Ontmoeting 120 | De wereldburger en zijn veilige dorp

Tweewekelijkse blog van Ron Bormans - Voorzitter College van Bestuur

Een lange vergaderdag waarbij in alle vergaderingen het lokale versus het mondiale, de verschillen tegenover het gemeenschappelijke centraal staan. De hogeschool als ‘het dorp in de stad’.

De jonge vrouw geniet nog snel van het lekkers bij de koffie voordat ze het auditorium in gaat. "Smaakt het, dames?", vraag ik haar en haar gesprekspartner. We wisselen wat beleefdheden uit. "Komt u misschien uit Limburg?", vraagt ze op enig moment, "Waar komt u vandaan dan?" Ik aarzel. Meestal beginnen mensen in het westen "Ah, Schin op Geul, leuk" te roepen, als ik zeg uit het dorp Schinnen te komen; wat me altijd licht irriteert. Zij niet. Haar ogen glinsteren. "Leuk, daar ben ik vaak geweest, bij een familie in Nagelbeek." De familie waar ze vaak kwam, ken ik goed. Ik stap met een 'dorpse' glimlach de zaal in. Het congres over wereldburgerschap gaat beginnen.

Het is vrijdag 12 oktober. Het zou een drukke dag worden.

Utrecht, 9.00 – 10.00 uur, integrale veiligheid

In een klein hbo-gezelschap bespreken we hoe de Vereniging Hogescholen het nationale programma Integrale Veiligheid Hoger Onderwijs, waarvan ik een aantal jaren voorzitter ben geweest, over gaat nemen (samen met haar universitaire partner, de VSNU). Ik ben blij dat dit gaat gebeuren. Het symboliseert het belang van veiligheid als eigenstandige waarde op onze hogescholen en universiteiten. Hogescholen en universiteiten horen vrijplaatsen te zijn waar kennis wordt ontwikkeld en doorgegeven aan jonge mensen. Dat leunt op een basale waarde van openheid en die openheid maakt ons tegelijkertijd kwetsbaar.

Dus zoeken we in ons programma voortdurend de balans tussen openheid en veiligheid. Tijdens een conferentie in Rotterdam hebben we daarover een verklaring opgesteld, die richtinggevend kan zijn, met de titel: Safe and Open. Waarbij we veiligheid integraal beschouwen, alle facetten van veiligheid erbij betrekkend, maar ook in hun onderlinge verbinding.

Utrecht, 10.00 – 11.30 uur, 'tussenuur'

Mijn volgende vergadering begint om 11.30 uur. Dus alle tijd om mails te doen, te bellen en met mensen te praten. Deze vrijdag is 'verenigingsdag'. Rondom de Algemene Vergadering worden allerlei bijeenkomsten georganiseerd zodat nog al wat collega-bestuurders een groot deel van de dag aanwezig zijn. Het hbo is natuurlijk ook een dorp. Ik loop al wat jaren rond in dat dorp en ken inmiddels nagenoeg iedereen. Dus even rondhangen tussen de vergaderingen door geeft alle gelegenheid bij te praten. En dan komt ook wel eens een dorpsroddel langs...

Utrecht, 11.30 – 12.30, Algemene vergadering, Vereniging Hogescholen

Ik kan maar een gedeelte van de vergadering bijwonen, sterker nog, het hele vergadergedeelte ga ik missen. Ik ben aanwezig bij het gedeelte waar we onze nieuwe voorzitter kiezen, Maurice Limmen. Ik ken de man niet persoonlijk, maar als ik hoor hoe de voorzitter van de selectiecommissie de keuze toelicht, dan word ik enthousiast.

Ik denk dat we als branche net wat activistischer in het maatschappelijke debat moeten gaan zitten. We zijn goed aanwezig in politiek Den Haag, hebben de afgelopen jaren onder leiding van Thom de Graaf een ontwikkeling doorgemaakt als 'lerende vereniging', maar moeten in mijn ogen net wat steviger aanwezig zijn in het maatschappelijke debat en daar ook niet schuwen stelling te nemen. Het zijn roerige tijden, waarin terecht veel naar het onderwijs gekeken wordt als d e plek waar de oplossing vandaan moet komen. Dan mogen we ook wel wat steviger kenbaar maken wat de samenleving van ons kan verwachten én wat wij van haar verwachten.

Commissie Veerman

Samen met Alexander Rinnooy-Kan, mede-commissielid, presenteer ik onze eerste overwegingen waar we als Nederlands hoger onderwijs staan, acht jaar na Commissie Veerman. De Vereniging Hogescholen en de VSNU hebben ons gevraagd een dergelijke bespiegeling te maken. Het rapport van de commissie Veerman is jarenlang het referentiepunt geweest voor het beleid. In het blad Th&Ma heb ik eerder betoogd dat het rapport aan de ene kant verrassend actueel is, aan de andere kant duidelijk maakt dat de wereld in 8 jaar tijd grondig veranderd is.

Een inclusieve hogeschool met contextrijk onderwijs

Het pleidooi van de commissie in 2010 om veel meer in termen van variëteit te denken is blijvend actueel. Hogescholen en universiteiten dienen grenzeloos in hun ambities te zijn, maar hebben in meer en mindere mate ook hun unieke lokale verankering. Het feit dat 'mijn' hogeschool in Rotterdam staat, kleurt haar maatschappelijke opdracht en dus moeten we goed doordenken welk profiel daarbij past. Onze keuze is dat we een inclusieve hogeschool willen zijn, die contextrijk onderwijs aanbiedt.

Het rapport van de commissie luidde niet voor niets: Differentiatie in Drievoud. De complexiteit van de samenleving eist dat we verschillen laten zien op systeemniveau, dat instellingen verschillen én opleidingen. Uniciteit heeft een waarde, naast en soms zelfs boven uniformiteit. Daar hoort evenwel een vierde dimensie bij, zo houden Alexander en ik de vergadering voor: het antwoord dat universiteiten en hogescholen moeten willen formuleren op een samenleving die woelige tijden kent, fragmenteert, hetgeen unieke eisen stelt aan het onderwijs dat wij verzorgen. Later op de dag spreek ik op een Unesco-congres, waarin we onderzoeken of wereldburgerschap daarbij een kansrijk perspectief biedt.

Leiden, 13.30 – 14.45 uur, Commissie Veerman

We treden eveneens op voor de bestuurders van de Nederlandse universiteiten, in dat prachtige Academiegebouw in Leiden. Dat gebouw illustreert de immense kracht van de institutie 'universiteit' en relativeert in zekere zin ook: het is vaker onrustig geweest in de geschiedenis. Misschien zetten we het tegenwoordig ook soms te stevig neer, als we het hebben over onrustige of woelige tijden. De plaatselijke universiteit is opgericht in het jaar 1575 en heeft nogal wat woelige tijden overleefd. In 1581 verhuisde de universiteit naar dit prachtige pand, een voormalig klooster. Het is niet ongeschonden uit de beeldenstorm van 1566 gekomen. Interessant 'detail' voor iemand met een katholieke achtergrond als ik. Over woelige tijden gesproken...

Utrecht, 16.00 – 17.00 uur, Zuidvleugeloverleg

Na een dag vol met wat meer abstracte bespiegelingen, een uur lang het bestuurlijke handwerk. De hogescholen in het zuidelijk deel van de randstad zitten gezamenlijk in allerlei bestuurlijke circuits en we stemmen dat regelmatig met elkaar af. Er is veel bestuurlijke drukte om ons heen. Ik beschouw dat maar als een uitdrukking van ons maatschappelijk belang.

Rotterdam, 18.00 – 22.00 uur, wereldburgerschap

Naar Rotterdam komen om een uur of vijf op de vrijdagmiddag, dat valt niet mee. Ik kom dan ook stevig te laat voor het diner, o.a. met de andere keynote speaker voor de Unesco-conferentie die die avond bij ons plaatsvindt, Andreas Schleicher. Zijn aanwezigheid heeft voor onrust op twitter geleid, op het onplezierige af.

Tekst gaat onder de foto verder.T
Unesco-conferentie: vlnr keynote speakers Ron Bormans, Andreas Schleicher en dagvoorzitter Senay Özdemir.

"Wie @SchleicherOECD een podium geeft is medeplichtig"

Een vreemde, zo niet bespottelijke tekst op Twitter. Schleicher staat voor een onderwijsopvatting die je kosmopolitisch zou kunnen noemen en dat valt niet goed in bepaalde onderwijskringen. Voor een deel begrijp ik de kritiek wel. Er is veel fout gegaan met onderwijsvernieuwingen die geïnspireerd zijn op het gedachtengoed waar Schleicher voor staat. Maar de woordkeuze geeft een andere en verkeerde associatie. We leven gelukkig in een land waarin we het podium gunnen aan iedereen en dus ook aan andersdenkenden. Dat zou ik willen koesteren. Als we het gesprek niet meer aan gaan, dan hebben we echt een probleem. Overigens, ik had de criticasters uitgenodigd te komen. Ze waren er niet deze vrijdagavond.

Waarbij ik overigens wel, zoals gezegd, enige sympathie voel voor de kritiek. Het is een onderwijsopvatting die gemakkelijk te dominant leunt op wat we 'meta-vaardigheden' noemen en die de vakinhoud gemakkelijk vergeet. En een die soms een wat elitair karakter lijkt te hebben waar het gaat om de lofzang op de mondialisering.

Tekst gaat onder de foto verder
Ron Bormans tijdens de Unesco-lezing (foto's: Jan Sluijter)

Ben ik een wereldburger?

In de voorbereiding op de conferentie heb ik me die vraag gesteld. Ik twijfel. In ieder geval bij die duiding van het begrip waarbij het belang van lokale verankering miskend lijkt te worden. Ik begin mijn speech met het verhaal van de verrassende ontmoeting met de jonge vrouw die mijn geboortedorp Schinnen zo goed kent. De verbinding met haar is gebaseerd op ons vermogen te communiceren, maar in eerste instantie door de lokale verbinding via het Limburgse dorp Schinnen.

Het is belangrijk om ook het lokale te koesteren, te respecteren dat dat ervoor zorgt dat mensen zich thuis voelen. Dat is volgens mij het grote vraagstuk: hoe staan we mensen toe hun lokale verankering (wat niet altijd een geografische entiteit hoeft te zijn, maar ook via de lijn van hun identiteit kan verlopen) te hebben en stellen we hen tegelijkertijd in staat die wereld te vergroten? Hoe leren we hen de vaardigheden over de grenzen van 'hun dorp' heen te kijken. De medaille heeft twee zijden.

Hogeschool als dorp in de stad

De grote maatschappelijke opdracht voor een hogeschool als de onze is de belangrijke rol die we kunnen vervullen in een samenleving, die overigens meer en meer gesegregeerd is geraakt. Dat betekent dat die school een veilige plek moet willen zijn, waarin mensen zich vrij voelen zichzelf te zijn, fouten mogen maken, de ruimte krijgen te 'subjectiveren', zoals hoogleraar onderwijs Gert Biesta zegt. Maar waarbij we deze jonge mensen ook leren hoe onderdeel te zijn van het grotere geheel. De metafoor van 'het dorp in de stad' drukt dat uit. We staan midden in die stad, beschouwen de kenmerken van die stad, inclusief haar diversiteit, als een gegeven en zoeken voortdurend de balans in het ruimte geven aan het 'ik' in combinatie met verantwoordelijkheid voor het 'wij'. Interculturele vaardigheden horen daarbij. Net zo als respect voor de bindende en betekenisgevende kracht van het lokale. In mijn essay 'Samenleven in de moderne samenleving' verkende ik dit onderwerp al eerder.

De jonge vrouw uit Limburg (zoals ze het zelf zegt: bijna-dorpsgenoot), verlaat tijdens de paneldiscussie de zaal. Ze zwaait even. Later verontschuldigt zij zich via een vriendelijke mail voor dat vroege vertrek. Ze moest naar huis, naar Amsterdam. Door gedoe had dat twee uur geduurd. Klaarblijkelijk heeft ook zij een stap gezet naar een andere deel van het land. 'Lokaal verankerd zijn én je wereld vergroten', zou mijn motto kunnen zijn.

Dus noem ik mezelf liever 'verantwoordelijke burger' dan wereldburger. En dat was precies de tekst waarmee ik mijn speech die avond, na een lange werkdag, afsluit.

Over de auteur

Ron Bormans - Voorzitter College van Bestuur Hogeschool Rotterdam

Ron Bormans (1957, te Schinnen, Zuid-Limburg) mag zich verheugen in een lange periode van ontmoetingen in en met het hoger (beroeps)onderwijs. Tijdens zijn studies: Natuurkunde (propedeuse) in Eindhoven en Politicologie / Bestuurskunde in Nijmegen. Maar ook in zijn loopbaan. Hij werkte o.a. als plv. directeur HBO en directeur Studiefinanciering bij OCW. Daarnaast was hij consultant bij Capgemini. Op dit moment geeft hij leiding aan Hogeschool Rotterdam als bestuursvoorzitter, een functie die hij eerder bekleedde bij de HAN. Maar hij deed ook de HvA en Inholland aan en hield toezicht op onderwijsprogramma's als directeur NQA.

Elke twee weken is de nieuwe blog-post ook te volgen op Twitter via @ronbormans1.

We gebruiken cookies om de website te verbeteren.