Menu Zoeken English

Ontmoeting 172 | Tikkie breed, tikkie terug

Niks zo leuk als wat social talk aan de rand van een serieus gesprek. Het maakt gesprekken zachter. Het bedt ze in in fluweel en zorgt voor verbinding. En het is ook gewoon leuk. Dat gaat natuurlijk over voetbal deze dagen. Bij sommige collega’s kan ik het niet laten daarover te beginnen. Omdat ze er verstand van hebben.

Zoals Frits Gronsveld, baas van STC group en ingebed in een gezin en familie met voetbaltalent. Als de mensen via Teams het scherm binnen druppelen om over de doorstroom mbo-hbo te praten (“Zijn we compleet, ik kan het zelf niet zien?”) vraag ik hem naar de kansen van Oranje. Die zijn er zeker, maar wat ze doen en kunnen moet beter. Dat geldt voor individuele spelers, maar ook voor het gekozen systeem. Dat kan ons ver brengen. “Maar dan moeten we wel veel beter zijn in de omschakeling.”

Woensdag 16 juni, 16.00 – 17.00 uur, Teams, Bèta didactiek en pedagogiek

We zoomen (via Teams) in een klein gezelschap in op het vraagstuk van studiesucces bij onze technische opleidingen. Het succes van studenten leunt niet op één concept. We weten natuurlijk – daar is heel veel onderzoek naar gedaan – welke factoren het succes van studenten bepalen: bewust kiezen, zichzelf duidelijke doelen stellen, de lat hoog leggen. En vanuit de school een passende didactiek, maar ook zorgen dat studenten zich thuis voelen en toegespitste pedagogiek. Vanuit dat raamwerk komt het aan op de uitvoering. En die vraagt maatwerk, aanpassing aan de typische kenmerken van de opleiding en – misschien nog wel het belangrijkste – de studenten. De student – we weten het goed, maar handelen er niet altijd naar – bestaat niet. En het is de kunst van het vak om op elke lokale locatie die analyse te maken.

“We moeten wegblijven bij ons onderbuikgevoel en het onderwijs beginnen te beschouwen voor wat het is: een wetenschap.”

Twee collega’s van de hogeschool, Ernada Koljenovic en Jean-Marie Molina, worden geïnterviewd door Scienceguide. Ze hebben een Toolkit ontwikkeld die studenten en docenten leert hoe effectief te leren. Het gaat hen in het bijzonder over wat zij noemen de metacognitieve vaardigheden: hoe leren we jonge mensen hoe ze moeten leren. In het interview keren de collega’s zich tegen allerlei neuromythes en het onderbuikgevoel, zoals dat studenten ‘beter leren als ze het zelf ontdekken’. “Er is nauwelijks wetenschappelijk bewijs voorhanden dat zelf ontdekkend leren studenten beter maakt.” We vragen studenten bij hun afstuderen zich methodisch te verantwoorden, aan te geven wat de wetenschappelijke evidentie is van hun vinding of ontwerp. Dan mogen diezelfde studenten toch ook van ons vragen dat wij scherp zijn in het hanteren van de kennis die voorhanden is om ons eigen proces en ontwerp te optimaliseren?

De ‘onderbuikverklaring’

Het studiesucces bij onze technische opleidingen is te laag. Daar is iedereen het over eens en het urgentiebesef is groot. Voor de goede orde, dit is geen uniek Rotterdams probleem. De ‘onderbuikverklaringen’ zijn dan dat het te moeilijk is, dat de vooropleiding slecht aansluit, dat studenten onvoldoende bewust kiezen en niet geschikt blijken te zijn voor deze, vaak als moeilijk ervaren studies. Zoals het met meer onderbuikgevoelens is, daar zit een kern van waarheid in. Maar ze missen precisie en diepgaande analyse. En ‘onderbuikverklaringen’ hebben het risico in zich, juist doordat ze net niet echt of volledig kloppen en dus geen aanleiding zijn voor succesvol beleid, een alibi te gaan worden voor de status quo. Op enig moment zijn ze geen aanleiding meer voor actie, maar dienen ze ter geruststelling van ‘wat nu eenmaal niet anders kan’.

En dat is precies wat we niet willen in dit gesprek, waar vooral mensen van ons instituut Engineering en Applied Sciences (EAS) bij aanwezig zijn, waaronder directeur Mirjam van den Bosch. We doordenken het vraagstuk. Moeten we zien te komen tot een andere aanpak? Heeft de manier waarop we nadenken over studiesucces binnen de hogeschool niet te veel een alfa- of gamma-insteek (inclusief de taal die we gebruiken bij alle stukken die we schrijven)?  Moeten we niet explicieter een meer wetenschappelijk gefundeerde bèta didactiek ontwerpen? Hoe kan de pedagogiek een prominentere – en bij de opleidingen passende – plek krijgen en hoe komen we tot een veranderaanpak die het techniekdomein respecteert?

We oefenen onze omschakeling van het weinig enerverende ‘tikkie breed – tikkie terug’, naar een doelgerichte actie over de flanken, maar ook recht op het doel af.

Vrijdag 18 juni, 9.30 – 10.30, Den Haag, gesprek met gezaghebber van Bonaire, Edison Rijna

We gaan in gesprek met de gezaghebber van Bonaire om ook Bonaire goed aangesloten te krijgen op ons project. Ik doe dat samen met Nicole Spellen van de Hogeschool van Amsterdam, sinds kort projectleider van een groot project – waar ik op uitnodiging van de minister voorzitter van mag zijn - waarmee we (de verantwoordelijke mensen op de eilanden, de betrokken Nederlandse hogescholen en universiteiten én de overheid) de kansen van studenten van de eilanden bij hun studie aan Nederlandse hogescholen en universiteiten drastisch willen vergroten. Want dat is nodig. En dat verdienen die studenten. Als er ergens een dossier is dat zich kenmerkt door het verlammende tikkie breed – tikkie terug, dan is het hier wel. We kennen het probleem al heel lang, weten ook dat het een complex probleem is en zijn blijven hangen in een soort acceptatie ervan. Tot ergernis en frustratie van betrokken collega’s.

Sluipende acceptatie

Dit komt immers niet door de inzet van individuen, die is groot en energiek en op onderdelen succesvol. Wat zich hier wreekt is het systeem, de samenhang der dingen. Er zijn talloze initiatieven, projecten en hard werkende collega’s en studenten, maar het mist samenhang: hogescholen en universiteiten werken te geïsoleerd ten opzicht van elkaar, wat in Nederland gebeurt past niet altijd op wat op de eilanden gebeurt, initiatieven missen soms schaal om daadkrachtig te zijn et cetera. In voetbaltermen: we weten wat te doen, we hebben het spelersmateriaal maar missen het totaalconcept. Voordat we überhaupt toe zijn aan de omschakeling, moeten we het concept nog inregelen. En het aantal studenten waar we het hier over hebben, is ook niet van dien aard dat het vraagstuk elke dag op het bordje komt van de bestuurder of politicus. Ik zeg dat met enige schaamte. Maar voel me ook zeer gecommitteerd deze studenten een grotere kans op succes te bieden dan we nu met zijn allen doen.

Woensdag 23 juni, 16.30 – 19.00 uur, Leiden, Hogeschool Leiden is jarig

Hogeschool Leiden bestaat 35 jaar. Dat is op een mensenleven een hele tijd, voor een instelling actief in het hoger onderwijs piepjong. Haar academische broer (of zus?), de Universiteit Leiden, tikt inmiddels de 446 aan... En als je zo jong bent, heb je de neiging het weinige aan geschiedenis dat je hebt uit te vergroten (kijk naar de Verenigde Staten, waar je midden in de woestijn een bordje bij letterlijk ‘niets’ kunt zien staan, met een verwijzing naar ‘iets’ wat daar plaatsgevonden heeft) - of je gaat wat slordig om met je geschiedenis. Dat doen wij in het hbo een beetje. Gelukkig begint meer en meer het besef door te dringen dat ook wij wortelen in een geschiedenis en in een traditie, die  ook voor Hogeschool Leiden – dat wil zeggen haar samenstellende delen - natuurlijk veel verder terug gaat dan het jaar 1986. De oudste hbo-instelling stamt uit 1785, de Kweekschool voor de Zeevaart te Amsterdam.

Betrouwbare Bronnen

Samen met Jet de Ranitz, oud collega hbo-bestuurder en nu chef van SURF en de baas van Hogeschool Leiden, Sander van den Eijnden ben ik te gast bij Betrouwbare Bronnen, de inmiddels gelauwerde podcast die actuele duiding van de politiek en samenleving combineert met het zoeken naar historische verdieping. Dit alles gedragen door een op elkaar ingespeeld duo: de heren Jaap Jansen en PG Kroeger (“Dag Jaap”). We praten over heden, verleden en toekomst van het hbo. Er ontwikkelt zich een rode draad in het gesprek, namelijk de geschiedenis van het hbo als een voortdurend balanceren tussen enerzijds de identiteit van de verschillende hogescholen – tot de club behoren zowel die grootstedelijke Hogeschool van Amsterdam met haar 45.000 studenten als de pabo te Doetinchem met haar 500 studenten, maar ook de Design Academy Eindhoven en de Haagse Hotelschool – en aan de andere kant de identiteit die ons bindt: het hbo. Jet de Ranitz zegt het op een manier die mij natuurlijk aanspreekt: “Het is een beetje ‘can do’, een beetje Rotterdams.”

Ik zou willen dat we onze geschiedenis meer gaan koesteren. Omdat je dan ziet dat wij allemaal passanten zijn van iets wat groter is dan wij zelf. Dat wij in onze verschillen ook op elkaar lijken en een collectieve opdracht hebben. Dat we trots ontwikkelen voor wie we zijn: een maatschappelijke sector die gedwongen is wendbaar te zijn omdat ze dicht op de hartslag van de samenleving zit - en die wendbaarheid ook etaleert. Zonder te verbloemen dat dingen fout gaan, dat we soms een afslag missen. Een maatschappelijke sector die al sinds haar prille bestaan twee heren (tegenwoordig zouden we zeggen: dames) dient: we zijn er om de samenleving te voorzien van hoogwaardige arbeidskrachten én we zijn er om jonge mensen kansen te bieden, ook daar waar die kansen niet vanzelfsprekend zijn. In elke oprichtingsacte van welke hogeschool dan ook zit die dubbele opdracht opgesloten. Toen de Zeevaartschool in 1785 in Amsterdam werd opgericht, stond in de oprichtingsakte de opdracht om onze natie van meer zeevarenden op hoog niveau te voorzien. En sprak men de hoop uit dat de school zich vooral opende voor de zonen van verdronken zeelieden…

Ik schrijf mijn blog traditioneel op de zaterdagochtend. Ik verheug me er altijd op. Het is dan stil in huis, het werk galmt nog een beetje na en dat biedt mij het comfort de film van de afgelopen weken nog eens terug te draaien in mijn hoofd. En dan ontstaat de blog én – wat veel belangrijker is – ik reflecteer op de afgelopen weken en trek conclusies wat wel en wat niet goed gegaan is.

Of het met Nederland zondag goed gegaan is, weet ik dus nog niet. Het systeem staat er, we hebben het talent, maar het zal moeten blijken of we voldoende sterk zijn in de omschakeling of dat we blijven hangen in het tikkie breed - tikkie terug. Als u mijn blog leest, kent u het antwoord.

 

Over de auteur

Ron Bormans - Voorzitter College van Bestuur Hogeschool Rotterdam

Ron Bormans (1957, te Schinnen, Zuid-Limburg) mag zich verheugen in een lange periode van ontmoetingen in en met het hoger (beroeps)onderwijs. Tijdens zijn studies: Natuurkunde (propedeuse) in Eindhoven en Politicologie / Bestuurskunde in Nijmegen. Maar ook in zijn loopbaan. Hij werkte o.a. als plv. directeur HBO en directeur Studiefinanciering bij OCW. Daarnaast was hij consultant bij Capgemini. Op dit moment geeft hij leiding aan Hogeschool Rotterdam als bestuursvoorzitter, een functie die hij eerder bekleedde bij de HAN. Maar hij deed ook de HvA en Inholland aan en hield toezicht op onderwijsprogramma's als directeur NQA.

Elke twee weken is de nieuwe blog-post ook te volgen op Twitter via @ronbormans1.

We gebruiken cookies voor analyse en marketing om de website te verbeteren.

Wijzig cookie-instellingen