Ga direct naar de content

Ontmoeting 48

Een groeiende groep studenten heeft moeite met afstuderen en heeft meer tijd nodig om dat voor elkaar te krijgen. Wat de langstudeerdersproblematiek voor de hogeschool betekent en welke maatregelen we treffen om hier mee om te gaan laat Ron Bormans in deze ontmoeting zien.

Hogeschool Rotterdam kende de afgelopen drie jaar de volgende instroom, respectievelijk totaal aantal studenten:

Figuur 1 Aantal instromende studenten en totaal aantal studenten de afgelopen drie jaar

Deze figuur laat zien dat de populatie harder groeit dan de instroom en dat er dus een elk jaar groeiende groep studenten moeite heeft met afstuderen c.q. langer over de studie doet. We zien het aantal studenten dat bij ons studeert, maar waar we geen bekostiging meer voor ontvangen toenemen, omdat ze al langer dan vier jaar bij ons zijn.

Figuur 2 Aantal niet-bekostigde Bachelor studenten Hogeschool Rotterdam, afgelopen 3 jaar

Verhelderend is de uitsplitsing van deze percentages naar drie categorieën, te weten de studenten die korter dan vier jaar bij ons zijn, maar toch niet meer bekostigd worden omdat ze van studie geswitcht zijn, respectievelijk de studenten die vijfdejaars zijn en tot slot de studenten die meer dan vijf jaar bij ons studeren.

De conclusie is duidelijk. Een groeiende groep studenten heeft moeite met afstuderen en heeft meer tijd nodig om dat voor elkaar te krijgen. Zo laat de analyse van onze hogeschool zien, maar zo zal ook het landelijke beeld zijn. Extra aandacht voor deze groep is noodzakelijk en we gaan dan ook extra investeren in begeleiding van deze studenten.

Eerlijkheidshalve moeten we ons ook de vraag stellen of het ons gaat lukken al deze studenten met succes naar de eindstreep te begeleiden. Eén van de oorzaken is immers de schaduwzijde van ons succes: we leggen de lat steeds hoger in het hbo. Dat wil niet zeggen dat we er zelf niet ook meer aan kunnen doen. Het organiseren van binding tussen student en docent zou wel eens een sleutelbegrip kunnen zijn. Deze blog gaat over de uitdagingen die we tegenkomen door de groeiende groep langstudeerders. 

Maandag 2 februari: maandelijks overleg met de Centrale Medezeggenschapsraad (CMR)

Selcuk Durak - studentlid van de CMR - stelt in de rondvraag de vraag hoe het staat met het realiseren van de zogeheten prestatieafspraken. We hebben een paar jaar geleden kwaliteitsafspraken gemaakt met de minister, afspraken waar zo'n 5% van ons budget mee gemoeid is. Niet onbelangrijk dus om inderdaad goed de vinger aan de pols te houden. In 2016 vindt de 'afrekening' plaats. In mijn antwoord toon ik me overwegend optimistisch: onze studenttevredenheid stijgt, we weten steeds meer studenten te interesseren voor onze excellentieprogramma's, we hebben goed draaiende Centres of Expertise, steeds meer docenten met een masterdiploma en gemiddeld geven we in het eerste en tweede jaar meer contacturen dan de minimaal afgesproken 12 klokuren. Maar we hebben een grote zorg: het rendement staat onder druk.

En een van de oorzaken daarvan kunnen we niet zo maar wegnemen: de afstudeereisen zijn strenger geworden. De accrediterende organisatie NVAO is kritischer op het niveau dat we leveren, aan studenten worden beduidend hogere eisen gesteld. Dat is nuttig en goed nieuws, want daarmee verhoogt het hbo haar niveau. We leggen daarmee de lat ook hoger voor onze studenten en voor sommige van hen wellicht te hoog. Moeten we ons dan neerleggen bij het feit dat sommige studenten te veel moeite zullen hebben met afstuderen? Nee, natuurlijk niet. Immers, hoe hoger we de lat voor onze studenten leggen, hoe hoger we de lat voor onszelf moeten leggen. 

Woensdag 4 februari: bilateraal overleg met onze commerciële opleidingen

De ervaringen van de afgelopen jaren leren ons dat met name de wat grotere opleidingen kwetsbaar zijn voor uitval en dan met name de opleidingen in het economische domein. Bij die opleidingen is het moeilijker gebleken om voor elkaar te krijgen wat in onze kwaliteitsstrategie Focus als cruciaal gezien wordt: het organiseren van binding tussen studenten en docenten. Bij onze commerciële opleidingen staat men aan de vooravond van een drastische stap die deze binding moet bevorderen. Men kiest ervoor om de opleidingen te organiseren rondom aansprekende thema's: sportinternationaal ondernemerschap,MKBpubliek en creatief ondernemerschap (klik op de onderwerpen voor een filmpje over de specifieke thema's, red.)  

De gedachte is dat daarmee leergemeenschappen kunnen ontstaan die binding en enthousiasme weten te wekken, zowel bij studenten als bij docenten. Daarmee kunnen we ook gericht relaties aangaan met bepaalde typen bedrijven en organisaties. Deze thematische opzet wordt geflankeerd door onderwijskundige maatregelen als kortcyclisch leren en toetsen, strenge eisen in het eerste jaar en duidelijke en zorgvuldige invulling van ons beleid met betrekking tot de studiekeuzecheck. Vanaf september 2015 gaan we op die manier aan de slag. 

Maandag 9 februari: "Ach mevrouw, dat houden wij niet zo bij"

Het voltallige College van Bestuur is op bezoek bij twee opleidingen van ons Instituut voor Financieel Management: Bedrijfseconomie en Accountancy. Beide opleidingen worden al langer geconfronteerd met de problematiek van de langstudeerders en hebben zelf de handschoen opgepakt om met name in de programmering van het onderwijs maatregelen te nemen. Maar ook in de fysieke inrichting van onze gebouwen proberen we binding te organiseren door studenten van een bepaalde opleiding, met name in de eerste twee jaren, een eigen plek te geven met goede mogelijkheden voor contact met docenten. Beide opleidingen boeken succes. Pril succes, maar onmiskenbaar succes. De opleiding Accountancy presenteert resultaten van een enquête onder studenten. Het succes blijkt uit hoge scores op stellingen (die iets over binding zeggen) als:

  • Ik voel me op mijn plaats binnen de opleiding (98%)
  • Ik heb gemerkt dat de studieloopbaancoach mij kent (83%)
  • De inhoud van de opleiding sluit aan bij het beeld dat de opleiding mij vooraf gegeven heeft (88%)

We zetten stappen, proberen het hogere niveau gepaard te laten gaan met versterkte binding met onze studenten. En soms wordt je dan ontnuchterd. Merk je dat het hard werken is om die binding aan te gaan omdat leefwerelden zo verschillend kunnen zijn, ondanks de binding op het meer persoonlijke vlak. Een docente vertelt de anekdote dat zij tijdens één van haar lessen informeerde naar de kennis van de studenten van de Nederlandse politiek. Ze stelde de, in onze ogen, vrij eenvoudige vraag naar de samenstelling van ons kabinet. Het bleef pijnlijk stil in de klas. Een studente vond het wat sneu en meende haar gerust te kunnen stellen met: "Ach mevrouw, dat houden we niet zo bij". Dat leidt overigens niet tot het bij de pakken neerzitten. Het team gaat enthousiast door op de ingeslagen weg om greep te krijgen op het vraagstuk. Of, zoals een collega bij Accountancy het zegt: "Ik ben helemaal trots op ons!". 

Dinsdag 17 februari: een nieuwe lector

Ik maak nader kennis met onze nieuwe lector Versterking Beroepsonderwijs, Ellen Klatter. Onderdeel van ons kwaliteitsprogramma Focus is dat we ervoor gaan zorgen dat onderzoek veel meer ten dienste komt van het onderwijs en dan is de titel van dit lectoraat alleen al hoopvol: Professionele Identiteit in Perspectief. Maar ook de rede die Ellen hield was voor mij aanleiding nog eens goed met haar te spreken. Haar boodschap vat zij zelf treffend samen: ijzersterk beroepsonderwijs vereist een intensieve binding tussen student, docent en beroepspraktijk. Binding is een belangrijk begrip in het succesvol begeleiden van studenten naar een goed diploma: binding met het vak en met de docent, maar ook zelf gecommitteerd zijn en je als student door de hogeschool uitgedaagd voelen.

Zoals Ellen Klatter het zelf formuleert: "Wat betekent binding eigenlijk? Er ligt vooral nadruk op het 'leren' vanwege een 'loopbaan' op de arbeidsmarkt. Welke elementen in het onderwijs stimuleren de jongere om zich ontwikkelen tot de burger die volwaardig deelneemt aan de maatschappij? Is er aandacht voor morele ontwikkeling, wordt er vanuit pedagogisch oogpunt bewust ingezet op differentiatie en variatie in waarden en normen? Vragen die tot nu toe veelal onbeantwoord blijven, maar van grote betekenis zijn voor een stad als Rotterdam, en in het bijzonder voor Hogeschool Rotterdam als onderwijsinstituut en cultuurdrager! Het pedagogische aspect wordt binnen onderwijsland vaak vergeten. Het zijn elementen die niet in het meetbare spectrum vallen, en daardoor niet lijken mee te tellen in visitatie en accreditatie. Toch raakt dit de essentie van onderwijs, ontwikkeling en groei; zonder relatie geen prestatie. Het lectoraat wil via onderzoek naar de pedagogische relatie tussen docenten en student bijdragen aan een groeiende binding met de doelgroep."    

Dinsdag 17 februari: "we verliezen ze ook aan de bovenkant"

Ik laat me bijpraten door collega John Beentjes, die netwerken binnen de hogeschool organiseert gericht op kennisdeling en kennisontwikkeling rondom het vraagstuk van langstuderen en studieuitval. John leert me / ons twee dingen. Ten eerste dat de aanpak van het vraagstuk van de langstudeerders werkt als we de volgende stappen zetten:

  • Wees duidelijk in wat je eisen zijn en hou daaraan vast
  • Organiseer binding met en tussen de studenten
  • Organiseer overzicht: wat staat je nog te doen en welke stappen moet je nog zetten
  • Probeer maatwerk te organiseren; wees streng in wat te bereiken, flexibel in hoe
  • Probeer het vast te leggen in contracten en laat de Examencommissie goed meekijken

John leert me ook iets anders. We hebben vaak de neiging om uitval als een uitdrukking van falen te zien. Soms is het ook een uitdrukking van succes. Oftewel: "We verliezen ze ook aan de bovenkant". Doordat scholen stagiaires aanstellen als leerkracht, bedrijven banen aan net niet afgestudeerden aanbieden en soms omdat studenten zich niet meer uitgedaagd voelen en hun droom elders najagen verlaten studenten soms voor het afstuderen de hogeschool. Uitval als indicator voor succes. Het is even wennen en daar moeten we ons evenmin bij neer leggen.

Over de auteur

Ron Bormans - Voorzitter College van Bestuur

Ron Bormans (1957, te Schinnen, Zuid-Limburg) mag zich verheugen in een lange periode van ontmoetingen in en met het hoger (beroeps)onderwijs. Tijdens zijn studies: Natuurkunde (propedeuse) in Eindhoven en Politicologie / Bestuurskunde in Nijmegen. Maar ook in zijn loopbaan. Hij werkte o.a. als plv. directeur HBO en directeur Studiefinanciering bij OCW. Daarnaast was hij consultant bij Capgemini. Op dit moment geeft hij leiding aan Hogeschool Rotterdam als bestuursvoorzitter, een functie die hij eerder bekleedde bij de HAN. Maar hij deed ook de HvA en Inholland aan en hield toezicht op onderwijsprogramma's als directeur NQA.

Elke twee weken is de nieuwe blog-post ook te volgen op Twitter via @ronbormans1.

We gebruiken cookies om de website te verbeteren.