Menu Zoeken English

Ontmoeting 173 | We stick to the plan

En toen was daar die vrijdag waar we bang voor waren. En hij kwam sneller dan we, in welk scenario dan ook, voor mogelijk hadden gehouden. Opgewarmd om van een min of meer ‘normale’ zomer te gaan genieten, op weg naar een najaar dat – in lijn met wat het ministerie van OCenW het ‘basisscenario’ was gaan noemen – universiteiten en hogescholen zou laten zien die ‘normaal’ zouden draaien, werd de koude douche aangezet.

En niet midden in het snotterseizoen, maar op de valreep van de zomervakantie, waarin de verkoudheidjes normaal gesproken vrijwel niet voorkomen.

Na een week van een exponentiële toename van besmettingen zette het kabinet de rem erop. Niet onverwacht of ongewenst. Ik had er zelf op aangedrongen. Als we kans zien het najaar te redden door nu op de rem te trappen: onmiddellijk doen. Voor mij persoonlijk was de rem niet de kater. De wat verwijtende toon naar jonge mensen echter schoot in het verkeerde keelgat. Tuurlijk, in hun drift van het leven te genieten, zoekt men grenzen op. Wie deed dat niet in zijn of haar jeugd, hou ik generatiegenoten voor. Maar aangekomen bij die grens, bleek die wel heel gemakkelijk te nemen en voelde men zich eerder uitgenodigd daar overheen te gaan dan om die te respecteren. Het waren twee mooie weken van Dansen met Janssen.

Woensdag 30 juni, 18.30 – 20.30, Herdenkingsbijeenkomst afschaffing slavernij, Keti Koti

Burgemeester Aboutaleb probeerde er een positieve draai aan te geven. Het zou goed zijn dat het regent, zo zei hij, als symbool van een hemel die huilt. En regenen deed het, gedurende de hele bijeenkomst. Ik had de verkeerde inschatting gemaakt, bij het weggaan die ochtend: verkeerde paraplu, verkeerde jas. Langzaam sijpelde de regen door mijn kleren heen. Dat deed niets af aan de indruk die de bijeenkomst maakte. Ik mocht namens Hogeschool Rotterdam een krans leggen. Dat deed ik met overgave. In de wetenschap dat het een thema is dat de samenleving verdeelt, dat er een grote politieke lading omheen hangt, maak ik het graag simpel. Daar probeer ik ook bij te blijven ondanks het soms wat vileine debat dat af en toe ontstaat. Noem het naïef, maar dan is het wel een naïviteit die ik koester. Ik meen het: als je voor de viering van de afschaffing van de slavernij bent, ben je niet automatisch ergens tegen.

Elders zei ik het als volgt: “Kransen leg je om momenten in de geschiedenis te eren. Keti Koti viert de afschaffing van de slavernij. Dat is in het bijzonder belangrijk voor een deel van onze gemeenschap waar slavernij onderdeel is geweest van hun familielijn, maar ook voor ons allemaal.” Onze toekomst leunt op onze geschiedenis. Of we dat nu leuk vinden of niet. En grote momenten in de geschiedenis die ons herinneren aan episodes die ons ver af deden staan van basale waarden als gelijkheid en zeker momenten die de verwezenlijking van die waarde dichterbij brachten, die moeten we in de ogen kijken, respectievelijk vieren.

Donderdag 1 juli, 18.00 – 21.00 uur, bestuurlijk overleg met Inholland

Die druilerige woensdagavond was onderdeel van twee weken die veel leken op een willekeurig blok van twee weken pre corona, inclusief de fysieke avondafspraken. De dinsdag ervoor hadden we – de besturen van Hogeschool Rotterdam en Inholland – gegeten en gesproken met vertegenwoordigers van de studentenverenigingen van Rotterdam, keurig met respect voor de coronaregels. Ik ben ervan overtuigd die avond gesproken te hebben met bestuurders die zich verantwoordelijk opstellen. Daar moest ik meteen aan denken toen de eerste alarmerende berichten verschenen over stevige besmettingen onder studenten.

Donderdag aten en spraken we met de collega’s van Inholland. Ooit stonden onze hogescholen tegenover elkaar. In een tijd dat hogescholen vooral vanuit een soort competitieve houding tegenover elkaar in plaats van naast elkaar stonden. Natuurlijk blijf je elkaar een beetje in de gaten houden en gezonde concurrentie is heel goed, want die zorgt regelmatig voor vernieuwing van het aanbod.

Maar het is heel goed om vast te stellen dat dat tegenwoordig ingebed is in een gemeenschappelijk besef dat we een gezamenlijke maatschappelijke verantwoordelijkheid hebben om Rotterdam, Rijnmond, Zuidwest-Nederland van zo goed en toegankelijk mogelijk hoger onderwijs te voorzien. Bij het begroeten van een van de bestuurders stellen we vast dat dit de derde keer is deze week dat we elkaar spreken… Over doorstroom mbo-hbo, een gezamenlijk project in de Drechtsteden, de relatie onderwijs/arbeidsmarkt, et cetera…

Dinsdag 6 juli, 17.30 – 18.30, Manifest voor Zuid

Het begon allemaal op een avond, een paar jaar geleden. Een avond die niet echt druilerig te noemen was: regelrechte herfststormen striemden Den Haag en zorgden ervoor dat ik met een nat pak de zaal binnen kwam: een groot diner georganiseerd door de provincie. Dat was overigens niet de reden dat ik de avond wat chagrijnig begon: ze hadden me bij de tafelschikking zo ongeveer in de keuken gezet. Alle (hoger) onderwijsbestuurders zaten overigens aan de rand van het gezelschap. Daar waar de bedoeling was dat overheden, bedrijfsleven en kennisinstellingen samen in gesprek zouden gaan over hoe we onze regio verder zouden kunnen brengen, was het (hoger) onderwijs naar de rand verbannen. Gelukkig was mijn tafelgezelschap interessant en onderhoudend.

Ook gaf architect Francine Houben van Mecanoo een interessante lezing over hoe Rotterdam-Zuid verder te brengen, met name wat betreft haar infrastructuur en stedelijke inrichting. Ik wist niet hoe snel ik haar na afloop moest aanspreken. Ik was niet de enige. Het werd het begin van een informeel avontuur, onder de noemer Vrienden van Zuid, onder de drijvende regie van mijn Albeda-collega Ron Kooren. Hij bood het resultaat daarvan aan, op deze 6e juli, aan wethouder Richard Moti: een integraal plan voor wonen, werken, leren en gezondheid, op een infrastructurele ondergrond van betere openbaar vervoerverbindingen en een stedelijke kaderstelling.

Het Manifest Samen Beter op Zuid geeft een kader voor stadsontwikkeling en voor individuele maatschappelijke organisaties hoe zich tot Zuid te verhouden. Bijvoorbeeld: Hogeschool Rotterdam zal zich meer en meer vestigen in dat deel van de stad. Dan is goed om te weten wat plekken zijn die niet alleen de hogeschool goede huisvesting bieden, maar waar het effect van een dergelijke locatie op de ontwikkeling van de stad tegelijkertijd maximaal is. Dat geldt natuurlijk ook voor woningbouw, ziekenhuizen, bedrijvigheid, et cetera. We gaan op weg – langzaam maar zeker – naar gemeentelijke verkiezingen. Een stukje van die formatie ligt al klaar.

Woensdag 7 juli, 17.30 – 19.00 uur, Regiegroep Caraïbische studenten

Heerlijk om mensen weer in levende lijve te zien. Maar ook, wat een genot dat online zoveel mogelijk is. We staan aan de vooravond van de lancering van een groot project waarin we gaan proberen de condities voor onze Caraïbische studenten te verbeteren. Het ene na het andere rapport is verschenen waaruit blijkt dat het niet gemakkelijk is om, komend van de eilanden, hier in Nederland met succes te studeren. Wat ook blijkt uit die rapporten is dat dat komt doordat we met zijn allen enorme en soms oneigenlijke barrières opwerpen en er onvoldoende in slagen de overgang meer vloeiend te maken. Ik heb het eerder gezegd: respect voor al die jonge mensen die die hindernisbaan met succes weten te voltooien. Want wat maken we het die studenten soms moeilijk. Voorbeeld: we gunnen hen vaak niet de voordelen die buitenlandse studenten ervaren en belasten hen met barrières die inherent verbonden zijn met het feit dat we één Koninkrijk zijn. Dat moet anders.

Op uitnodiging van het zogeheten vierlandenoverleg (de ministers van Onderwijs van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en Nederland) mag ik een regiegroep voorzitten van mensen van de eilanden en uit Nederland om te kijken of we al die initiatieven die er zijn om hier iets aan te doen, gestroomlijnd krijgen. En hoewel ik de collega’s heel graag live zou willen zien, is het natuurlijk fantastisch dat we nu frequent met elkaar kunnen overleggen via Teams. Het ‘goedemorgen’ wisselen we soepeltjes af met het ‘goedemiddag’… Dit thema, daar wordt al heel lang over gesproken. We hebben nu het soort momentum te pakken op grond waarvan ik denk: het moment is daar om nu door te pakken.

Half augustus wordt door de overheid definitief bepaald onder welke condities we open kunnen gaan in het nieuwe hogeschooljaar. Met alle respect, zo werkt dat niet. Roosteren is een complex proces en elke roosteraar kan je het belang uitleggen van tijdig de randvoorwaarden meegeven zodat hij of zij een goed rooster kan maken. We moeten ons ook realiseren dat diezelfde roostermakers voortdurend hebben zitten improviseren de afgelopen anderhalf jaar. Een immense prestatie, maar de energie is een beetje op. Onderwijs is ook gewoon logistiek en die logistiek heeft een stevige stresstest ondergaan. Realiseren mensen zich de complexiteit die het met zich meebrengt om zowel in een online omgeving én op locatie 40.000 studenten op het goede moment en op de goede plek (ergens binnen die 20.000 vierkante meters die wij hebben of in een Teams-omgeving) in verbinding te brengen met zo’n 4.000 collega’s?

Dus hebben wij ervoor gekozen te gaan voor een rooster gebaseerd op de veronderstellingen van het zogeheten basisscenario: we gaan open. In dat open gaan zullen we leunen op onze bestaande strategie om het onderwijs voor een belangrijk deel op locatie uit te voeren. Daar geloven wij in en we hebben ook uit enquêtes de bevestiging gekregen dat dat een strategie is die onze studenten past. Dat gaan we voorzien van een rand van online onderwijs, omdat we ontdekt hebben dat daar ook – complementaire - waarde zit. En dat willen we zo goed mogelijk doen. Dus zetten we in op dat rooster voor het komende jaar.

En die koude douche dan? Dan schalen we af naar het soort onderwijs dat we het afgelopen jaar geboden hebben: praktijkonderwijs op locatie, toetsen idem en we bieden werk- en leerplekken voor die mensen die dat nodig hebben. Dus niet een volwaardig alternatief, maar de ons bekende ‘terugvalvariant’, die we in de loop van het eerste kwartaal zullen voorzien van extra aandacht voor de met name eerste- en tweedejaars. In de hoop door te schakelen naar ons plan A: we gaan open.

“Kortom, beste mensen, we worden niet nerveus en ‘stick to the plan’. Die rug houden we even recht, anders worden onze mensen helemaal gek”, zo benoem ik het tijdens het laatste directeurenoverleg voor de zomer. Ik proef instemming. Ik bedank de collega’s en over hun hoofden heen de hele HR-gemeenschap. Het was een jaar – het tweede op rij – dat we niet snel zullen vergeten.

Ik wens iedereen een mooie zomer.

Over de auteur

Ron Bormans - Voorzitter College van Bestuur Hogeschool Rotterdam

Ron Bormans (1957, te Schinnen, Zuid-Limburg) mag zich verheugen in een lange periode van ontmoetingen in en met het hoger (beroeps)onderwijs. Tijdens zijn studies: Natuurkunde (propedeuse) in Eindhoven en Politicologie / Bestuurskunde in Nijmegen. Maar ook in zijn loopbaan. Hij werkte o.a. als plv. directeur HBO en directeur Studiefinanciering bij OCW. Daarnaast was hij consultant bij Capgemini. Op dit moment geeft hij leiding aan Hogeschool Rotterdam als bestuursvoorzitter, een functie die hij eerder bekleedde bij de HAN. Maar hij deed ook de HvA en Inholland aan en hield toezicht op onderwijsprogramma's als directeur NQA.

Elke twee weken is de nieuwe blog-post ook te volgen op Twitter via @ronbormans1.

We gebruiken cookies voor analyse en marketing om de website te verbeteren.

Wijzig cookie-instellingen