Menu Zoeken English

Ontmoeting 170 | “Mijn tijd is voorbij, terwijl mijn tijd nog niet gekomen is”

Haar eigen roots liggen hier ver vandaan. Die koestert ze. Maar ook de worteling in het hier en nu. Ze wil iets tegen me aan houden, omdat ze geen fouten wil maken. Culturele misverstanden werken alle kanten op en dus is een fout snel gemaakt. Gelukkig is dat besef alleen al voldoende om alert te zijn. Ze begeleidt nu veel ‘witte jongens’ en merkt veel onzekerheid onder haar studenten. “Was ik maar een allochtoon, mevrouw”, had een van haar studenten tegen haar gezegd. Het illustreert de onzekerheid van iemand – wars van elke vorm van racisme – die ziet dat meer mensen het recht hebben op de deur van het Huis van Kansen (wat ons land is) te kloppen.

Die ziet dat we midden in een fase zitten van het corrigeren van – vaak eeuwenlange, institutioneel gewortelde – kansenongelijkheid. Hij neemt een correctie waar in een wereld die mede gecreëerd is door mijn generatie. Maar de ‘prijs’ wordt niet neergelegd bij mijn generatie, zo is zijn gevoel. Hij heeft veeleer het gevoel dat “mijn tijd voorbij is, terwijl mijn tijd nog moet komen”. 

Racisme is onder ons

Natuurlijk wisten we dat racisme ook in onze organisatie aanwezig is. Dat niet iedereen zich even thuis voelt bij ons en – nog erger – dat sommigen racistisch bejegend worden; dat wisten we en dat weten we. De onderwijsbestuurder – waar dan ook - die dat ontkent, weet niet waar hij of zij het over heeft. Hogeschool Rotterdam ademt Rotterdam. Dat inspireert ons elke dag weer, maar brengt ook dat vleugje slechte adem met zich mee: racisme is onderdeel van de stad. Maar we wisten het ook omdat er incidenten zijn geweest. En toch schrokken we in het College van Bestuur toen we het verslag van de werkgroep Racisme onder ogen kregen.

Waarom? Omdat racisme op deze manier een venijnig, persoonlijk gezicht krijgt. Dat ene verhaal van die domme of agressieve, racistische bejegening – en dan vooral wat het effect ervan is in termen van verdriet, frustratie en boosheid - kan meer doen dan de abstractie van het begrip zelf. Zeker als je het inbedt in een geschiedenis die vele generaties daarvoor hebben ondergaan. 

Ik ben het resultaat van een geschiedenis van maatschappelijke verheffing, die ooit begon bij Vlaamse keuterboeren en landarbeiders. Maar mijn geschiedenis is nooit te herleiden tot slavernij, heeft nooit gezucht onder antisemitisme, heeft nooit de barrière moeten nemen van (lomp) racisme. Dat is een wezenlijk verschil. Voor die verheffing had mijn familie ‘slechts’ goed (hoger) onderwijs nodig. 

Dinsdag 11 mei, 15.30 – 17.00 uur: gesprektafels racisme

En dat is wat we iedereen gunnen, maar we hebben wel de opgave hoe om te gaan met die diepgewortelde barrières die namen dragen als vooroordeel of onbegrip of racisme. Zo’n 50 collega’s en studenten buigen zich in dat bekende Teams-scherm over de vraag wat ons in de hogeschool te doen staat. De werkgroep heeft concrete voorstellen gedaan die het College van Bestuur voor een belangrijk deel heeft overgenomen. De sfeer in het gesprek is er een van begrip en verwachting, constructief, maar ook ‘eerst zien en dan geloven’. Begrijpelijk. Het gesprek is ook realistisch van toon.

Iets wat eeuwenlang de kans heeft gehad te wortelen in onze samenleving, in een samenleving die eerder polariseert dan meer harmonie vertoont, zal een weerbarstig vraagstuk blijken te zijn. Een vraagstuk dat een brede coalitie vergt om tot een oplossing te komen, een oplossing die moet kunnen leunen op een diep besef bij iedereen binnen de hogeschool dat we dit niet accepteren. Een diep besef ook dat we allemaal kwetsbaar zijn, als het gaat om vooroordelen. Het minste wat we kunnen doen is ons daar bewust van zijn. Ik noemde het ooit de culturele dode hoek die we allemaal hebben. Het zal ons nooit lukken alles te zien in die dode hoek. Maar het bewustzijn dat ie er is, helpt zeer.

De hogeschool komt naar je toe

Wat we leren de afgelopen tijd is dat niet iedereen de weg naar ons weet te vinden. We hebben collega’s die de rol van vertrouwenspersoon vervullen, maar niet iedereen voelt zich vrij of senang om contact op te nemen. Onze studentendecanen zijn er om in gesprek te gaan met studenten die moeilijkheden ervaren, maar ook hier zien we – ondanks dat studenten de decanen goed weten te vinden, elk jaar weer voeren zij zo’n 9.000 gesprekken met studenten – op kritische momenten soms een aarzeling. We horen dat van studenten van kleur, maar ook van de ‘witte jongens’. Ik weet wat voor fantastisch werk de collega’s doen en toch voelen studenten hier en daar een barrière.

Studenten weten ook niet altijd de weg naar de klachtenprocedure vinden. En dus is Instagram, Facebook of Twitter het domein waar klachten terecht komen, waar mensen hun heil zoeken en de hulpvraag neerleggen. Dat hoort bij de tijd, is dus een gegeven, maar is ook risicovol. Het maakt het lastiger om problemen aan te pakken. Het brengt het risico met zich mee dat polarisatie alleen maar toeneemt en dat er publieke veroordelingen plaatsvinden, zonder dat er zorgvuldig naar gekeken is: trial by social media. 

Alles verdient een zorgvuldige afweging. We doordenken hoe we de band tussen wat zich buiten de hogeschool afspeelt en de hogeschool zelf kunnen verbeteren, hoe we mensen toch kunnen aanzetten zich te melden bij vertrouwenspersonen, decanen of docenten. Hoe we zelf beter in verbinding staan met vormen van communicatie die passen bij de moderne tijd. Ons huidige beleid heeft als grondslag: kom naar ons toe. Ons toekomstig beleid moet veeleer als grondslag hebben: de hogeschool komt naar je toe. 

Woensdag 12 mei, 17.30 – 19.00 uur : extra vergadering Raad van Toezicht

Dat is natuurlijk een metafoor, de hogeschool komt naar je toe. Maar ook weer niet. Een hogeschool moet gezien worden, moet zo gesitueerd zijn dat jonge mensen zich uitgenodigd voelen die hogeschool binnen te lopen. Eerder in de week stemde onze Centrale Medezeggenschaps Raad in met een nieuwe vestiging in Dordrecht, waar we – samen met de Christelijke Hogeschool Ede en Inholland – Ad-opleidingen gaan aanbieden en gecombineerde stage-studie-afstudeerarrangementen. 

Vandaag geeft onze Raad van Toezicht definitief toestemming om een nieuw pand neer te zetten in Rotterdam-Zuid. Beide stappen zijn voor de hogeschool historisch te noemen. De laatste 30 jaar heeft de hogeschool zich teruggetrokken in Rotterdam, voor het eerst zetten we weer een stap buiten de stad. Daarbij is de hogeschool altijd ‘van Noord’ geweest, terwijl veel van haar (potentiële) studenten op Zuid wonen, waar niet de meest kansrijke wijken van Rotterdam liggen. We huren al een paar jaar op de Posthumalaan, nu gaan we bouwen aan de Laan op Zuid. Ons instituut voor Communicatie, Media en Informatietechnologie zal er gehuisvest worden. We hebben een lang en intensief besluitvormingstraject achter de rug waarbij elk argument talloze malen gewogen is, elke euro meermalen omgedraaid is en vele toekomstscenario’s bekeken zijn. De hogeschool vestigt zich definitief op Zuid. 

Jonge mensen (met een grote diversiteit wat hun achtergrond betreft) claimen hun plek in de Nederlandse samenleving. Dat recht hebben zij. En die ruimte is er. We moeten niet denken in termen van competitie of inschikken. We moeten denken in termen van kansen. Met een knipoog naar de Bijbel: er is plek voor ons allen in de herberg. Als we iets zeker weten, is het wel hoe belangrijk het onderwijs is om jonge mensen die kansen te bieden. De wetenschap heeft het me geleerd, ik heb het zelf ervaren. Universiteiten in Eindhoven (ook al ben ik er maar twee jaar geweest) en Nijmegen hebben me naar de plek gebracht waar ik nu ben. Zij hebben mij ooit het gevoel gegeven dat mijn tijd ging komen, ook al leefde ook in die tijd veel onzekerheid onder jonge mensen. Dat gevoel is wat we jonge mensen moeten geven, voor die vrouw van kleur en die witte jongen, voor die jonge man op Zuid en de jonge vrouw uit Kralingen, op een gelijke en gelijkwaardige manier: jullie tijd gaat komen. Wat voor hen een recht is, is voor ons een plicht.

Over de auteur

Ron Bormans - Voorzitter College van Bestuur Hogeschool Rotterdam

Ron Bormans (1957, te Schinnen, Zuid-Limburg) mag zich verheugen in een lange periode van ontmoetingen in en met het hoger (beroeps)onderwijs. Tijdens zijn studies: Natuurkunde (propedeuse) in Eindhoven en Politicologie / Bestuurskunde in Nijmegen. Maar ook in zijn loopbaan. Hij werkte o.a. als plv. directeur HBO en directeur Studiefinanciering bij OCW. Daarnaast was hij consultant bij Capgemini. Op dit moment geeft hij leiding aan Hogeschool Rotterdam als bestuursvoorzitter, een functie die hij eerder bekleedde bij de HAN. Maar hij deed ook de HvA en Inholland aan en hield toezicht op onderwijsprogramma's als directeur NQA.

Elke twee weken is de nieuwe blog-post ook te volgen op Twitter via @ronbormans1.

We gebruiken cookies voor analyse en marketing om de website te verbeteren.

Wijzig cookie-instellingen