Ga direct naar de content

Tot de kern

Onderzoek naar de uitvoering van de kernfuncties van de NPZ
Publicatiedatum: 01 maart 2015

Sinds de oprichting van de stichting Fibula in 2011 als landelijke organisatie van alle netwerken palliatieve zorg (NPZ) in Nederland, heeft zij onder andere met subsidie van VWS, gewerkt aan een beleidsdocument waarin zij het plan van aanpak van de stichting uiteenzet (Fibula, 2014). In 2014 bracht stichting Fibula een ‘Handreiking minimale eisen netwerk palliatieve zorg’ uit, waarmee zij het vertrekpunt neerzet voor de ontwikkeling van kwaliteit, professionaliteit en herkenbaarheid van de NPZ in Nederland.

Toon:
Opbrengsten, resultaten en producten

Opbrengsten

De opbrengsten van dit onderzoek beslaan verschillende gebieden

  1. Onderzoek en kennisontwikkeling; Bijdrage aan het proefschrift van de onderzoeker Monique Vahedi Nikbakht – van de Sande in de vorm van een internationaal wetenschappelijk artikel.
  2. Onderwijsontwikkeling en uitvoering; Binnen Hogeschool Rotterdam kan desgewenst door de onderzoekers onderwijs worden gegeven binnen bestaande of nieuw te ontwikkelen curricula van de opleiding tot hbo-verpleegkundige en die van de master tot Verpleegkundig Specialist (MANP).
  3. Professionalisering van docenten; De resultaten worden gepresenteerd aan collega's werkzaam binnen Hogeschool Rotterdam.
  4. Praktijk en beleidsontwikkeling. Voor stichting Fibula en de netwerken is de opbrengst een presentatie in oktober 2015 aan de bestuurders en netwerkcoördinatoren van de NPZ over de 1e voorlopige onderzoeksresultaten. Tevens wordt een rapportage geschreven over de belangrijkste onderzoeksresultaten.De rapportage is voor wat betreft inhoud en omvang (beknopt) en geschikt ter verspreiding onder de NPZ. Het NPZ zal voor verdere verspreiding onder samenwerkingspartners zorgdragen.

Producten

  • 9th World research Congress of the European Association for Palliative Care in Dublin, Ireland, June 2016. Posterpresentatie 
Conclusies eindrapportage

Eind 2015 is er een survey uitgegaan naar netwerkcoordinatoren van NPZ in Nederland en de vertegenwoordigers van de netwerkorganisaties die zitting hebben in de overlegorganen van de 66 NPZ in Nederland. De conclusies in het kort:

  • Over de kernfunctie ‘signaleren van tekortkomingen in de palliatieve zorg’ is in veel netwerken nog nauwelijks afspraken gemaakt en is geen overeenstemming over de manier waarop de NPZ dit zouden moeten doen en tot op welk niveau: alleen op het niveau van zorgorganisaties, of ook op het niveau van de patiënt en zijn naasten.
  • Verwachtingen over wie in het NPZ een rol heeft bij de kernfunctie ‘informeren’, komen niet altijd met elkaar overeen. Desondanks gebeurt dit over het algemeen naar tevredenheid. Op het gebied van communicatie met de direct betrokkenen bij het primaire proces zijn respondenten minder tevreden.
  • Het faciliteren van verbeteringen in de kwaliteit van zorg gebeurt veelvuldig. Dit lijkt echter wel vooral aanbod-gericht en, gezien eerder beschreven uitkomsten, veel minder gebaseerd op bestaande knelpunten of wensen en behoeften van patiënten en naasten. Deze zijn namelijk lang niet altijd voldoende in beeld.
  • Ten aanzien van de kernfunctie ‘coördineren’ bestaan knelpunten in de formalisering van beleid. Het informele samenwerken gebeurt in veel NPZ met veel enthousiasme - dit is belangrijk om in deze setting samen te werken - maar het is niet voldoende om gedegen en stabiel beleid vorm te geven en afspraken na te komen. Het feit dat veel respondenten aangeven dat de netwerkcoördinator (NWC) niet het vertrouwen heeft van lid-organisaties, dat het netwerk geen eenheid is én dat niet alle lid-organisaties in verhouding financieel bijdragen aan het netwerk, staan verdere formalisering in de weg.
  • NPZ worden gezien als een waardevolle toevoeging voor de kwaliteit van de palliatieve zorg in de regio.

We gebruiken cookies om de website te verbeteren.