Ga direct naar de content

Uitkomstindicatoren in wijkverpleging

Publicatiedatum: 01 januari 2015

Voor goede zorg is het van belang dat er tijdig wordt gesignaleerd, dat de juiste (verpleegkundige) diagnoses worden gesteld, dat op basis daarvan doelen en interventies worden geformuleerd en dat vervolgens de zorg en ondersteuning adequaat wordt georganiseerd. Hiervoor is een goede samenwerking met onder andere huisartsen en maatschappelijke ondersteuning nodig.

Toon:

In de praktijk wordt de diagnose 'Kwetsbare oudere' nooit als geïsoleerde diagnose gesteld; gemiddeld worden er negen diagnoses gesteld per cliënt. Bij het stellen van de diagnose is de PES-structuur, waar ook de Nanda op is gebaseerd, cruciaal:

Er kan pas een probleem/diagnose (P) worden gesteld, als er voldoende signs/symptoms (S) aanwezig zijn en er minimaal één veroorzakende factor (E) aanwijsbaar is. De E kan bijvoorbeeld zijn 'cognitieve achteruitgang', 'alleenstaand' of 'ondervoeding'. Deze veroorzakende factor is bepalend voor zowel de te stellen doelen, als in te zetten interventies en organisatie van de zorg. Om een zorgpad te kunnen ontwikkelen voor deze doelgroep, moet er zicht zijn op de E - er is een ander zorgpad nodig bij ondervoeding dan bij cognitieve achteruitgang. Dit kan met de Nanda-Nic-Noc-systematiek (N3).

We gebruiken cookies om de website te verbeteren.