Zorgdynamieken – Gedrag in Context
In het lectoraat Zorgdynamieken werken CCE (Centrum voor Consultatie en Expertise) en Hogeschool Rotterdam samen om theorie en praktijk sterker met elkaar te verbinden en nieuwe inzichten direct betekenis te geven in de dagelijkse zorgpraktijk.
Tijdens haar lectorale rede verkent Jessica Vervoort-Schel hoe vastgelopen zorgsituaties ontstaan, zich kunnen herhalen en onbedoeld in stand gehouden worden.
Centraal staat de vraag wat we leren wanneer wetenschap, praktijkkennis en ervaringskennis gelijkwaardig naast elkaar mogen bestaan om zo gedrag te kunnen verklaren vanuit de context.
CCE Labs: ervaren en toepassen
Voorafgaand aan de lectorale rede organiseert CCE een viertal werksessies (labs) waarin die drie perspectieven samenkomen. Aan de hand van een levensverhaal verkennen we onder meer de invloed van trauma, morele stress, organisatiedynamieken en Veilige Grond, het principe dat iemand mag blijven op de plek waar hij of zij woont.
Lees onderaan meer over de labs.
Let op! Er is een vast aantal plekken beschikbaar per Lab. (aanmelden voor de lectorale rede en labs zijn twee losse handelingen!)
Details
Datum: Vrijdag 25 septenber 2026
Tijd: 10:00 - 17:30 uur
Locatie: Kralingse Zoom 91
Globaal programma
10:00 uur - Werksessies (labs)
Twee verdiepende labs naar keuze
13:00 uur - Einde werksessies
14:00 uur - Start lectorale rede
16:00 uur - Borrel
17:30 uur - Einde borrel
Let op: Tijdens de bijeenkomst worden video-opnamen gemaakt. Deze opnamen worden gebruikt voor een informatieve video over het lectoraat.
-----------------------------------------------------------------
CCE Labs
Lab 1: Morele stress
Op vroege volwassen leeftijd krijgt de hoofdpersoon te maken met de jeugdbescherming. De zorgverlener staat voor een scherp ethisch dilemma. Ingrijpen is noodzakelijk vanwege de veiligheid van het kind, maar de behandelaar weet ook dat een gedwongen maatregel schade kan toevoegen. De ouder ervaart de bemoeienis als een directe bedreiging en sluit zich af. Deze werksessie richt zich op de kloof tussen professioneel weten wat juist is en organisatorisch kunnen handelen. We gebruiken het concept moral injury om te verkennen hoe morele stress ontstaat wanneer zorgverleners door systeemdrang gedwongen worden te handelen tegen hun eigen oordeel in.
Lab 2: Veilige grond
In de adolescentiefase van de betrokken persoon zien we hoe continuïteit binnen een discontinu systeem verdwijnt. Drie opnames en wisselende behandelaars zorgen ervoor dat bij elke overdracht cruciale context verloren gaat. De cliënt leert hierdoor dat openheid niet loont. Tijdens deze werksessie analyseren we wat er nodig is om verandering teweeg te brengen wanneer de zorg versnipperd raakt. Aan de hand van de drie pijlers van Howard Bath (regulatie, verbinding en veiligheid) onderzoeken we hoe zorgprofessionals een stabiele basis kunnen bieden, juist wanneer de structuur om hen heen wegvalt.
Lab 3: Organisatiedynamieken
Als het kind van de hoofdpersoon later zelf vastloopt in de jeugdhulp, zit de ouder aan tafel met vijf verschillende zorgverleners. Iedereen acteert vanuit de kaders en budgetten van de eigen organisatie en sector. Samenwerking in complexe situaties strandt hierdoor vaak in bureaucreatie, in plaats van dat er wordt aangesloten bij de werkelijke zorgvraag. In deze werksessie bekijken we deze situatie vanuit de theorie van complexe adaptieve systemen. We onderzoeken welke structurele patronen binnen organisaties de samenwerking onbewust belemmeren en wat een lerende organisatie kan doen om dit te doorbreken.
Lab 4: Trauma-informed care
Bij de instroom in de ouderenzorg bestempelt het dossier de cliënt uiteindelijk als 'moeilijk en weinig meewerkend'. Niemand aan tafel kent de volledige levensloop of begrijpt de optelsom van mislukte interventies door de decennia heen. In deze werksessie bekijken we de gehele levensloop uit de casus in samenhang. We hanteren een trauma-informed blik en maken gebruik van de ijsbergmetafoor en het concept pain-based behavior van Anglin. De centrale verschuiving hierin is de overgang van de vraag "wat is er mis met deze cliënt?" naar "wat is deze persoon overkomen?". We vertalen dit direct naar de impact op de dagelijkse blik, communicatie en het handelen in de praktijk.