Ieder team maakt afspraken over welke stof wanneer behandeld moet worden, of eigenlijk: wanneer welke stof behandeld moet zijn. Dit wordt vaak vastgelegd in een jaarplanning, een PTA, of een ander leidend overzicht. En dan begint de race tegen de klok. Die planningen zijn vaak strak en zitten vol met inhoud: het hoofdstuk over waterkringloop moet eind februari klaar, in week x doen we de werkwoorden avoir en être, etc. Hierdoor hebben we eigenlijk de hele tijd haast, zeker als we al een beetje ‘achterlopen’.
Dan is de verleiding groot om vooral te gaan uitleggen of iets er doorheen te ‘jassen’, in de hoop dat het wel zal landen. Of om de vraag te stellen aan de leerling die het antwoord waarschijnlijk wel zal weten, zodat het tempo er een beetje in blijft. We zijn gericht op dat wat er ‘over moet komen’ en hopen dat de leerlingen ons een beetje blijven volgen.
Ik vraag me af hoe zou een jaarplanning eruit zou zien als we onze aandacht meer verschuiven naar de leerling. Welke kwaliteiten heeft hij in huis die mooi en nuttig kunnen zijn voor zijn eigen leren? Hoe komen we erachter hoe zij leert, en wat heeft ze nodig om een stapje verder te komen? Niet om de inhoud of het vak ‘uit te vlakken’, maar om beter aan te sluiten op wat leerlingen nodig hebben om te kunnen leren.
Als dat we dat gaan proberen kan dat best eens een gejaagd gevoel geven: zijn we wel met het juiste bezig en schiet het wel allemaal genoeg op? Ik gun echter iedere leerling een leraar die weet te vertragen en goed aansluit op waar de leerling op dat moment ‘staat’. Een leraar die ruimte maakt voor contact en voor didactisch coachen. En die leraar gun ik een team dat het lef en vooral de zin heeft om hiervoor te kiezen.