Menu
    English

    Thuisvoelen; cliënten denken er misschien heel anders over

    Een persoonlijk verslag over de masterclass sociale innovatie en werkbezoek CVD Havenzicht door Elizabeth van Twist-Timmerije, april 2025

    Op een maandagmiddag komen we, Erna en Elizabeth, gehaast de vergaderruimte binnen waar de studenten ofwel aankomende professionals en docent Ton Hulsker van de leerwerkgemeenschap Centrum voor Dienstverlening (CVD) en de stagecoördinator Hutch Lourens al op ons zitten te wachten.  

    Erna en ik lopen vandaag van het ene overleg naar het andere aansluitende overleg en dan blijkt dat we vanmiddag (door typefoutje in mijn mail) eigenlijk een half uur eerder hier verwacht werden voor de masterclass over sociale innovatie en thuisgevoel.  

    We ontvangen echter geen boze of verwijtende blikken dus maken met een welkom gevoel kennis met alle aanwezigen. Met aandacht doen ze mee met de interactieve kennismaking. Zo leren we elkaars voornamen kennen en ontdekken we o.a. op welke locaties de aankomende professionals werkzaam zijn en wat zij al aan voorkennis hebben over de groep dak-en thuislozen, het lectoraat en de ontwikkelde tool van een afstudeerder van vorig jaar.  

    Thuisgevoel en sociaal werk 

    Vervolgens vertelt Erna dat vanuit haar lectoraat, Sociale Innovatie, gewerkt wordt aan duurzame verbindingen. Ze legt uit dat de samenleving beter functioneert als er meer duurzame verbindingen zijn, meer sociaal kapitaal en minder sociale afstand is. Hoe sterker het thuisgevoel en daardoor minder hard de grenzen tussen groepen zijn, des te meer zorgzaamheid tussen elkaar. Wat voor mensen ook bijdraagt aan een hoger kwaliteit van leven. Het lectoraat erkent dus het belang van thuisgevoel en ook sense of belonging; je veilig, geborgen en verbonden voelen. Bij het CVD onderzoeken we wat thuisgevoel precies is en hoe sociaal werkers hieraan een bijdrage kunnen leveren vanuit de vier dragers van een sociaal innovatieve beweging: 

    1. sociaal maatschappelijke impact; wat je ook doet, het moet altijd een sociaal maatschappelijk doel en resultaat hebben.
    2. burgers centraal; je werkt altijd voor en zoveel mogelijk gelijkwaardig samen met burgers, bewoners, cliënten (ervaringskennis) enz.
    3. samenwerking; je kunt het nooit alleen, want in ieder systeem zijn er belangrijke anderen die je nodig hebt om doelen te behalen.
    4. al werkend en onderzoekend leren; om tot sociaal innovatieve oplossingen te komen, is het ook van belang dat er steeds geleerd wordt van wat uitgeprobeerd wordt. Aan deze vierde drager moet dan ook expliciet aandacht besteed worden. 

    En het draait vooral om de kracht van nabije kennis optimaal te benutten. Erna nodigt de aankomende professionals uit om aan te sluiten op ‘informele krachten en initiatieven’, om deze verder te brengen en altijd te zoeken naar verbindingen met anderen.  

    Wat doet het CVD al en wat kan nog meer 

    Hierna volgt een gesprek met de aankomende professionals over wat zij in hun praktijken tegenkomen. Wordt er op de verschillende locaties bewust aandacht besteed aan (het bijdragen aan) een thuisgevoel. Is het überhaupt een onderwerp van gesprek tussen medewerkers en cliënten van het CVD? Vinden deze aankomende professionals thuisgevoel een belangrijk onderwerp? De ervaringen verschillen en ook de meningen lopen uiteen. Cliënten zijn er niet mee bezig. Vinden zij het eigenlijk wel belangrijk? Ze wonen er tijdelijk en hebben genoeg problemen, uitdagingen en andere zaken aan hun hoofd. Tussen de praktijkvoorbeelden door, vult Ton aan wat studenten uit de presentietheorie van Baart kunnen meenemen in deze voorbeelden. 

    Als Erna daarnaast benadrukt dat het thuisgevoel ook het welzijn verbetert, ontstaat de vraag of thuisgevoel dan voor iedereen hetzelfde is. 

    Een afstudeerder van vorig jaar heeft het thuisgevoel onder dak- en thuislozen bij het CVD onderzocht en ontdekt dat het voor iedereen weliswaar iets anders betekent, maar dat het zeker een bijdrage kan leveren aan iemands welzijn. Naar aanleiding hiervan heeft zij een tool CVD Buurt- en BEzigheidstoolkit ontwikkeld, zodat iedere CVD-medewerker in een begeleidingstraject bij kan dragen aan een thuisgevoel voor de cliënt. Nog niet iedereen kent de tool, dus Hutch deelt hem met alle aanwezigen. 

    Tot slot bieden we de aankomende professionals een open observatieformulier aan met vragen over thuisgevoel als kijkkader voor het werkbezoek aan de dak- en thuislozenopvang Havenzicht. We zijn benieuwd naar hun eigen thuisgevoel en referentiekader en wat we tijdens het bezoek zullen ontdekken op de locatie, van medewerkers en misschien wel van bewoners. Want zoals een van de aankomende professionals meegeeft ‘thuisvoelen; cliënten denken er misschien heel anders over dan ik. Dat heb ik door het gesprek van vandaag ontdekt.’  

    Het maakt mij opnieuw bewust van de verschillende ‘bubbels’ en vanuit vanzelfsprekende referentiekaders we nog vaak naar de ander of ons werk kijken. Het belang van ervaringskennis en ervaringsdeskundigheid in het sociaal werk wordt voor mij ook weer duidelijk. Misschien kunnen we ervaringskennis van dak -en thuislozen een volgende keer ook aan onze masterclass toevoegen. Al doende leren we immers. 

    CVD Havenzicht 

    Op donderdag zijn we ruim 20 minuten te vroeg op de plek van bestemming. We zien de aankomende professionals zich verzamelen voor de ingang van de nachtopvang Havenzicht. We voegen ons bij de groep en iedereen is enthousiast en benieuwd. Alhoewel Erna, Hutch en ik vorig studiejaar ook deze locatie hebben bezocht, is het nu heel anders. We worden na de ingang direct naar een ruimte achter de receptie geleid. Hier staat een ronde tafel en een bureau en worden we door Jusef welkom geheten bij Havenzicht. Het is de grootste woonlocatie van het CVD met drie verschillende afdelingen. Jusef werkt hier nu zeven jaar met veel plezier en geeft ons een rondleiding. We lopen (en sommigen gaan met de lift) naar de derde etage. Wat mij meteen opvalt, is dat de vrolijk geel gekleurde muren in het trappenhuis een schoon een frisse aanblik hebben. Als we op de derde verdieping aankomen, lopen twee passanten langs ons naar de lift. We groeten allemaal vriendelijk en het verbaast mij dat ze binnen zijn bij de nachtopvang. Jusef legt uit dat de passanten de hele dag binnen mogen blijven. Alleen van vijf uur ’s middags tot de volgende ochtend 8.15u zijn de slaapkamers open om te slapen. Hij noemt de mensen overigens passanten, omdat hij dat fijner vindt dan cliënten. Ze zijn er immers tijdelijk.  

    Hij nodigt ons uit om een slaapkamer voor twee personen een slaapzaal voor zes personen te bekijken. Het zijn schone, nette en opgeruimde kamers, met een ruimte voor wat persoonlijke spullen, maar verder geen schilderijen of foto’s of andere decoratie aan de muren of op de grond. Voor corona werden de slaapzalen bezet door het dubbele aantal mensen op stapelbedden, maar sinds corona zijn alle stapelbedden vervangen door 1-persoonbedden, waardoor er nu 30 slaapplekken zijn i.p.v. 45. Ook zijn alle zes bedden met dunne wanden van elkaar gescheiden, zodat iedereen een eigen slaapruimte heeft. Natuurlijk hoor je alle geluiden gewoon als je met z’n zessen slaapt, maar het heeft meer privacy dan voorheen op de stapelbedden. Tegenwoordig hebben passanten ook een vast bed en weten ze dat van tevoren ook. Dat geeft meer rust en dat is iets wat wij als bezoekers allemaal opvallend vinden. Hoe rustig het is. Logisch op de derde verdieping waar niemand is, maar ook de woonafdeling en de verpleegafdeling heerst er rust, ook al zien we daar meer passanten. Op de derde verdieping lopen we verder naar het dakterras waar Erna in gesprek raakt met een passant. Hij geniet zichtbaar van de aandacht.  Hij vraagt waarom de anderen niet het terras op komen, maar de rondleiding gaat verder dus we groeten en wandelen verder.  

    Op de tweede verdieping, de woonafdeling, hangen de muren vol met schilderijen en kunstwerken waardoor het een levendig en gezellige aanblik heeft. Er is een gezamenlijke woonkamer en we maken een praatje me een mevrouw die absoluut niet wil horen dat ze daar woont, want ze logeert daar. Voor haar is het tijdelijk, maar Jusef vertelt dat het voor de meeste passanten hun laatste woonplek is. Alhoewel onlangs een meneer nog een aanleunwoning is uitgestroomd. Dus het kan wel.  

    Op de verpleegafdeling lijken de deuren op die van een verpleeg- of ziekenhuis met de achternaam van de passant er groot en duidelijk op. Ook de kamers lijken op die in een verpleeg- en ziekenhuis en hier hangen er ook schilderijen aan de muren, maar niet vergelijkbaar met de woonafdeling. 

    Op de verpleegafdeling lopen we de passant van het dakterras opnieuw tegen het lijf. Hij merkt op dat hij de studenten maar ongeïnteresseerd vindt overkomen en wil graag even een woordje met hen spreken. Terwijl Jusef lachend uitlegt dat hij zoveel te vertellen heeft, dat de studenten daardoor niet met hem in gesprek gingen, staat de passant al klaar om zijn verhaal te doen. Hij woont eigenlijk in De Schuilplaats, een andere woonlocatie van het CVD. Hij is tijdelijk op de verpleegafdeling vanwege een wond, maar wil zo snel mogelijk weer naar zijn vrienden. Als hem gevraagd wordt of hij zich daar thuis voelt, bevestigt hij dat nadrukkelijk en dat heeft te maken met zijn vrienden die daar ook wonen. ‘Je ergens thuisvoelen hangt ook van die ander af’ concludeerden we al eerder tijdens ons werkbezoek aan de Hille. De studenten stellen geïnteresseerd hun vragen en na dit gesprek hebben ze gelukkig zijn beeld over de ongeïnteresseerde student kunnen laten verdwijnen. 

    Tot slot lopen we naar de begane grond, de gezamenlijke ruimten, de keuken en de dokterskamer. Een aantal mannen zit in de gezamenlijke ruimten te eten, een spelletje rummikub te doen of te kletsen. Ook hier staat geen gezellige bank en hangt er geen huiskamer-achtige sfeer, maar het is heel rustig en gemoedelijk. Jusef vertelt dat hij in de ochtend altijd eerst even de gezamenlijke ruimten in loopt om iedereen die er is de hand te schudden en de sfeer te proeven. Daarna gaat hij pas naar zijn collega’s. Hij weet dat er tijdens de ‘basis-op-orde-gesprekken’ nauwelijks ruimte is om andere zaken te bespreken, dus op een ander moment even socializen of een spelletje doen om over van alles en nog wat kunnen praten als mensen doet hij in ieder geval aan het begin van de dag.  

    Opnieuw zijn we onder de indruk van de medewerker(s) van Havenzicht en is Jusef een geweldig voorbeeld van een sociaal werker die zijn plek gevonden heeft en met zijn hoofd, hart en handen betekenisvol werk verricht. 

    Inloggen