Ga direct naar de content

Ontmoeting 17

Ron Bormans woonde lessen bij van studenten om te kijken 'hoe het in de praktijk gaat'. In zijn blog lees je wat hij hiervan geleerd heeft en hoe hij deze kennis toepast tijdens zijn 'ontmoetingen' in zijn functie als voorzitter van Hogeschool Rotterdam.

Woensdag 16 oktober, 8.30 uur: "We werken goed samen, maar de communicatie moet beter."

Een klas vol met eerstejaars studenten Pedagogiek. Docente Els Bakens begint de les: "Jassen uit, tassen op de grond." Daarna de presentielijst: "Weten jullie waar Anoushka is?". Anoushka blijkt gestopt te zijn met haar studie. Maar er blijft nog een stevige groep jonge vrouwen over die bijna een dag lang gaat werken aan project- en presentatievaardigheden. De docente stelt mij voor aan de groep: "Meneer Bormans wil graag lessen bijwonen om te ervaren hoe het in de praktijk gaat. En ja, een hogere pief is er niet hier op school."

Groepjes studenten zitten bij elkaar en denken na over wat goed gaat in hun projectgroep (komt op blauwe stickers terecht) en wat niet goed gaat (komt op gele stickers terecht). Vervolgens presenteren ze dat. "Jullie hebben goed gekeken naar andere scholen om van te leren, keurig hoor", is de feedback bij een van de groepen. Dat is nu waarom onderzoek in het hbo zo belangrijk is, schiet door mijn hoofd. Zo groot en zo klein is het. Studenten opleiden met een attitude en tools om hun aangeleerde vaardigheden voortdurend te toetsen in de vorm van benchmarks. 'Evidence based' werken, in plaats van doen omdat het zo in de boeken staat. "We werken goed samen, maar onze communicatie moet beter", is een zin die blijft hangen en waar ik later met Els over spreek. Er blijkt een persoonlijke problematiek te spelen die het groepsproces beïnvloedt.

Ik ben weer eens verbaasd over de volwassenheid die jonge mensen kunnen hebben. Ik herinner me nog de tijd dat ik zelf onderwezen werd in de abstracties en omgangsvormen van volwassenen, zonder daarbij al de referentie te hebben die het voor mij betekenisvol maakte. Dit type onderwijs helpt daarbij enorm. College over contentmanagement is 'ervaren' dat het belangrijk is dat je je content managet omdat het anders een chaos wordt in je projectgroep waar verschillende studenten op verschillende momenten werken aan verschillende delen van dat ene document. Dat 'ervaren' maakt dat het beklijft...

Vrijdag 18 oktober vergadert het College van Bestuur met een aantal mensen uit de staf over 'contentmanagement'. We zien plaatjes voorbij schieten met daarin een beeld van exponentiële toename van de ongestructureerde informatie die op ons afkomt - binnen en buiten de hogeschool - en zien voorstellen hoe grip te krijgen op die overweldigende stroom en hoe relevante informatie 'vindbaar' te maken. ICT is een oplossing. Doen wat onze studenten doen in de betere projectgroepen (afspraken maken, je daaraan houden en gedisciplineerd werken) is noodzakelijk. Wie leert hier weer van wie?

Woensdag 16 oktober, 10.30 uur: "Vindt u dat de hogeschool het goed doet?"

"We kunnen beter", is mijn spontane antwoord op de vraag van een van de MWD-studenten. We hebben weken achter de rug van waarin we gebombardeerd zijn met indicaties van onze kwaliteit. De Keuzegids is uitgekomen waarin we op plek 13 staan van de 17 grote hogescholen. Dat is niet goed genoeg. En als je goed kijkt, kan dat ook beter. Van onze opleidingen zijn er vier als 'topopleiding' gekwalificeerd. Waarom dan de andere niet? Dit jaar zien we een verschuiving naar relatief meer opleidingen die het goed doen en relatief minder die het niet goed doen. Maar die laatste categorie blijft te groot. Werk aan de winkel.

Het besluit van de NVAO is binnengekomen: de NVAO heeft ons een positieve beoordeling gegeven voor de instellingstoets. Dat is goed nieuws voor Hogeschool Rotterdam. Daarmee laten we zien een goede, op kwaliteit gerichte koers te hebben met onze kwaliteitsprogramma Focus. Ook hebben we prima kwaliteitszorginstrumenten en mensen die gaan voor kwaliteit. De NVAO geeft ons wel huiswerk mee: 'nog meer focussen' en 'bureaucratie in de gaten houden' zijn de belangrijkste. Werk aan de winkel.

We hebben een maand achter de rug van accrediteringen (opleidingsbeoordelingen). Ook daar zijn we overwegend goed uitgekomen, maar ook daar komt een opdracht uit voort: blijf werken aan niveauverhoging, zorg dat jonge mensen niet alleen vaardigheden meekrijgen maar maak ze ook slimmer, nieuwsgieriger, geef ze een onderzoekende en zelfkritische houding mee. Werk aan de winkel.

Dat zelfkritische zit wel goed met deze MWD-studenten. Ik ben te gast in de les Communicatieve basisvaardigheden van collega Sonja Roos. Deze docente heeft besloten mij in de les te betrekken; studenten oefenen hun communicatieve vaardigheden op mij. Ze oefenen in het gebruik van een goede 'social talk', met open en gesloten vragen, breedte- en dieptevragen, open gesprekken, directief en non-directief en gebruik makend van selectieve en niet selectieve luistervaardigheden en explorerend binnen en buiten het referentiekader van de cliënt. Beetje onzeker ben ik wel. De studenten krijgen 'instructies' die ik ook wel kan gebruiken. Niet 'maar' zeggen, maar 'en'. Goed letten op effecten van een 'directieve houding'. Mensen laten uitspreken... Mooi is de fase als Sonja de filosoof Wittgenstein erbij haalt: "The limits of my language, mean the limits of my world." Je moet de taal beheersen, de woorden kennen en doorleefd hebben, opdat je de buitenwereld kunt doorgronden en begrijpen. Voordat je kunt beginnen aan de 'gevoelsreflectie' met een cliënt, moet je eerst de woorden kennen, "anders resoneert het niet". Over volwassenheid gesproken...

Woensdag 16 oktober, 12.20 uur: "Naarmate je ouder wordt, ga je steeds meer op jezelf lijken."

De volgende les: Psychologie, in een slecht klaslokaal. Ik schrik een beetje van de omstandigheid waarin deze les moet plaatsvinden. Ja, we zitten in een verbouwing. Ja, dat leidt onvermijdelijk tot overlast. Ja, het wordt op enig moment heel mooi, maar nu zit het even tegen. Ik geloof dat het beter kan -ondanks de verbouwing - en vraag daar later op de dag aandacht voor.

De docente heet Irina Nojoredjo. Het thema is 'nature versus nurture'. Het eerste deel van de les verloopt wat onrustig. Een groep studenten is zelf verantwoordelijk voor dat deel van de les en de gekozen vorm (via de smartphone wordt in de vorm van een quiz kennis getoetst) leidt tot onrust omdat een aantal studenten het op papier moet doen vanwege haperende techniek. Daarna is er rust. Er wordt een documentaire getoond over een grootschalig onderzoek naar tweelingen; ideale onderzoeksobjecten als het gaat om de vraag of ons gedrag aangeboren is of aangeleerd, zeker als tweelingen vroeg gescheiden raken van elkaar. Toen ik studeerde in de jaren '70 was het heersende paradigma 'aangeleerd' en stond de opvoeding centraal. Nu erkennen we het effect van genen. Grappig resultaat van onderzoek: heel veel schijnt genetisch bepaald te zijn, behalve de liefde ("cupido schiet zijn pijlen met willekeur"). En: niet-genetische verschillen in de jeugd worden groter en op latere leeftijd weer (fors) kleiner ("naarmate je ouder wordt, ga je steeds meer op jezelf lijken").

In de discussie die volgt zie ik authentiek jonge mensen in een ontwikkeling. Het onberedeneerd stelling nemen ("dat klopt toch niet, zie je zo") mengt zich met methodologisch onderbouwde beweringen ("hier is sprake van een 'confirmation bias', ze zoeken naar zaken die de hypothese bevestigen"). Plagerig gegiechel mengt zich met het serieuze debat en de ongepolijste mening met de gefundeerde tekst. De jeugd geeft energie.

Donderdag 17 oktober ben ik een ochtend lang aanwezig bij een bijeenkomst van onze onderwijsmanagers. We gaan met elkaar in gesprek nadat ik een duiding gegeven heb van de fase waarin we ons bevinden. Ik schets een beeld van een fase van transitie van een organisatie die wat meer centraal aangestuurd is/wordt, naar een organisatie die gekanteld is en elke redenering laat starten in de eisen van het primaire proces. En die transitie roept soms wat verwarring op, waar ik - om het wat scherper te krijgen - het beeld aan koppel van een organisatie in de puberteit. Als het nu zo is, dat naarmate we ouder worden, we steeds meer op onszelf gaan lijken, is natuurlijk de vraag wat onze 'genetische kern' is. Even terug naar de instellingsaccreditering van de NVAO. 'De commissie heeft vastgesteld dat sprake is van een kwaliteitscultuur binnen Hogeschool Rotterdam', zo melden we trots in de verklaring die we op onze site gezet hebben. Als dat klaarblijkelijk onze genetische kern is, dan blijven we er hard aan werken zodat we steeds meer op onszelf gaan lijken.

Over de auteur

Ron Bormans - Voorzitter College van Bestuur

Ron Bormans (1957, te Schinnen, Zuid-Limburg) mag zich verheugen in een lange periode van ontmoetingen in en met het hoger (beroeps)onderwijs. Tijdens zijn studies: Natuurkunde (propedeuse) in Eindhoven en Politicologie / Bestuurskunde in Nijmegen. Maar ook in zijn loopbaan. Hij werkte o.a. als plv. directeur HBO en directeur Studiefinanciering bij OCW. Daarnaast was hij consultant bij Capgemini. Op dit moment geeft hij leiding aan Hogeschool Rotterdam als bestuursvoorzitter, een functie die hij eerder bekleedde bij de HAN. Maar hij deed ook de HvA en Inholland aan en hield toezicht op onderwijsprogramma's als directeur NQA.

Elke twee weken is de nieuwe blog-post ook te volgen op Twitter via @ronbormans1.

We gebruiken cookies om de website te verbeteren.