Menu
Zoeken English

Ontmoeting 155 | Racisme hoort op school niet thuis, het gesprek daarover wel

Het is vrijdagochtend. Vroeg. Half 6. Ik heb dat soms. Onrust. En dan sta ik op. Het is een mooie ochtend. Volmaakte stilte. Op een enkel gekwetter van een vogel na. Alsof de dag even de adem inhoudt. Om zo meteen die laatste werkdag te ondergaan, met de onrust die de afgelopen dagen kenmerkte.

We lijken een week af te sluiten met verlies. Een blog in ons onafhankelijke blad Profielen heeft een storm gezaaid. Eén met een venijnige rand. Met als resultaat boosheid, veel emotie, bedreigingen (wat natuurlijk volstrekt onaanvaardbaar is) en een hogeschool die hier en daar een deuk oploopt wat betreft haar reputatie. Waar de reacties over en weer de kloof eerder groter dan kleiner maken, zodat we de verbinding eerder kwijtraken dan dat deze dichterbij komt.

We hebben meer momenten gehad in de recente geschiedenis dat we op die manier uitgedaagd werden. In Ontmoeting 62 schreef ik naar aanleiding van die vreselijke aanslagen in Parijs: “Er kan onrust ontstaan door discussies hierover in de klas. Ook al is het ongemakkelijk, we blijven het gesprek aangaan, dat is onze voornaamste waarde". 

Een plek voor iedereen

Dat gesprek gaat niet altijd gemakkelijk, schuurt soms stevig. En krijgen we onze boodschap niet altijd uitgelegd, zoals gebeurde in de discussie over regenboogvlag in 2016. Ik nam het op voor onze eigen vlag die staat voor de waarde van Inclusiviteit, dat iedereen erbij hoort. Maar de boodschap landde niet. Het niet hijsen van de regenboogvlag werd als een krachtiger signaal ervaren dan het geschreven woord. Dat noem ik verlies. En dat verlies hebben we genomen. Op een positieve manier, nadat we met elkaar in gesprek zijn gegaan. We hebben een eigen vlag laten ontwerpen.

Flatten the curve

Dat verlies dreigt nu ook in het debat over racisme. De boodschap dreigt vermalen te worden in een clash van waarden. De hogeschool is duidelijk in haar erkenning én in haar waarde: racisme hoort niet thuis binnen de poorten van de hogeschool en moet met kracht besteden worden. Ik noemde het in mijn recente blog, waarin ik het standpunt van de hogeschool verwoordde, een pandemie. Een pandemie die een vergelijkbare aanpak vraagt als het corona-virus:” ‘Flatten the curve’ was ons devies toen het aantal coronapatiënten fors opliep, net zoals het aantal mensen dat stierf aan het virus en de angstaanjagende bezettingsgraad van de IC’s opliep. ‘Flatten the curve’, zeg ik, nu racisme weer op een pijnlijke manier zichtbaar wordt. Erken het probleem, erken de gevoelens van pijn en verdriet, van de last van een geschiedenis van onderdrukking en wees duidelijk in je normativiteit. Ik zeg dat als mens, ik zeg dat als bestuursvoorzitter van een veelkleurige hogeschool, die die veelkleurigheid koestert en wil beschermen.“

Geen censuur

Maar deze boodschap raakt in de knel doordat de hogeschool ook een andere waarde respecteert: de vrijheid van meningsuiting. We gaan het journalistiek onafhankelijke hogeschoolblad Profielen niet dwingen om de genoemde blog van haar site te halen, we doen niet aan censuur. Er is onmiskenbaar begrip voor dat standpunt, het standpunt stuit echter ook op onbegrip en wordt gezien als een legitimering van racisme. Ik kan niemand dwingen om ons beleid op een bepaalde manier te interpreteren. Maar we staan ook niemand toe ons onze oprechte intenties te ontnemen. Het respecteren van deze waarde legitimeert niets meer en niets minder dan de waarde zelf. Dat ik de vrijheid verdedig dat iemand zich uit, dat ik een blad niet ga dwingen om iets van haar site te halen, zegt niets over mijn eigen opvatting in deze of het formele standpunt van onze hogeschool. We zijn allemaal mensen met opvattingen, als bestuurder verschil ik daarin niet van anderen. Over de verschillende opvattingen ga ik graag in gesprek.

Een diverse gemeenschap

Hogeschool Rotterdam opereert in een van de meest diverse omgevingen van ons land: Rotterdam. Die diversiteit omarmen wij. Dat stelt ons ook voor vragen, in de wetenschap dat de vraagstukken die buiten onze hogeschool spelen, ook binnen de school echoën. De discussie van de afgelopen dagen is er één tussen mensen buiten onze gemeenschap, maar ook één van mensen binnen onze gemeenschap. Eigen studenten en docenten roeren zich.

Ik richt me tot hen. We zijn onderdeel van een gemeenschap, een school, een hogeschool. De school is bij uitstek de plek van verbinding. Maar ook de plek waar dingen gezegd mogen worden – ook als we het niet met elkaar eens zijn -  én waar fouten gemaakt mogen worden. Waarbij we proberen te leren van elkaar en met elkaar. Waarbij we niet ons verlies nemen na een stortvloed aan reacties  , maar conclusies trekken na een gesprek waarin we zoeken naar het begrip. Op een ondergrond van wederzijds respect. Met duidelijke uitgangspunten. Met erkenning van boosheid en verdriet, ook als mensen dat gevoel niet begrijpen of een blinde vlek hebben, of onvoldoende historisch besef om die waar te nemen. Door groei van ons bewustzijn van dit alles kan ons begrip ook toenemen.  

Het gesprek aangaan

We zijn een school waarin mensen leren, onderzoeken en werken. Dat verbindt ons. We staan samen in dat laboratorium, zitten samen in die klas en maken samen dat ontwerp in die werkplaats. En soms kruipt iets van spanning in ons. En moeten we in gesprek gaan om weer de vorm te vinden die bij een school past.

Zoals we ooit gedaan hebben toen een beslissing om een stilteruimte te sluiten, geïnterpreteerd werd als een diskwalificatie van een religie. We zijn in gesprek gegaan, om elkaar te begrijpen, te bevragen, te omarmen. Zoals we in gesprek zijn gegaan naar aanleiding van onze discussie over de regenboogvlag. Mijn idee is dat we dat nu ook gaan doen: open, zelfkritisch en betrokken. Dat past bij ons, dat past bij een school. Een discussie waarbij we niet meningen naar elkaar gaan roepen, maar op zoek gaan naar het ‘waarom’, het begrip. Op een respectvolle manier, met een duidelijk uitgangspunt: racisme is in deze maatschappij niet weg, maar hier op school hoort het niet thuis.

Gesprekstafels

We gaan gesprektafels organiseren om ervaringen en opvattingen uit te wisselen en op deze wijze diepgaand te bespreken welke concrete stappen we kunnen en moeten zetten. Volgende week kunnen we meer vertellen over de vorm waarin we dat gaan doen. In alle reacties, mails en andere berichten die ik ontvang, zie ik een behoefte om dat gesprek te gaan voeren. De school is in mijn opvatting de plek waar dit gesprek in een veilige omgeving gevoerd kan worden.  En ik heb de overtuiging dat wij als hogeschoolgemeenschap dat gesprek willen én aankunnen.

Over de auteur

Ron Bormans - Voorzitter College van Bestuur Hogeschool Rotterdam

Ron Bormans (1957, te Schinnen, Zuid-Limburg) mag zich verheugen in een lange periode van ontmoetingen in en met het hoger (beroeps)onderwijs. Tijdens zijn studies: Natuurkunde (propedeuse) in Eindhoven en Politicologie / Bestuurskunde in Nijmegen. Maar ook in zijn loopbaan. Hij werkte o.a. als plv. directeur HBO en directeur Studiefinanciering bij OCW. Daarnaast was hij consultant bij Capgemini. Op dit moment geeft hij leiding aan Hogeschool Rotterdam als bestuursvoorzitter, een functie die hij eerder bekleedde bij de HAN. Maar hij deed ook de HvA en Inholland aan en hield toezicht op onderwijsprogramma's als directeur NQA.

Elke twee weken is de nieuwe blog-post ook te volgen op Twitter via @ronbormans1.

We gebruiken cookies voor analyse en marketing om de website te verbeteren.

Wijzig cookie-instellingen