Wat is intersectionaliteit?
Ras, gender, seksuele geaardheid, lichamelijke, psychische en/of verstandelijke beperking, maar ook klasse, inkomen, opleiding en religie vormen onderdelen van iemands identiteit. Deze kenmerken kunnen zowel privileges als discriminatie met zich meebrengen. Lange tijd dacht men dat verschillende vormen van ongelijkheid naast elkaar bestonden zonder elkaar te beïnvloeden, maar dat is niet het geval.
Een Zwarte vrouw met een fysieke beperking krijgt bijvoorbeeld niet alleen te maken met validisme vanwege haar beperking, maar ook met seksisme en racisme. Deze kruispunten van verschillende identiteiten kunnen leiden tot een opeenstapeling van discriminatie. Hetzelfde geldt voor een Islamitische queer persoon die zowel te maken heeft met moslimhaat als queerfobie. Intersectionaliteit gaat over het begrijpen van deze overlap en het erkennen van het feit dat verschillende vormen van discriminatie elkaar versterken.
Vrouwen en de geschiedenis van intersectionaliteit
Zwarte vrouwen waren de eersten die het concept van intersectionaliteit onderzochten. In 1989 introduceerde Kimberlé Crenshaw de term officieel in haar essay, terwijl Bell Hooks in 1981, in haar boek Ain’t I a Woman, al naar de samenloop van verschillende vormen van onderdrukking verwees, zonder de term toen te gebruiken. Ook in Nederland dachten academici decennia geleden al in termen van intersectionaliteit, hoewel ze het nog niet als zodanig benoemden. Gloria Wekker gebruikte de term voor het eerst in haar boek Caleidoscopische uit 2001.
In februari 2022 verscheen De zeven vinkjes van journalist Joris Luyendijk, waarin hij — als witte man — zijn eigen privileges beschrijft aan de hand van zeven vinkjes en zo het concept intersectionaliteit bespreekbaar maakt. Bij de publicatie klonk er kritiek: Luyendijk zou te weinig erkenning geven aan de Zwarte vrouwen die aan de basis stonden van het intersectioneel denken.
Intersectioneel feminisme
In de afgelopen jaren is feminisme steeds vaker verbonden met het begrip intersectionaliteit. Bij protesten zie je vaak de leus ‘My feminism will be intersectional or it will be bullshit’. Dit citaat van schrijfster Flavia Dzodan benadrukt dat feminisme niet alleen moet vechten voor gelijke rechten tussen mannen en vrouwen, maar ook moet oog hebben voor andere vormen van onrecht, zoals racisme, klassisme, en ableisme.
Intersectioneel denken in de praktijk
Intersectioneel handelen betekent dat je de verschillende lagen van iemands identiteit erkent en begrijpt hoe deze invloed hebben op hun kansen en ervaringen. Het gaat verder dan het afvinken van labels: je kijkt naar de volledige mens en de verschillende vormen van ongelijkheid die hun leven beïnvloeden. Als je bijvoorbeeld een demonstratie tegen discriminatie organiseert, zorg je niet alleen voor fysieke toegankelijkheid, zoals een rolstoeltoegankelijke locatie of gebarentolken. Je betrekt ook mensen uit verschillende gemeenschappen die te maken hebben met meerdere vormen van uitsluiting en zorgt ervoor dat hun stemmen gehoord worden in de organisatie en uitvoering.