Ga direct naar de content

Ontmoeting 39

Vorige week verscheen de Keuzegids 2015, Hogeschool Rotterdam zakte een plek in de ranglijst van hogescholen maar ging er in punten op vooruit. Aanvankelijk teleurgesteld door dit resultaat, moet collegevoorzitter Ron Bormans uiteindelijk toch constateren dat de hogeschool er beter voorstaat dan voorheen en dat er nog heel wat winnaars aankomen.

"Everyone's a winner baby, that's the truth", zong Hot Chocolate ooit en had het vervolgens over heel iets anders dan de Keuzegids 2015. Maar het had het refrein kunnen zijn bij al die coupletten van commentaren op de Keuzegids.

Ik heb een lange, persoonlijke geschiedenis met de Keuzegids. Heb zelfs - in goed gezelschap - aan zijn wieg gestaan. Toen onderwijseconoom Jo Ritzen minister van Onderwijs werd, sijpelden economisch getinte overwegingen het hoger onderwijsbeleid in. Het meest pregnant was de redenering waarbij het hoger onderwijs als een pseudomarkt gezien werd, die geoptimaliseerd kon worden door te proberen de keuze van de 'klant' zo rationeel mogelijk te laten zijn. Zo naar hoger onderwijs kijken was nieuw in de tweede helft van de jaren '80. We realiseerden ons op het departement dat de collectieve keuzes van de vele duizenden 17- en 18-jarigen beeld, profiel en kwaliteit van het hoger onderwijs bepalen en dat als je in staat bent die collectieve keuze te laten baseren op kwaliteitsoordelen, dat er dan voor instellingen en opleidingen een enorme prikkel op kwaliteit gaat ontstaan.

In die tijd werd ik als jonge ambtenaar belast met het uitwerken van dit idee en het realiseren ervan. In die tijd ontmoette ik de huidige hoofdredacteur van de Keuzegids, Frank Steenkamp. Dat de gids een kwart eeuw later als onafhankelijk en gezaghebbend instituut zijn plek verworven heeft, komt doordat die departementale belangstelling en steun gekoppeld werden aan het ontluikende, krachtige journalistieke ondernemerschap van het Hoger Onderwijs Persbureau (HOP). Ook kwamen er kwaliteitsgegevens beschikbaar  mede omdat de hogescholen en universiteiten hun publieke visitatierapporten naar buiten brachten.

Was de redenering in de begintijd van de Keuzegids wat meer economisch getint, nu geloven we (en vrezen soms) dat een ander, moderner mechanisme zijn werk doet: transparantie, publieke 'naming and shaming', al dan niet via de nieuwe media. Reputatie is een belangrijk gegeven voor hoger onderwijsinstellingen en de Keuzegids met zijn ranglijstjes is daarbij medebepalend. En dus is iedereen in het wereldje er als de kippen bij - zeker de twitteraars - om een eerste reactie te geven op hoe zijn of haar instelling of opleiding er bij staat. Er wordt breed uitgemeten dat de opleiding het predicaat 'topopleiding' krijgt, de winst wordt uitvergroot, het verlies wordt toegelicht of voorzien van een belofte voor de toekomst: het wordt allemaal beter, is dat misschien zelfs al, maar zit nog niet in de onderliggende cijfers. Een enkeling zoekt zijn heil in de methodologische relativering.

Als ik de Keuzegids zie, is mijn eerste reactie er een van teleurstelling. De hogeschool staat op plek 14 van de grotere hogescholen. Wat ik belangrijker vind: er staan te veel opleidingen in de gids met een negatieve aanbeveling. We zijn binnen de hogeschool nu anderhalf jaar aan de slag met een intensief kwaliteitsprogramma  (dat we Focus gedoopt hebben) en ik had meer willen oogsten. Noem het naïef (zo snel gaan die dingen niet), noem het ongeduldig, het was mijn gemoedstoestand. Je gunt studenten het best denkbare onderwijs. Nadere beschouwing leert dat er heel veel winstpunten zijn. Veel van de opleidingen die we extra aandacht geven in het kader van ons Focus-programma maken grote stappen èn we gaan er als geheel op vooruit. Voorts hebben we 5 topopleidingen in huis, opleidingen die laten zien dat het ook in de relatief moeilijke omstandigheden van de Randstad / Rotterdam mogelijk is het beste onderwijs aan te bieden. We hebben meer opleidingen die het (heel) goed doen dan opleidingen die het minder doen. We hebben een stevige groep opleidingen die 'gewoon' voldoende zijn, hoewel dat nooit het einddoel kan zijn....

Reputatietechnisch hadden we als hogeschool beter voor het anker van Elsevier kunnen gaan liggen, de gids die nog geen twee weken voor het verschijnen van de Keuzegids uitgekomen is. Daar stonden we op 3 van de 5 grote hogescholen. Toch doen we dat niet.

Hogeschool Rotterdam is van mening dat kwaliteit goed te indiceren is door een vijftal criteria te hanteren. Het zijn onze Rotterdamse ankerpunten, onze 'Big 5'. Een opleiding is van hoge kwaliteit als: 

  • Studenten zich tevreden tonen (studenttevredenheidsmeting, NSE)
  • Het afnemende veld zich tevreden toont (we baseren ons op de HBO-monitor)
  • Docenten tevreden zijn (medewerkerstevredenheidsonderzoek, MTO)
  • De deskundigen ons goed vinden (in casu de NVAO)
  • We voldoende studenten naar een goed diploma weten te begeleiden (studiesucces)

We kijken net wat indringender naar de Keuzegids dan naar Elsevier omdat de eerste drie van de vijf indiceringen meeneemt en Elsevier slechts één, de studenttevredenheid. 

De hogeschool kiest ervoor om in de officiële reactie te benadrukken dat we stappen maken (wij voelen ons terecht een winnaar) en dat we nog stappen moeten zetten. In mijn tweet waarin ik reageer op de Keuzegids zet ik dat laatste net wat steviger neer: "Positieve trend, trots op onze topleidingen maar als geheel moet het beter".

Het initiële gevoel van teleurstelling had misschien een wat andere achtergrond: we hadden als hogeschool net zes weken achter de rug van heel veel goed nieuws. De hogeschool zit in een intensieve accreditatiefase.  Er komen relatief veel commissies bij ons langs en dan ook nog bij opleidingen die óf in een hersteltraject zitten of waar we zelf hebben vastgesteld dat er wat betreft de kwaliteit en het niveau van het onderwijs werk aan de winkel is. En mijn telefoon laat bij voortduring het opgewekte piepje van een sms of WhatsApp horen met daarin het bericht van een onderwijsmanager of directeur die vol trots meldt dat de commissie onder de indruk was, we een score van 'goed' tegemoet kunnen zien of dat onze mensen moe, maar zeer voldaan het weekeinde in zullen gaan. Als de NVAO met haar aangescherpte normering de adviezen van de commissies  gaat overnemen, dan kunnen we met trots vaststellen dat al onze opleidingen een stevige legitimatie hebben van onze toezichthouder. 

Hoe ging dat liedje van Hot Chocolate ook al weer verder? "Everyone's a winner baby, that's no lie......"  Toch?

Over de auteur

Ron Bormans - Voorzitter College van Bestuur

Ron Bormans (1957, te Schinnen, Zuid-Limburg) mag zich verheugen in een lange periode van ontmoetingen in en met het hoger (beroeps)onderwijs. Tijdens zijn studies: Natuurkunde (propedeuse) in Eindhoven en Politicologie / Bestuurskunde in Nijmegen. Maar ook in zijn loopbaan. Hij werkte o.a. als plv. directeur HBO en directeur Studiefinanciering bij OCW. Daarnaast was hij consultant bij Capgemini. Op dit moment geeft hij leiding aan Hogeschool Rotterdam als bestuursvoorzitter, een functie die hij eerder bekleedde bij de HAN. Maar hij deed ook de HvA en Inholland aan en hield toezicht op onderwijsprogramma's als directeur NQA.

Elke twee weken is de nieuwe blog-post ook te volgen op Twitter via @ronbormans1.

We gebruiken cookies om de website te verbeteren.