Menu
Zoeken English

Over hoeveel jaar wordt jouw kleding van afvalstoffen gemaakt?

01 oktober 2019

Koen Dittrich smeert elke ochtend zijn boterhammen met ‘Smeren zonder palmolie’ van Flower Farm. Inmiddels is het voor de lector Circulaire Economie de normaalste zaak van de wereld. “Het is margarine die volledig uit planten is gemaakt. Dus zonder palmolie, waarvoor regenwouden in Azië worden gekapt. Bizar dat de orang-oetang met uitsterven wordt bedreigd, omdat wij in het westen zo graag boter op ons brood smeren. Deze margarine zonder palmolie is gewoon bij de Albert Heijn en PLUS te koop en is niet heel veel duurder dan een ander pakje boter.”

Zijn kinderen zijn niet anders gewend. En daar gaat het volgens de lector om: bewustwording. Niet alleen bij jong, maar vooral ook bij oud. Zowel producenten als consumenten moeten steeds meer beseffen dat het anders moet als we de aarde intact willen houden.

Koen Dittrich: “Bij het midden- en kleinbedrijf (mkb) ontbreekt het op dit gebied echter vaak aan een strategie. Ondernemers wíllen vaak wel duurzamer te werk gaan, maar ze weten niet hoe. Bovendien houden ze zich vooral bezig met de vraag hoe ze elke dag weer geld kunnen verdienen. Dus gaan we met onze studenten onderzoeken wat mkb-bedrijven anders kunnen doen om wél duurzaam te ondernemen.”

6 miljoen dahlia's

Er liggen genoeg kansen, zo heeft hij al meerdere keren in de praktijk ondervonden. Zo onderzoeken studenten of de 6 miljoen dahlia’s van het bloemencorso in Zundert kunnen worden gebruikt voor de productie van duurzaam textiel. “Als dat technisch en qua kosten mogelijk blijkt te zijn, betekent dat de kledingindustrie enorm kan verduurzamen. Ik denk dat onze kleding over 5 á 10 jaar volledig van afvalstoffen gemaakt kan worden.”

De onvermijdelijke vraag is dan altijd: wat kost dat en wie moet dat betalen? Volgens de lector Circulaire Economie hoeft dat geen probleem te zijn. “Duurzame producten zijn niet altijd duurder. Neem een brood bij een duurzame bakker, dat zal niet heel veel duurder zijn dan een brood bij een andere bakker. Maar in sommige gevallen zullen consumenten wel iets meer moeten betalen, dat klopt. Ik vergelijk het met fair-trade-producten, waar mensen ook net iets meer voor willen betalen, omdat ze weten dat ze daarmee bijvoorbeeld boeren in Brazilië helpen. Er zal een mindset moeten komen in de sfeer van: als ik de wereld een beetje beter wil maken, betaal ik een beetje meer.”

Gretha Thunberg

Wat dat betreft ziet Koen Dittrich een omslag ontstaan. Hij haalt de 16-jarige klimaatactiviste Gretha Thunberg als voorbeeld aan. “De jeugd weet dat er écht iets moet veranderen om het hier leefbaar te houden. Zij willen dat hun ecologische voetafdruk niet zo groot is als die van hun ouders en grootouders.”

Toch zullen ook de volwassenen al grote stappen moeten (durven) zetten op het gebied van duurzaamheid, benadrukt de lector. “Stel dat je met een paar bedrijven bij elkaar zit en een onderneming heeft een behoorlijke hoeveelheid restwarmte. Dan kun je kijken of er een manier is om die restwarmte bij een ander bedrijf te gebruiken voor de productie. Zo kom je samen verder.”

Tijdens zijn openbare les op dinsdag 15 oktober vertelt Koen Dittrich meer over zijn onderzoeksplannen voor de komende jaren. Aanmelden kan via de site van Kenniscentrum Business Innovation.

We gebruiken cookies om de website te verbeteren.