • Alumni tevreden zijn (arbeidsmarkttevredenheid uit HBO-monitor)
  • En we voldoende studenten naar een diploma van niveau begeleiden (studiesucces)

Daarbij maakten we de afspraak dat we niet gaan afrekenen op die getallen, dat die niet bedoeld zijn om het gesprek te beëindigen, maar om het gesprek te openen. De getallen indiceren de kwaliteit, ze zijn het niet. De getallen zijn een valide uitdrukking van kwaliteit, maar komen er niet voor in de plaats. De getallen horen onze ontmoeting te verrijken, niet te verarmen. Getallen helpen het gesprek te openen en van scherpte te voorzien.

In de discussie over het rendementsdenken komen veel opvattingen bijeen, waardoor het deels ook verwarrend is. Het gaat om opvattingen die 'tegen getallen' zijn, opvattingen die 'tegen efficiency zijn', opvattingen die 'tegen bestuurders, managers, overhead, vastgoed en de instituties zijn', opvattingen vóór behoud van het kleine, het bestaande, de kern. Soms gaat het om opvattingen die op zoek zijn naar iets nieuws, iets anders, een maatschappelijk engagement, andere politiek, meer democratie, ander onderwijs, zoals meer 'Bildung'. Soms is het de toekomst, soms gaat het - met de nostalgie van zestigers - over een verleden. Het is een mêlee aan beelden die het ook moeilijk maakt om precies te bepalen of je er nu voor of tegen moet zijn, je komt er ook niet met de zekerheden van je politieke opvattingen (voor zover mensen die in deze volatiele tijd nog hebben): het is politiek niet te duiden. Een enkele keer lijkt het willen verlenen van een diploma aan studenten het euvel (tegen de 'diplomafabriek') terwijl het diploma een van de meest begeerde stukken papier is die een mens heeft.

Er lijkt een laag onder te liggen, die mogelijk interessanter is om eens naar op zoek te gaan. Een laag die ook aangestipt lijkt te worden als de tv een uitzending van 'Tegenlicht' vertoont waarin scholen op zoek gaan naar andere manieren om hun maatschappelijke taak in te vullen. Zij zoeken naar het anders invullen wat betreft verantwoordelijkheden, een zoektocht die leunt op mensen en niet op structuren en systemen. Waarna een initiatief als Meetup010 (een Rotterdams initiatief om over de hele onderwijskolom in gesprek te gaan over vernieuwing, red.) binnen een dag overtekend is.

Een laag die boven komt in de vorm van enthousiasme na nieuwsberichten over professionals die het 'zelf allemaal doen', zoals regelmatig gebeurt, met name in de zorg. Een dieperliggende laag die we lijken aan te boren doordat we mensen als Gert Biesta steeds maar weer uitnodigen ons hun onderwijsverhaal te vertellen, een verhaal dat mensen niet alleen in een systeemcontext plaatst, maar ook als individu ontplooiing gunt. Een glimp van die laag zien we als bestuurders van grote maatschappelijke instituties zoals Kees Boele van de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen (HAN) ons voorhouden dat we het woord onderwijs vooral letterlijk moeten nemen, met een vetgedrukt WIJS.

Het zou wel eens zo kunnen zijn dat we over 15 jaar op deze tijd terugkijken en vaststellen dat we aan het begin van een transitie stonden, die niet zonder horten en stoten gegaan is en waar we woordjes op plakten die later de lading niet bleek te dekken. Maar wel een transitie die onmiskenbaar iets teweeg gebracht heeft. Waarbij het Maagdenhuis, ondanks het controversiële, eenzijdige en verwarrende karakter van de actie, toch voor de tweede keer in de geschiedenis een groot symbool bleek te zijn voor een ontwikkeling in het hoger onderwijs. Een transitie die leidt tot het opnieuw definiëren van de publieke taak van hogeronderwijsinstellingen, waarbij scholen weer scholen mogen zijn. Waarbij we herontdekken dat hogescholen en universiteiten vrijhavens moeten zijn.

In deze transitie entameren en stimuleren hogescholen en universiteiten het debat en geven daarmee tegenwicht aan de moderne vluchtigheid van politiek en media. Het is een transitie die het hoger beroepsonderwijs dieper geworteld heeft in haar maatschappelijke omgeving, met meer begrip voor het feit dat we jonge mensen niet alleen 'kunstjes' moeten leren, maar weerbaar moeten maken voor een steeds complexere wereld. Een transitie ook, die leunt op verantwoordelijke professionals, die deze verantwoordelijkheid claimen, die de last van deze verantwoordelijkheid durven dragen en in alle opzichten geholpen worden deze verantwoordelijkheid waar te maken.

We krijgen dan een hbo waar leidinggevenden zich dienstbaar opstellen, maar doorpakken waar nodig, namelijk daar waar de kwaliteitsslag niet 'vanzelf' ontstaat. Een hbo kortom waar professionals en bestuurders moedige mensen blijken te zijn.

We durven het daarbij ook te hebben over kwaliteit, we proberen die kwaliteit vast te pakken. We verabsoluteren de kwaliteitsindicator niet maar gebruiken deze om het gesprek mee te openen. We spreken elkaar aan op één waarde: lever je kwaliteit? Waarmee het adagium geldt dat je nog niet fout bent als je fouten maakt. We lijken op weg naar een transitie die inclusief blijkt te zijn, dat wil zeggen die mensen weet te verbinden en die het hoger onderwijs toegankelijker gemaakt heeft dan het nu is. En een transitie die niet eindigt op zijn Middeleeuws, namelijk door een offer te eisen, zoals de zaterdageditie van de Volkskrant de stemming op enig moment samenvat: de bestuurder moet weg. Soms moet dat inderdaad, niet als offer, maar om ruimte te maken.

Het meest interessant aan die transitie zou wel eens de wijze kunnen zijn waarop deze zich voltrekt. Anders gezegd, hoe deze 'ontworpen' bleek te zijn. Namelijk: niet. Maar die het resultaat is van een veelheid aan ontmoetingen, waarbij instituties groeien in transparantie en openheid, leidinggevenden in ontvankelijkheid en dienstbaarheid en professionals in het krijgen en nemen van verantwoordelijkheid. Dat alles gefaciliteerd door de ontmoeting en met een katalysator die 'vertrouwen' heet.

Ontmoetingen in de vergaderzaal, bij de koffie, online op Yammer en Twitter. Een ontmoeting die aan kwaliteit moet winnen, waar het de gesprekken betreft tussen bestuur en MR, tussen manager en onderwijsteam, binnen het onderwijsteam zelf, tussen staf en onderwijsgevende. We weten niet waar deze transitie heen gaat. Als we erin zitten vanuit verantwoordelijkheid, vanuit gedeelde waarden voor wat betreft de publieke rol van hoger onderwijs en we de ontmoeting organiseren en vertrouwen durven hebben, dan komen we ergens.

Met dank aan het Maagdenhuis om ons daar nog eens aan te herinneren.

Over de auteur

Ron Bormans - Voorzitter College van Bestuur

Ron Bormans (1957, te Schinnen, Zuid-Limburg) mag zich verheugen in een lange periode van ontmoetingen in en met het hoger (beroeps)onderwijs. Tijdens zijn studies: Natuurkunde (propedeuse) in Eindhoven en Politicologie / Bestuurskunde in Nijmegen. Maar ook in zijn loopbaan. Hij werkte o.a. als plv. directeur HBO en directeur Studiefinanciering bij OCW. Daarnaast was hij consultant bij Capgemini. Op dit moment geeft hij leiding aan Hogeschool Rotterdam als bestuursvoorzitter, een functie die hij eerder bekleedde bij de HAN. Maar hij deed ook de HvA en Inholland aan en hield toezicht op onderwijsprogramma's als directeur NQA.

Elke twee weken is de nieuwe blog-post ook te volgen op Twitter via @ronbormans1.

We gebruiken cookies om de website te verbeteren.